H1, §4: Europa na de Eerste Wereldoorlog

H1, §4: Europa na de Eerste Wereldoorlog

Duitsland na de Eerste Wereldoorlog

Programma

  • Huiswerk nakijken

  • Lesdoel

  • Belangrijke begrippen

  • Uitleg + aantekening

  • Lesdoel check

  • Het Duitse boodschappenspel

1 / 33
volgende
Slide 1: Slide
newEditorGeschiedenisSpeciaal OnderwijsLeerroute 3

In deze les zitten 33 slides, met tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

H1, §4: Europa na de Eerste Wereldoorlog

Duitsland na de Eerste Wereldoorlog

Programma

  • Huiswerk nakijken

  • Lesdoel

  • Belangrijke begrippen

  • Uitleg + aantekening

  • Lesdoel check

  • Het Duitse boodschappenspel

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk nakijken

blz. 37, 9 t/m 13

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoel

  • Ik kan uitleggen waarom de Republiek van Weimar grote politieke en economische problemen kende.

Deze slide heeft geen instructies

Belangrijke begrippen:

Parlementaire democratie: een land waarin het parlement de hoogste macht heeft. Het parlement wordt gekozen wordt door de bevolking.

Voorbeeld: de Eerste en Tweede Kamer.


De Republiek van Weimar: de naam van de regering die in Duitsland vanaf 1918 de macht kreeg. Vernoemd naar het plaatste Weimar, waar de grondwet was ondertekend.


Inflatie: prijzen van producten en diensten stijgen waardoor geld wordt minder waard wordt.



Deze slide heeft geen instructies

Waarom naar Nederland?

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

H3, §4: Duitsland

Politieke problemen:

  • Bevolking voelt zich verraden door de regering wegens het akkoord gaan met het Verdrag van Versailles.

  • Complot dat de regering de oorlog expres had verloren.

  • De parlementsleden maakte te veel ruzie met elkaar en wisten geen goede oplossingen te vinden.

Deze slide heeft geen instructies

dolkstoot

protest versaille

geen oplossingen parlementaire democratie

H3, §4: Duitsland

Economische problemen:

  • Hoge schulden door Verdrag van Versailles -> Duitsland drukt in 1923 geld bij om te kunnen afbetalen -> geld minder waard, prijzen stijgen = inflatie


  • Uiteindelijk leningen van de VS om de schulden af te betalen.


Mensen hebben meer geld -> gaan meer kopen -> producten raken sneller op -> prijzen stijgen.


Voorbeeld:

Brood eind 1923: 201 miljard mark

Ei in 1923: 2400 mark

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoel

  • Ik kan uitleggen waarom de Republiek van Weimar grote politieke en economische problemen kende




Huiswerk:

blz. 42, 3 t/m 5

Deze slide heeft geen instructies

Boodschappen doen in Duitsland (1923)

Situatie:
Het is 1923. Jullie wonen in Duitsland. De prijzen stijgen zo snel dat je vanmorgen met je geld nog een maaltijd kon kopen, maar vanmiddag misschien niet meer.

Jullie krijgen als groep de rol van een Duitse familie.


Jullie hebben 100.000 mark en moeten proberen de week door te komen.


Het probleem: de prijzen veranderen voortdurend.

Deze slide heeft geen instructies

Boodschappen doen in Duitsland (1923)

Jullie krijgen op maandag 10.000 mark.

  1. Wat kunnen jullie vandaag kopen?

  2. Wat zouden jullie kopen als jullie verwachten dat de prijzen morgen stijgen?

  3. Op vrijdag hebben jullie opnieuw 10.000 mark. Wat kunnen jullie daar nog van kopen?

  4. Wat valt jullie op?

  5. Leg uit waarom mensen in Duitsland hun geld zo snel mogelijk wilden uitgeven.

Deze slide heeft geen instructies

H1, §4: Europa na de Eerste Wereldoorlog

Italië na de Eerste Wereldoorlog

Programma

  • Huiswerk nakijken

  • Lesdoel

  • Belangrijke begrippen

  • Uitleg + aantekening

  • Lesdoel check

  • Opdrachten maken

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk nakijken

blz. 42, 3 t/m 5

Deze slide heeft geen instructies

Belangrijke begrippen:

  • Ideologie: een verzameling aan ideeën hoe de samenleving zou moeten worden ingericht.


  • Parlementaire democratie:



Deze slide heeft geen instructies

Belangrijke begrippen:

  • Ideologie: een verzameling aan ideeën hoe de samenleving zou moeten worden ingericht.


  • Parlementaire democratie: een land waarin het parlement gekozen wordt door de bevolking. Het parlement heeft de hoogste macht.

    Voorbeeld: de Eerste en Tweede Kamer.


  • Fascisme: ideologie die rond 1920 opkwam in Italië en streefde naar een sterke staat, met één sterke leider zonder democratie.



Deze slide heeft geen instructies

Lesdoel

  • Ik kan uitleggen hoe in Italië het fascisme opkwam.

Deze slide heeft geen instructies

'Vittoria mutilata' - de verminkte overwinnig

Opstanden van arbeiders wegens de economische malaise

H1, §4: Italië

  • Je kunt uitleggen hoe in Italië het fascisme opkwam.



  • Italië teleurgesteld: meegevochten met de geallieerden, maar geen beloning gekregen.


  • Economisch ging het slecht + de regering kwam niet met oplossingen = bevolking verliest vertrouwen in de parlementaire democratie.

Deze slide heeft geen instructies

Knokploegen

Romeinse Rijk (nationalisme)

H1, §4: Italië

  • Je kunt uitleggen hoe in Italië het fascisme opkwam.


Kenmerken fascisme:

  • extreem nationalisme: iedereen moet zich inzetten voor het land.

  • Militairisme

  • Tegen democratie: één sterke leider nodig.

  • Tegen persoonlijke vrijheid: eenheid en gehoorzaamheid is nodig.


1922 Mussolini aan de macht.

1923 Italië werd een dictatuur: alle andere politieke partijen verboden.

Deze slide heeft geen instructies

Welke kenmerken van fascisme zie je hier terug?

Militairisme

Sterke Leider

Nationalisme


El Duce /Dux: de leider


Lesdoel

  • Je kunt uitleggen hoe in Italië het fascisme opkwam.


Huiswerk:

blz. 43, opdracht 6 t/m 8





Deze slide heeft geen instructies

H1, §4: Europa na de Eerste Wereldoorlog

Nederland na de Eerste Wereldoorlog

Programma

  • Huiswerk nakijken

  • Lesdoel

  • Belangrijke begrippen

  • Uitleg + aantekening

  • Lesdoel check

  • Opdrachten maken

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk nakijken

blz. 43, 6 t/m 8

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoel

  • Ik kan uitleggen waarom Nederland begin 20e eeuw een neutraliteitspolitiek voerde.



Neutraliteitspolitiek = bewust geen kant kiezen bij een conflict of oorlog.


Schaarste = als er weinig van een bepaald product in omloop is.

Deze slide heeft geen instructies

H1, §4: Nederland

Nederland bleef tijdens de Eerste Wereldoorlog neutraal.


Waarom? (oorzaken)

  • Afhankelijk van handel. Kant kiezen = minder handel.

  • Bang om Nederlands-Indië verliezen tijdens de oorlog.


Gevolgen:

  • Niet betrokken geraakt bij WO 1

  • Rest van Europa had schaarste -> Nederland maakte in het begin veel winst met handel.

  • Blijvende afkeur van oorlog bij de bevolking en politiek.



Deze slide heeft geen instructies

Je wil neutraal blijven als land. Waar moet je allemaal rekening mee houden?

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoel

  • Ik kan uitleggen waarom Nederland begin 20e eeuw een neutraliteitspolitiek voerde.



Huiswerk:

Blz. 43 & 44, opdracht 9 t/m 13


Nu samen in je schrift: opdracht 11 & 12 (blz. 44)


.

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoel

Huiswerk:

Blz. 43 & 44, opdracht 9 t/m 13


Nu samen:

In je boek: opdracht 11 (blz. 44)

In je schrift: opdracht 12 (blz. 44)


12:In sommige Europese landen (Duitsland en Italië) was het vertrouwen in de parlementaire democratie heel laag; in Italië werd de democratie zelfs afgeschaft en vervangen door een fascistische dictatuur.


.

Deze slide heeft geen instructies