Les 5: Gelijke Kansen & Sociale Ongelijkheid

Maatschappijleer
Les 5: Gelijke Kansen & Sociale Ongelijkheid
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 8 videos.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

Maatschappijleer
Les 5: Gelijke Kansen & Sociale Ongelijkheid

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startklaar
  • Op je plek zitten
  • Telefoon in de tas
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Chromebook, JdW-map, etui


Graag direct inloggen in LessonUp!

Slide 2 - Tekstslide

Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan het welbevinden van leerlingen. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zitten startklaar en zijn bijvoorbeeld ingelogd in LessonUp en hebben hun JdW-map op tafel.
Planning van vandaag
  • Leesmoment: Verhaal van Lijpe
  • Leerdoelen
  • Begrippen
  • Kansrijk of kansarm?
  • Vooroordelen
  • Discriminatie
  • Wat kun je zelf?
  • Wat doet de overheid?
  • Afsluiting 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
  • Je legt uit hoe een maatschappelijke positie ontstaat. (R)
  • Je legt uit wat vooroordelen zijn en hoe ze kunnen leiden tot discriminatie. (T1)
  • Je kunt een voorbeeld geven van sociale ongelijkheid (T1)
  • Je kunt benoemen welke minderheidsgroepen er in Nederland zijn. (T1)

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Begrippen uit deze les
  • Maatschappelijke positie
  • Discriminatie
  • Sociale ongelijkheid
  • Minderheidsgroepen




Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat is sociale ongelijkheid?
Sommige mensen hebben meer kansen in het leven dan anderen. Dat noemen we sociale ongelijkheid. 




Maatschappelijke positie: hangt af van je beroep, opleiding en inkomen.



Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kansrijk of kansarm in Nederland?

Kansrijk = veel mogelijkheden om je te ontwikkelen
  • Je spreekt goed Nederlands
  • Je kunt studeren/ Je wilt leren
  • Je durft op mensen af te stappen

Kansarm = minder mogelijkheden
  • Weinig geld voor studie of reizen
  • Moeite met taal/ Niet willen leren
  • Minder steun of kansen thuis

💬 Wat denk jij: ben jij kansrijk of kansarm? En wat kan jou helpen meer kansen te krijgen?

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat maakt iemand kansrijk of kansarm?
  • Aangeboren eigenschappen
– Slim, creatief, doorzetter = kansrijk
– Beperking = kansarmer
  • Aangeleerde eigenschappen
– Goed in sport, muziek, bijbaan = kansrijk
– Nooit geleerd hoe je leert = kansarmer
  • Omgeving
– Steun van familie, bijles, rustige wijk = kansrijk
– Geen hulp thuis, onveilige buurt = kansarmer
  • Discriminatie
– Word je anders behandeld vanwege je afkomst, geslacht of leeftijd? → Dat maakt je kansarmer

Dit alles samen noemen we sociale ongelijkheid.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn vooroordelen?
Vooroordeel = een mening over iemand zonder dat je hem of haar echt kent.


Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Raadsel 
(onbewust vooroordeel)
Een vader en zijn zoon krijgen een auto-ongeluk. De vader overlijdt op de plek van het ongeluk. De zoon wordt met spoed naar het ziekenhuis gebracht.

Als de jongen de operatiekamer wordt ingereden, zegt de chirurg:
"Ik kan deze jongen niet opereren, want dit is mijn zoon!"

🤔 Hoe kan dat?

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat is discriminatie?
Discriminatie = iemand ongelijk behandelen in een gelijke situatie

Iedereen in Nederland moet gelijk behandeld worden, ongeacht:
– Geslacht
– Afkomst
– Geloof
– Geaardheid
– Leeftijd
– Beperking

  • Discriminatie is verboden in Nederland!

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Minderheden en discriminatie
Minderheden = groepen die in aantal kleiner zijn dan de rest van de samenleving.

Voorbeelden van minderheden in Nederland:
  • Etnische groepen: Surinamers, Marokkanen, Turken, Antillianen
  • Mensen met een lichamelijke beperking
  • LHBTI+’ers (bijv. homo, lesbisch, transgender)

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Een maatschappelijke positie ontstaat door:
A
Opleiding, beroep en inkomen.
B
Opleiding, uiterlijk en beroep.
C
Inkomen, opleiding en je sport.
D
Je socialisatie, functie en levensstijl.

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een voorbeeld van kansrijk zijn?
A
Je hebt een fijne thuissituatie, je ouders stimuleren je om verder te komen.
B
Regelmatig op vakantie te gaan.
C
Vanwege je uiterlijk word je niet aangenomen voor je droombaan.
D
Na het behalen van de middelbare school ga je werken.

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

"Mensen met een lichamelijke handicap kunnen niet werken." Dit is:
A
Discriminatie.
B
Een vooroordeel.
C
Sociale ongelijkheid.
D
Een feit.

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
  • Je legt uit hoe iemand kan veranderen van maatschappelijke positie. (T)

  • Je legt uit wat de overheid doet om sociale ongelijkheid te bestrijden. (T)

  • Je legt uit hoe we door gelijkwaardigheid goed kunnen samenleven. (T)









Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Je kunt van positie veranderen
Stel je voor......je bent krantenverkoper, wordt journalist en uiteindelijk miljonair.

  •  Sociale ongelijkheid
Niet iedereen heeft gelijke kansen op een goede maatschappelijke positie.

  • Sociale mobiliteit
Verandering van maatschappelijke positie, bijvoorbeeld door:
-Promotie
-Studie
-Beroepswissel
- Geluk

Om omhoog te klimmen heb je kansen nodig: op school, werk en ondersteuning.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Hoe vergroot je zelf sociale mobiliteit?
Drie manieren om je maatschappelijke positie te verbeteren:

Voor jezelf opkomen
➤ Hard werken, goed presteren op school of je (bij)baan.

Elkaar helpen
➤ Familie of vrijwilligers die je helpen met school, taal, werk.

Overheidsbeleid
➤ Uitkeringen, belastingvoordelen, ondersteuning voor kansarme groepen.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat doen de organisaties Weekend Academie, Petje Af en de IMC Weekendschool?

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat doet de overheid tegen ongelijkheid en discriminatie?

Oplossingen vanuit de overheid:
  • Onderwijs & hulp
➤ Gratis of goedkoop onderwijs
➤ Schuldhulpverlening & maatschappelijk werk

  • Belastingvoordelen
➤ Goedkopere huur & zorg voor mensen met laag inkomen

  • Tegen discriminatie
➤ Discriminatieverbod in de wet
➤ Aangifte mogelijk
➤ Campagnes voor bewustwording

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Begrippen uit deze les
  • Maatschappelijke positie
  • Discriminatie
  • Sociale ongelijkheid
  • Gelijkwaardigheid




Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Link

Deze slide heeft geen instructies