Energie en beweging

Energie en beweging
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
TechniekBasisschoolGroep 6

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Energie en beweging

Slide 1 - Tekstslide

Wat is geen soort energie?
A
bewegingsenergie
B
licht energie
C
warmte energie
D
kracht energie

Slide 2 - Quizvraag

Wat is een voorbeeld van kinetische energie?
A
een rollende bal
B
het geluid van een instrument
C
een lamp die aan staat
D
het vuur dat brandt

Slide 3 - Quizvraag

Een dynamo bestaat uit een...
A
ronde koker en een gloeidraad
B
batterij en een ijzeren draad
C
koperen spoel en een magneet
D
een tandwiel en een magneet

Slide 4 - Quizvraag

Wat is een goed geleidend materiaal?
A
hout
B
water
C
koper
D
plastic

Slide 5 - Quizvraag

Via welke weg komt elektriciteit bij jou thuis?
A
elektriciteitscentrale-hoogspanningsmasten-transformatorhuisje-meterkast
B
transformatorhuisje-elektriciteitscentrale-hoogspanningsmasten-meterkast
C
hoogspanningsmasten-elektriciteitscentrale-transformatorhuisje-meterkast
D
elektriciteitscentrale-hoogspanningsmasten-meterkast-transformatorhuisje

Slide 6 - Quizvraag

In de cellen in je lichaam zitten mitochondriën. Wat gebeurt er in de mitochondriën?
A
Daar wordt je eten verbrand
B
Daarin wordt je energie opgeslagen
C
Daarin wordt zuurstof gemaakt
D
Daar worden voedingsstoffen verbrand

Slide 7 - Quizvraag

Wat zie je op de foto?
A
warmte energie
B
licht energie
C
duurzame energie
D
kern energie

Slide 8 - Quizvraag

Welke zin kun je zeggen over duurzame energie?
A
Het zal over enkele jaren op zijn
B
Het zorgt voor weinig luchtvervuiling
C
Er komen veel broeikasgassen bij vrij
D
Het is beter voor dieren

Slide 9 - Quizvraag

Welke vorm heeft het water op de foto?
A
gasvormig
B
vast
C
vloeibaar
D
bevroren

Slide 10 - Quizvraag

Wat is de overeenkomst tussen katrollen en hefbomen?
A
Je kunt met beide energie opwekken.
B
Je hebt bij beide elektriciteit nodig.
C
Je kunt met beide iets laten bewegen.
D
Je kunt met beide makkelijker iets zwaars tillen.

Slide 11 - Quizvraag