Medicijngroepen deel 1

 Medicijngroepen
Pijnmedicatie
1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 90 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

 Medicijngroepen
Pijnmedicatie

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Medicatie kan onderverdeeld worden in groepen




Medicatie die bloeddruk beïnvloeden
Antistollingsmiddelen
Medicatie om bloedarmoede te behandelen
Medicatie voor hart- en bloedsomloop
Medicatie voor de luchtwegen (onderste en bovenste)
Maagmedicijnen
Plasmedicijnen
Laxeermiddelen
Medicijnen tegen diarree
Vitaminen





Kalmerende medicijnen
Slaapmedicijnen
Medicatie voor hormoonhuishouding
Medicatie tegen suikerziekte
Anti-epileptica
Cytostatica
Parkinsonmedicatie
Pijnstillers
Antibiotica



Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het middel Ibuprofen behoort tot de medicatie groep .....
A
paracetamol
B
zwakke opoid
C
NSAID's
D
sterke opoid

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het middel tramadol behoort tot de medicatie groep .....
A
paracetamol
B
zwakke opoid
C
NSAID's
D
sterke opoid

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Dit zijn de belangrijkste bijwerkingen: misselijkheid, obstipatie, sufheid en delier.

Deze horen bij de volgende medicatiegroep:
A
paracetamol
B
benzodiazepines
C
NSAID's
D
opoïden

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij regelmatig gebruik van NSAID's kan je last krijgen van welk orgaan?
A
Nieren
B
Darmen
C
Hart
D
Maag

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zwakke en sterke opioïden/opiaten vallen onder de medicijngroep .....
A
Parkinsonmiddelen
B
Anti-epileptica
C
Slaapmiddelen
D
Analgetica

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

NSAID
Niet-steroïde anti inflammatoire drugs

Kunnen ernstige maagdarmklachten veroorzaken

Verlengen stollingstijd.

Voorbeelden: Ibuprofen, Aspirine, Diclofenac

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noem eens een zwak opioïd

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Welke opiaten ken jij al?

Slide 17 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Van opioïden is steeds meer nodig
A
Ja, je lichaam heeft steeds hogere dosis nodig
B
In principe niet. Alleen bij toename pijnklachten

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan opiaten zit een maximale dosering
A
Ja
B
Nee

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Opioïden werken levensverkortend
A
Ja
B
Nee

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noem 2 indicaties om morfine voor te schrijven

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar moet je alert op zijn als iemand
een opiaat neemt?

Slide 26 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opiaten, pas op met
alcohol
nooit ineens stoppen
altijd alert zijn op obstipatie, laxantia bij langdurig gebruik (voorkeur macrogol of lactulose)

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe plak jij fentanylpleister?
Waarop let je?

Slide 33 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zenuwpijn
Anti-depressiva:
amitriptyline, clomipramine en nortriptyline
Anti-epileptica:
 carbamazepine, gabapentine, lamotrigine en oxcarbazepine.
Pregabaline = Lyrica:
vermindert prikkelbaarheid zenuwen
Medicinale cannabis:
als reguliere behandelingsmethoden onvoldoende werken


Slide 41 - Tekstslide

https://www.apotheek.nl/klachten-ziektes/zenuwpijn#welke-medicijnen-worden-gebruikt-bij-zenuwpijn
Wat is het verschil tussen gewenning en verslaving?

Slide 42 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Verschil tussen gewenning en verslaving
Gewenning = een steeds hogere dosis nodig hebben om hetzelfde effect te ervaren. (lichamelijke afhankelijkheid) 
Verslaving = ontwenningsverschijnselen ervaren wanneer hij of zij stopt met gebruiken. (lichamelijke en geestelijke afhankelijkheid)

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies