Welzijn kind en Jongeren les 8

Welzijn kind en Jongeren
Brede school Samenspel: les 8
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo b, k, gLeerjaar 3,4

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Welzijn kind en Jongeren
Brede school Samenspel: les 8

Slide 1 - Tekstslide

Check-in
Hoe zit jij erbij vandaag?

Slide 2 - Tekstslide

Verwachtingen
- We laten elkaar uitpraten en luisteren naar elkaar.

- We gaan respectvol met elkaar en het materiaal om.

- Er is ruimte voor gezelligheid, maar dan moet er ook een goede werkhouding zijn.

Slide 3 - Tekstslide

Lesopbouw
Terugblik
Lesdoel
Aan de slag
Begrippenquiz
Nabespreken 

Slide 4 - Tekstslide

Terugblik vorige les
Weet jij nog..

  • Waar je op moet letten tijdens een presentatie?

  • Waarom muziek leuk is voor kinderen. 

Slide 5 - Tekstslide

Lesdoel 

Aan het einde van de les: 

Weet jij de begrippen van dit deel van het boek. 

Slide 6 - Tekstslide

Aan de slag
Taak 7                    (blz. 42)
Maak een begrippenlijst van alle dikgedrukte woorden uit de tekstbronnen.
Tekstbron: 5,80, 8, 64, 100, 10, 67, 35, en 69 
(boomdigitaal.nl  > Boekje welzijn kind en jongeren theorie > zie tekstbronnen

Taak 8:
Maak de begrippentrainer in je online leeromgeving. 
Klaar? Laat het controleren bij je docent. 

Klaar?: Maak de Ouder-informatiekaart / Ouderfolder

Slide 7 - Tekstslide

Wat bedoelen ze met een brede school?
A
Een school die heel groot is.
B
Een gebouw met een school maar waarin bijvoorbeeld ook een bso, kdv, jongerencentrum en fysio zit.
C
Een jenaplanschool
D
Een Daltonschool

Slide 8 - Quizvraag

Wat bedoelen ze met NAW-gegevens?
A
Naam, Aarde, Winkel
B
Niemand, Anders, Weet het
C
Naam, Adres, Woonplaats
D
Nogal, Andere, Weetjes

Slide 9 - Quizvraag

Welke opvoedstijl zie je hier?
A
Toegeeflijk
B
Democratisch
C
Autoritair
D
Verwaarlozend

Slide 10 - Quizvraag

Welke opvoedstijl zie je hier?
A
Autoritair
B
Democratisch
C
Toegeeflijk
D
Verwaarlozend

Slide 11 - Quizvraag

Welke opvoedstijl zie je hier?
A
Democratisch
B
Autoritair
C
Verwaarlozend
D
Toegeeflijk

Slide 12 - Quizvraag

Welke opvoedstijl zie je hier?
A
Democratisch
B
Autoritair
C
Verwaarlozend
D
Toegeeflijk

Slide 13 - Quizvraag

Wat hoort er bij sociale ontwikkelingen?
A
De ontwikkelingen van het lopen en bewegen.
B
De ontwikkeling van het leren vrienden maken.
C
De ontwikkelingen van het leren leren.

Slide 14 - Quizvraag

Wat hoort er bij geestelijke ontwikkeling?
A
Het maken van vrienden
B
Het lopen en rennen
C
Het leren lezen.

Slide 15 - Quizvraag

Welke volgorde klopt?
A
Baby, Dreumes, Peuter, Kleuter, Puber, Schoolkind.
B
Dreumes, Baby, Peuter, Kleuter, Schoolkind, Puber.
C
Baby, Dreumes, Baby, Kleuter, Puber, Schoolkind.
D
Baby, Dreumes, Peuter, Kleuter, Schoolkind, Puber.

Slide 16 - Quizvraag

Wat bedoelen ze met ergonomie?
A
Letten op je houding om rugklachten te voorkomen.
B
Goed schoonmaken na dat je iets gebruikt hebt.
C
Dat je de hoeken van een tafel afplakt zodat kinderen er niet op kunnen vallen.

Slide 17 - Quizvraag

Je gaat een baby in bad doen, wat is een voorbeeld van letten op de veiligheid?
A
Schone doeken klaarleggen.
B
Het bad op de juiste hoogte zetten.
C
Voldoende zeep gebruiken.
D
De temperatuur van het water controleren.

Slide 18 - Quizvraag

Wat hoort niet bij een structuur op school?
A
Lestijden die elke dag hetzelfde zijn.
B
WC-bezoekjes alleen in pauze of leswisseling.
C
Je moet voldoende eten in de pauze.
D
De schoolbel gaat als het tijd is.

Slide 19 - Quizvraag

Waarom is het belangrijk om met taal bezig te zijn voor kinderen?
A
Zodat de kinderen wat te doen hebben.
B
Zodat ze straks goed kunnen rekenen.
C
Zodat ze daar dingen van oppakken waardoor ze beter worden in taal.

Slide 20 - Quizvraag

Wat zie je hier?
A
Grove motoriek
B
Fijne motoriek

Slide 21 - Quizvraag

Wat zie je hier?
A
Grove motoriek
B
Fijne motoriek

Slide 22 - Quizvraag

Wat is het gevaar van klein speelgoed bij jonge kinderen?
A
Dat raak je kwijt.
B
Daar kunnen ze niks mee omdat hun fijne motoriek nog niet goed is.
C
Ze gaan er mee gooien.
D
Ze kunnen het in hun mond stoppen en daardoor stikken.

Slide 23 - Quizvraag

Nabespreking
Is het lesdoel behaald?

Aan het einde van de les:
Weet jij de begrippen van dit deel van het boek. 

Heb je alles af en goed opgeslagen bewaard zodat je het straks kan gebruiken voor de eindtoets?

Slide 24 - Tekstslide

Check-out
Hoe zit jij er nu bij?

Slide 25 - Tekstslide