Neusmaagsonde verzorgen, observeren, controleren en toedienen sondevoeding en medicatie.pptx



VTH

  • Observeren, controleren en verzorgen maagsondes

  • Toedienen van sondevoeding per portie en per sondevoedingspomp

1 / 33
volgende
Slide 1: Slide
newEditorVerpleging en verzorgingMBOBeroepsopleidingStudiejaar 1-3

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les



VTH

  • Observeren, controleren en verzorgen maagsondes

  • Toedienen van sondevoeding per portie en per sondevoedingspomp



Wat komt er aan bod

Wat is geen indicatie voor een neusmaagsonde?

A

Bepalen maagretentie

B

voor onderzoek

C

Hevige benauwdheid

D

Verstoorde slikfunctie

Indicatie neus-maagsonde

  • Maaglediging

  • Bepalen maagretentie

  • Spoelen maag/ darm kanaal

  • Voor onderzoek en diagnostiek

  • Toedienen sondevoeding:

    • Verstoorde slikfunctie.

    • Verminderd bewustzijn.

    • Aandoening mond- of keelholte.

    • Overleven , bv anorexia, depressie.

    • Slechte algemene toestand, bv bij ziekte van Crohn.

Algemene punten

  • De arts schrijft de maat en de soort sonde voor (PVC,PUR of Siliconen).

  • Als er problemen zijn betreffende het hals of slokdarm gebied, overleg met de arts wie de sonde zet.

  • Let altijd op tekenen van benauwdheid of hoesten.

  • Een maagsonde inbrengen is GEEN steriele handeling.

Hoe vaak moet de positie van de sonde gecontroleerd worden?

A

Eenmaal per week

B

Nooit controleren

C

Bij elke toediening

D

Minimaal dagelijks

Controle ligging sonde

  • Zit sonde nog goed in neus > visuele inspectie

  • Opzuigen van maaginhoud, ongeveer 1 ml en meten van de PH, waarde lager dan 5,5 = goed

  • Minder effectief: is het beoordelen van opgezogen vloeistof.

  • Wanneer controleer je nog meer de ligging?

Wat is een belangrijk symptoom van een verkeerde positie?

A

Vermoeidheid

B

Hoesten

C

Misselijkheid

D

Verhoogde eetlust

Complicaties maagsonde

  • Beschadiging van slijmvlies

  • Neus decubitus

  • Aspiratie = inhaleren van voeding

  • Benauwdheid

  • Sinusitis = bijholteontsteking

  • Onrust

  • Bradycardie = trage hartslag

    • Dit komt door prikkeling van de zenuw Nervus Vagus

Type sondes

PUR: Polyurethaan


Hoe lang;

Max. 6 weken


Eigenschappen:

soepel, glad en sterk materiaal. Heeft voerdraad. Door de aard van het materiaal is de sonde heel dun.

Type sonde

Silicone


Hoe lang:

Max 6-12 weken


Eigenschappen:

Zeer soepel materiaal. Deze sonde wordt meestal zonder voerdraad ingebracht om de sonde niet te beschadigen.

Maatvoering sondes

French – Charriere

De Ch wordt ook wel met 'Franse Maat' of 'French' (Fr) aangeduid


Ch en Fr gebruikt men bijvoorbeeld voor de buitendiameter van de sonde


Kinderen > ch 6-8

Volwassenen > ch 8-12


Voorbeeld: ch 0,4 = 4 mm


Hoe vaak verwissel je de neuspleister?

A

Dagelijks

B

2-3x per week

C

Wekelijks

D

Alleen wanneer nodig

Verzorging neus-maagsonde

  • Houd je aan de richtlijnen voor persoonlijke hygiëne en handhygiëne.

  • Controleer dagelijks de fixatiepleisters en de neus.

  • Controleer de binnenzijde van de neusvleugel regelmatig op drukplekken of irritatie.

  • Vervang de fixatiepleisters ten minste een keer per week.

  • Gebruik zo mogelijk een hypoallergene pleister of een speciale neuspleister.

  • Verwijder plakresten op de huid met handalcohol of zoete-/babyolie.

  • Bevestig de sonde zo dat de zorgvrager zich goed kan bewegen zonder dat er trekkracht op de sonde ontstaat.

  • Let op dat de sonde niet verplaatst.

Mondzorg is (extra) belangrijk bij een neusmaagsonde

A

Waar

B

Niet waar

Waar denk je aan bij mondzorg? (bij iemand met een neusmaagsonde)

Mondverzorging

  • Voorkom een droge mond. Bij een droge mond heeft de zorgvrager meer kans op ontsteking van het mondslijmvlies of de speekselklieren. Gebruik bijvoorbeeld kauwgom, ijslolly’s, spoelvloeistof, vochtige wattenstaafjes, mond bevochtigende gel of kunstspeeksel. Overleg altijd met de arts of tandarts over deze maatregelen.

  • Poets het gebit of de prothese minstens tweemaal per dag. Een zorgvrager in vegetatieve toestand mag geen prothese dragen.

  • Gebruik bij een zorgvrager met slikproblemen weinig water en/of tandpasta. Gebruik natte gaasjes om de mond schoon te maken.

  • Is poetsen niet mogelijk? Verzorg de mond dan drie keer per dag met mondwater of mondspray, op voorschrift van de arts of tandarts.

  • Maak de tong schoon en vet de lippen in met lippenbalsem van de zorgvrager.

  • Inspecteer dagelijks de neus- en mondslijmvliezen.


Toedienen van sondevoeding

Volwaardige vloeibare voeding waarin alle voedingstoffen zijn toegevoegd zoals;

  • Koolhydraten

  • Eiwitten

  • Vetten

  • Vitamines

  • Mineralen

  • Vocht


Aanpassing – verteerbaarheid


  • Polymere-voeding: vergt een normaal werkend spijsvertering. Bevat complexere voedingsstoffen


  • Oligomere-voeding: bestaat uit voor verteerde eiwitten, vetten en koolhydraten. Wordt makkelijker opgenomen

Wat is sondevoeding?

Soorten sondevoeding

  • Standaardsondevoeding

  • Eiwit verrijkte sondevoeding:

    • bij grote wonden of veel vochtverlies

  • Vezel verrijkte sondevoeding:

    • bij moeilijke stoelgang of obstipatie

  • Energie verrijkte sondevoeding:

    • bij veel energieverlies of breuken

  • Energie en vezel verrijkte sondevoeding

  • Hypo - allergene sondevoeding:

    • bij overgevoeligheid voor bepaalde voedingsstoffen

Wat zijn mogelijke complicaties bij sondevoeding?

Mogelijke complicaties

Misselijkheid- braken;

Te veel- te snelle inloop

Onjuiste type Sondevoeding

Maagretentie


Aspiratie;

Voeding in de luchtwegen


Gestoorde defecatiepatroon;

Diarree- te hoge inloopsnelheid - te koud

Obstipatie < vocht- vezels in sondevoeding


Ontsteking mond;

Verminderd kauwfunctie – uitdroging mondslijmvlies


Dumping Syndroom;

Maag werkt onvoldoende waardoor je een te snelle maaglediging hebt en voeding-bolus onbewerkt in de dunne darm komt

(misselijkheid en braken, krampende buikpijn zweten, duizeligheid en zwakte, opvliegers).




Toedieningsvormen

Continu;

Onder continu wordt verstaan dat de cliënt ononderbroken 24 uur per dag druppelsgewijs sondevoeding krijgt (met behulp van een voedingspomp).

Intermitterend;

Bij intermitterend voeden krijgt de cliënt een deel van een etmaal sondevoeding die continu druppelsgewijs wordt gegeven (bijvoorbeeld ’s nachts).

Bolus;

Per bolus voeden betekent het toedienen van sondevoeding in porties, meestal via een spuit(-pomp)


Portie toediening via spuit

Het toedienen van sondevoeding via een spuit gebeurt altijd in porties.

Deze porties worden over de dag verdeeld. De hoeveelheid bepaald een arts/diëtist.


Twee werkwijze

1. de spuit leegdrukken;

2. de spuit als trechter gebruiken en de voeding op de zwaartekracht in laten lopen

Toediening via pomp

Geopende sondevoeding mag je maximaal 24 uur bewaren.

A

Waar

B

Niet waar

Controleer!

Als verpleegkundige ben je verantwoordelijk voor toediening en controle van de voeding. Voordat je de sondevoeding toedient, controleer je:

  • de soort voeding

  • de hoeveelheid voeding

  • het tijdstip

  • de vervaldatum

  • hoe de vloeistof eruitziet (er mogen geen klontjes of velletjes in zitten)

  • eventuele toevoegingen

Algemene aandachtspunten

  • Ongeopend – huiskamertemperatuur t/m houdbaarheidsdatum

  • Geopend in koelkast bewaren (Niet langer dan 24 uur) !

  • Gebruik alleen voorgeschreven sondevoeding

  • Altijd pak controle (vlokken- beschadiging)

  • Tijdig vervangen van toebehoren- pompsysteem = iedere 24 uur

  • Controleer altijd of de sonde goed zit voor je voeding toe gaat dienen!


Medicatie via de sonde

  • Vraag aan de arts of er alternatieven zijn in de vorm van druppels, suspensies, poeders, zetpil of zalf.

  • Vermaal geen geneesmiddelen met beschermingslaagje of die vertraagde afgifte hebben. Deze mogen niet worden fijngemalen. De juiste werking gaat hierdoor verloren.

  • Overleg bij twijfel met de apotheek of het medicijn fijnmalen mag worden.

  • Vermeng geen medicijnen met sondevoeding.

  • Als je meer dan één medicijn tegelijk moet gebruiken dien deze dan apart toe. Spuit de sonde tussentijds door met 5ml water.

  • Spuit de voedingssonde voor én na toediening van elk medicijn door met water (20-30ml).


handboek Enteralia of oralia.nl

Bij verschillende medicijnen, moet je de sonde iedere keer doorspoelen met …. ml water

A

2 ml

B

5 ml

C

10 ml

D

20 ml

Nog even de aandachtspunten op een rij

  • Locatie sonde

  • Fixatie sonde

  • Doorspoelen sonde

  • Mondverzorging

  • Defecatiepatroon

  • Urineproductie

  • Controle gewicht


Tot slot

Kijk naar de casus van Dhr Fernandes bij Integratie (G) en maak activiteit 1 en 2

maak daarnaast de kennisopdrachten van het leerpad: Toedienen van sondevoeding (D)



TIP VAN FLIP

bestudeer de Vilans protocollen voor volgende week, dan gaan we weer oefenen in het Skills lokaal!




Zijn er vragen?