VTH
Observeren, controleren en verzorgen maagsondes
Toedienen van sondevoeding per portie en per sondevoedingspomp
VTH
Observeren, controleren en verzorgen maagsondes
Toedienen van sondevoeding per portie en per sondevoedingspomp
Wat komt er aan bod
Wat is geen indicatie voor een neusmaagsonde?
Bepalen maagretentie
voor onderzoek
Hevige benauwdheid
Verstoorde slikfunctie
Indicatie neus-maagsonde
Maaglediging
Bepalen maagretentie
Spoelen maag/ darm kanaal
Voor onderzoek en diagnostiek
Toedienen sondevoeding:
Verstoorde slikfunctie.
Verminderd bewustzijn.
Aandoening mond- of keelholte.
Overleven , bv anorexia, depressie.
Slechte algemene toestand, bv bij ziekte van Crohn.
Algemene punten
De arts schrijft de maat en de soort sonde voor (PVC,PUR of Siliconen).
Als er problemen zijn betreffende het hals of slokdarm gebied, overleg met de arts wie de sonde zet.
Let altijd op tekenen van benauwdheid of hoesten.
Een maagsonde inbrengen is GEEN steriele handeling.
Hoe vaak moet de positie van de sonde gecontroleerd worden?
Eenmaal per week
Nooit controleren
Bij elke toediening
Minimaal dagelijks
Controle ligging sonde
Zit sonde nog goed in neus > visuele inspectie
Opzuigen van maaginhoud, ongeveer 1 ml en meten van de PH, waarde lager dan 5,5 = goed
Minder effectief: is het beoordelen van opgezogen vloeistof.
Wanneer controleer je nog meer de ligging?
Wat is een belangrijk symptoom van een verkeerde positie?
Vermoeidheid
Hoesten
Misselijkheid
Verhoogde eetlust
Complicaties maagsonde
Beschadiging van slijmvlies
Neus decubitus
Aspiratie = inhaleren van voeding
Benauwdheid
Sinusitis = bijholteontsteking
Onrust
Bradycardie = trage hartslag
Dit komt door prikkeling van de zenuw Nervus Vagus
Type sondes
PUR: Polyurethaan
Hoe lang;
Max. 6 weken
Eigenschappen:
soepel, glad en sterk materiaal. Heeft voerdraad. Door de aard van het materiaal is de sonde heel dun.
Type sonde
Silicone
Hoe lang:
Max 6-12 weken
Eigenschappen:
Zeer soepel materiaal. Deze sonde wordt meestal zonder voerdraad ingebracht om de sonde niet te beschadigen.
Maatvoering sondes
French – Charriere
De Ch wordt ook wel met 'Franse Maat' of 'French' (Fr) aangeduid
Ch en Fr gebruikt men bijvoorbeeld voor de buitendiameter van de sonde
Kinderen > ch 6-8
Volwassenen > ch 8-12
Voorbeeld: ch 0,4 = 4 mm
Hoe vaak verwissel je de neuspleister?
Dagelijks
2-3x per week
Wekelijks
Alleen wanneer nodig
Verzorging neus-maagsonde
Houd je aan de richtlijnen voor persoonlijke hygiëne en handhygiëne.
Controleer dagelijks de fixatiepleisters en de neus.
Controleer de binnenzijde van de neusvleugel regelmatig op drukplekken of irritatie.
Vervang de fixatiepleisters ten minste een keer per week.
Gebruik zo mogelijk een hypoallergene pleister of een speciale neuspleister.
Verwijder plakresten op de huid met handalcohol of zoete-/babyolie.
Bevestig de sonde zo dat de zorgvrager zich goed kan bewegen zonder dat er trekkracht op de sonde ontstaat.
Let op dat de sonde niet verplaatst.
Mondzorg is (extra) belangrijk bij een neusmaagsonde
Waar
Niet waar
Waar denk je aan bij mondzorg? (bij iemand met een neusmaagsonde)
Mondverzorging
Voorkom een droge mond. Bij een droge mond heeft de zorgvrager meer kans op ontsteking van het mondslijmvlies of de speekselklieren. Gebruik bijvoorbeeld kauwgom, ijslolly’s, spoelvloeistof, vochtige wattenstaafjes, mond bevochtigende gel of kunstspeeksel. Overleg altijd met de arts of tandarts over deze maatregelen.
Poets het gebit of de prothese minstens tweemaal per dag. Een zorgvrager in vegetatieve toestand mag geen prothese dragen.
Gebruik bij een zorgvrager met slikproblemen weinig water en/of tandpasta. Gebruik natte gaasjes om de mond schoon te maken.
Is poetsen niet mogelijk? Verzorg de mond dan drie keer per dag met mondwater of mondspray, op voorschrift van de arts of tandarts.
Maak de tong schoon en vet de lippen in met lippenbalsem van de zorgvrager.
Inspecteer dagelijks de neus- en mondslijmvliezen.
Toedienen van sondevoeding
Volwaardige vloeibare voeding waarin alle voedingstoffen zijn toegevoegd zoals;
Koolhydraten
Eiwitten
Vetten
Vitamines
Mineralen
Vocht
Aanpassing – verteerbaarheid
Polymere-voeding: vergt een normaal werkend spijsvertering. Bevat complexere voedingsstoffen
Oligomere-voeding: bestaat uit voor verteerde eiwitten, vetten en koolhydraten. Wordt makkelijker opgenomen
Wat is sondevoeding?
Soorten sondevoeding
Standaardsondevoeding
Eiwit verrijkte sondevoeding:
bij grote wonden of veel vochtverlies
Vezel verrijkte sondevoeding:
bij moeilijke stoelgang of obstipatie
Energie verrijkte sondevoeding:
bij veel energieverlies of breuken
Energie en vezel verrijkte sondevoeding
Hypo - allergene sondevoeding:
bij overgevoeligheid voor bepaalde voedingsstoffen
Wat zijn mogelijke complicaties bij sondevoeding?
Mogelijke complicaties
Misselijkheid- braken;
Te veel- te snelle inloop
Onjuiste type Sondevoeding
Maagretentie
Aspiratie;
Voeding in de luchtwegen
Gestoorde defecatiepatroon;
Diarree- te hoge inloopsnelheid - te koud
Obstipatie < vocht- vezels in sondevoeding
Ontsteking mond;
Verminderd kauwfunctie – uitdroging mondslijmvlies
Dumping Syndroom;
Maag werkt onvoldoende waardoor je een te snelle maaglediging hebt en voeding-bolus onbewerkt in de dunne darm komt
(misselijkheid en braken, krampende buikpijn zweten, duizeligheid en zwakte, opvliegers).
Toedieningsvormen
Continu;
Onder continu wordt verstaan dat de cliënt ononderbroken 24 uur per dag druppelsgewijs sondevoeding krijgt (met behulp van een voedingspomp).
Intermitterend;
Bij intermitterend voeden krijgt de cliënt een deel van een etmaal sondevoeding die continu druppelsgewijs wordt gegeven (bijvoorbeeld ’s nachts).
Bolus;
Per bolus voeden betekent het toedienen van sondevoeding in porties, meestal via een spuit(-pomp)
Portie toediening via spuit
Het toedienen van sondevoeding via een spuit gebeurt altijd in porties.
Deze porties worden over de dag verdeeld. De hoeveelheid bepaald een arts/diëtist.
Twee werkwijze
1. de spuit leegdrukken;
2. de spuit als trechter gebruiken en de voeding op de zwaartekracht in laten lopen
Toediening via pomp
Geopende sondevoeding mag je maximaal 24 uur bewaren.
Waar
Niet waar
Controleer!
Als verpleegkundige ben je verantwoordelijk voor toediening en controle van de voeding. Voordat je de sondevoeding toedient, controleer je:
de soort voeding
de hoeveelheid voeding
het tijdstip
de vervaldatum
hoe de vloeistof eruitziet (er mogen geen klontjes of velletjes in zitten)
eventuele toevoegingen
Algemene aandachtspunten
Ongeopend – huiskamertemperatuur t/m houdbaarheidsdatum
Geopend in koelkast bewaren (Niet langer dan 24 uur) !
Gebruik alleen voorgeschreven sondevoeding
Altijd pak controle (vlokken- beschadiging)
Tijdig vervangen van toebehoren- pompsysteem = iedere 24 uur
Controleer altijd of de sonde goed zit voor je voeding toe gaat dienen!
Medicatie via de sonde
Vraag aan de arts of er alternatieven zijn in de vorm van druppels, suspensies, poeders, zetpil of zalf.
Vermaal geen geneesmiddelen met beschermingslaagje of die vertraagde afgifte hebben. Deze mogen niet worden fijngemalen. De juiste werking gaat hierdoor verloren.
Overleg bij twijfel met de apotheek of het medicijn fijnmalen mag worden.
Vermeng geen medicijnen met sondevoeding.
Als je meer dan één medicijn tegelijk moet gebruiken dien deze dan apart toe. Spuit de sonde tussentijds door met 5ml water.
Spuit de voedingssonde voor én na toediening van elk medicijn door met water (20-30ml).
handboek Enteralia of oralia.nl
Bij verschillende medicijnen, moet je de sonde iedere keer doorspoelen met …. ml water
2 ml
5 ml
10 ml
20 ml
Nog even de aandachtspunten op een rij
Locatie sonde
Fixatie sonde
Doorspoelen sonde
Mondverzorging
Defecatiepatroon
Urineproductie
Controle gewicht
Tot slot
Kijk naar de casus van Dhr Fernandes bij Integratie (G) en maak activiteit 1 en 2
maak daarnaast de kennisopdrachten van het leerpad: Toedienen van sondevoeding (D)
TIP VAN FLIP
bestudeer de Vilans protocollen voor volgende week, dan gaan we weer oefenen in het Skills lokaal!
Zijn er vragen?