Gehandicaptenzorg les 2

Gehandicaptenzorg 






1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

Onderdelen in deze les

Gehandicaptenzorg 






Slide 1 - Tekstslide

Vandaag
  • Je weet wat een beperking is
  • Je kent verschillende soorten beperkingen
  • Je kent een aantal beroepen in de gehandicaptenzorg
  • Je weet wat dagbesteding is en welke activiteiten bij dagbesteding aangeboden worden

Slide 2 - Tekstslide

Soorten beperkingen (handicap)
Lichamelijke beperking
Verstandelijke beperking (geestelijke beperking)
sociale beperking (autisme,
chronische beperking ( diabetes, reuma, kanker etc.)
zintuigelijke beperking ( doof, blind etc.)
niet zichtbare beperkingen

Slide 3 - Tekstslide

Mensen met een meervoudige beperking
Mensen met een meervoudige beperking2 Of meer afzonderlijke beperkingen heeft
 
Iedere beperking afzonderlijk ernstig, omvangrijk en langdurig

Verstandelijk - motorisch
Verstandelijk - autisme
Doofheid - blindheid

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Snoezelen 
Wat is snoezelen?
Kalmerende activiteit
Belevingsgericht
Prikkelt de zintuigen
En voor wie?
Verstandelijke beperking of ouderen met dementie

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Bij een beperking zijn mensen belemmerd in het dagelijks functioneren. wat is een goed voorbeeld ?
A
moeite met huishoudelijke activiteiten
B
moeite met zich verplaatsen
C
moeite met persoonlijke verzorging
D
moeite met contacten leggen

Slide 8 - Quizvraag

Iemand die verlamd is heeft de volgende beperking
A
motorisch
B
ernstige handicap
C
zintuigelijk
D
Autisme

Slide 9 - Quizvraag

Over wat voor soort beperking gaat het? "Iemand kan moeilijk contact maken met anderen"
A
Zintuigelijke beperking
B
sociale beperking
C
Verstandelijke beperking
D
functionele beperking

Slide 10 - Quizvraag

wat is een goed voorbeeld van een beperking?
A
een hartziekte hebben
B
ernstige meervoudige handicap hebben
C
blind zijn
D
lichte vorm van autisme hebben

Slide 11 - Quizvraag

ASS staat voor
A
Algemene sociale stoornis
B
Autisme spectrum stoornis
C
Asociale, spectrum stoornis
D
Autisme, sociale stoornis

Slide 12 - Quizvraag

Als je een visuele beperking hebt dan...
A
Heb je een beperking aan je zicht
B
Heb je een beperking aan je gehoor

Slide 13 - Quizvraag

als je een nier moet missen heb je ook een beperking
A
waar
B
niet waar

Slide 14 - Quizvraag


Welke van onderstaande stellingen over een meervoudige beperking is juist?
A
er is sprake van drie of meer beperkingen
B
bij een meervoudige beperking heb je altijd een verstandelijke beperking
C
een meervoudige beperking is altijd aangeboren
D
er is sprake van 2 of meer beperkingen

Slide 15 - Quizvraag

Meneer Vermeulen is doof. Wat voor soort handicap heeft hij?
A
Auditieve handicap
B
Geestelijke handicap
C
Motorische handicap
D
Visuele handicap

Slide 16 - Quizvraag

Bert heeft visuele problemen, hij is slechtziend. Onder welke doelgroep valt Bert?
A
Cliënten met een zintuigelijke beperking
B
Cliënten met niet- aangeboren hersenletsel
C
Cliënten met een motorische beperking
D
Cliënten met een organische beperking

Slide 17 - Quizvraag

Als een cliënt doof is, is dit een zintuigelijke beperking. Hoe zou je dit nog meer kunnen noemen?
A
visuele beperking
B
geluidsbeperking
C
auditieve beperking
D
waarnemingsbeperking

Slide 18 - Quizvraag

Soorten beperkingen
  • Lichamelijke beperking
  • Verstandelijke beperking
  • sociale beperking

Slide 19 - Tekstslide

Lichamelijke beperking

  • Motorisch
  • zintuigelijke
  • iets aan de organen hebben



Slide 20 - Tekstslide

verstandelijke beperking
als er een een laag IQ is en beperkingen in sociale redzaamheid

Slide 21 - Tekstslide

Sociale beperking

  • Autisme Spectrum Stoornis 

Slide 22 - Tekstslide

0

Slide 23 - Video

Beroepen in de gehandicaptenzorg

Helpende zorg en welzijn niveau 2

medewerker maatschappelijke zorg (begeleider gehandicaptenzorg) niveau 3

persoonlijk begeleider gehandicaptenzorg niveau 4

MBO verpleegkunde


Slide 24 - Tekstslide

Zou jij in de gehandicapte zorg kunnen werken, waarom wel of niet?

Slide 25 - Open vraag

0

Slide 26 - Video

Waarom is een dagbesteding voor mensen met een beperking zo belangrijk?

Slide 27 - Open vraag

Dagbesteding

1. bieden van structuur en ritme

2. het gevoel dat je erbij hoort

3. sociale contacten

4. goed voor het welzijn van mensen

5. zinvolle bijdrage aan maatschappij

6. ontspannen

7. plezier hebben


Slide 28 - Tekstslide

Aanbieden activiteiten

Arbeidsmatige activiteiten:

  • groenvoorziening
  • ambachtelijk werk
  • dienstverlenende werkzaamheden

Zelfzorgactiviteiten ADL HDL

Onspanningsactiviteiten  bv snoezelen

educatieve activiteiten

sport en spel activiteiten


Slide 29 - Tekstslide

aanbieden activiteiten
  • activiteiten zijn een middel om bepaalde   doelen te bereiken
  • wissel de activiteiten af binnen de       dagbesteding

Slide 30 - Tekstslide

Mensen met een ernstige verstandelijke beperking hebben geen dagbesteding nodig
A
Waar
B
Niet waar

Slide 31 - Quizvraag

bij arbeidsmatige dagbesteding worden de cliënten betaald
A
Waar
B
Niet waar

Slide 32 - Quizvraag

Dagbesteding heeft o.a. de volgende doelen
A
prikkelen van zintuigen en geven van een ritme
B
werken voor geld
C
plezier maken , samen activiteiten doen
D
structuur en ritme geven

Slide 33 - Quizvraag

Individuele opdracht 

  1. Mensen met het syndroom van Down hebben de neiging om anderen te imiteren. Bedenkt zelf een voorbeeld waarbij dit negatief kan uitpakken.
  2.  Leg in eigen woorden wat het FAS syndroom inhoud.
  3.  De ouders van een cliënt geven aan nogal laat erachter te zijn gekomen dat hij een verstandelijke beperking heeft. Jouw collega geeft aan dat ontkenning hierbij een rol heeft kunnen spelen. Wat bedoeld je collega hiermee?
  4. Wat bedoelen we met continuïteit en stabiliteit? Waarom is dit belangrijk bij cliënten met een verstandelijke beperking? Licht dit toe. 

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide