Domein A: Cellen staan aan de basis

1 / 68
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3,4

In deze les zitten 68 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 13 videos.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startklaar

Slide 2 - Tekstslide

Startklaar zitten.
A: Cellen staan de basis
A1: Cellen 
A2: Processen in het menselijk lichaam

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik



Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Practicum Microscopie
Inleiding
  • Werken met de microscoop 



  • Werkhouding
  • Opruimen
  • Afsluiting

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Practicum Microscopie
Oefen practicum
  • Werken met de microscoop 
  • Preparaat maken (waterpest)
  • nodig:



  • Werkhouding
  • Opruimen
  • Afsluiting

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Microscoop
Microscoop onderdelen

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Microscopie

Dierlijke & plantaardige cel

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Let op: 
dit is een voorbeeld!
Tekenregels

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maak een foto van je tekening van dierlijke cel

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak een foto van je tekening van plantencel

Slide 11 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Een plantencel heeft:
A
wel een celkern - wel een celwand - wel bladgroenkorrels
B
wel een celkern - wel een celwand - GEEN bladgroenkorrels
C
GEEN celkern - wel een celwand - GEEN bladgroenkorrels
D
GEEN celkern - wel een celwand - wel bladgroenkorrels

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat heeft een plantencel wel en een dierencel niet?
A
Celmembraan, celkern, chloroplasten
B
Chloroplasten, chromosomen, celwand
C
Celwand, chromoplasten, chloroplasten
D
Celkern, celwand, chromoplasten

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

- Dieren hebben veel verschillende ________
- Cellen van mensen hebben                                                 ____________ kenmerken als cellen van dieren.
-De __________  regelt alles wat er in de cel gebeurt.
-Een dierlijke cel bestaat voor een groot deel 
uit _____
-Om de cellen van dieren ligt een _________
Dezelfde 
Celmembraan 
Celplasma
Celkern 
Cellen 

Slide 14 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Middenrif
Buikholte
Borstholte

Slide 15 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Plantencel
Dierlijke cel
Schimmelcel
Bacteriecel

Slide 16 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke onderdelen van de plantencel worden hier aangegeven? 
Celwand
Celkern
Bladgroenkorrel
Cytoplasma
Vacuole

Slide 17 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een wezen dat de levenskenmerken had, maar niet meer heeft.
A
Levend
B
Dood
C
Levenloos
D
Organisme

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn levenskenmerken?
A
hoe groot en zwaar een organisme is
B
kenmerken van een levend organisme
C
de ontwikkeling van een organisme
D
kenmerken van een dood organisme

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is GEEN levenskenmerk?
A
Steeds langer worden
B
Van het dak vallen
C
Naar de tv kijken
D
Boterham eten

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is geen levenskenmerk?
A
Steeds langer worden
B
Van het dak vallen
C
Naar de tv kijken
D
Boterham eten

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is GEEN levenskenmerk?
A
Ademhalen
B
Slapen
C
Groeien
D
Voortplanten

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is GEEN levenskenmerk
A
Ademhalen
B
Groeien
C
Ouder worden
D
Waarnemen

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Leg uit wat een orgaanstelsel is en noem een voorbeeld.

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een levenskenmerk?
A
Praten
B
Verliefd zijn
C
Ademhalen
D
uit eten gaan

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Startklaar

Slide 26 - Tekstslide

Startklaar zitten.
A: Cellen staan de basis
A1: Cellen 
A2: Processen in het menselijk lichaam

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Vandaag gaan we leren: 
  1. Welke processen er in het menselijk lichaam belangrijk zijn
  2. Hoe deze processen in je lichaam werken. 
  3. Herhaling: Wat doen de verschillende organenstelsels?

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik



Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de taak van het bloedvatenstelsel?

Slide 30 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer mag je iets een organisme noemen?

Slide 31 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Video

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 34 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 35 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Herhaling + practicum koolstofdioxide in uitgeademde lucht.

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat leren we vandaag?
  • We leren hoe we koolstofdioxide kunnen aantonen met kalkwater
  • We oefenen met een practicumverslag schrijven

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verbranding en ademhaling
Waar denk je aan bij verbranding? 
Wat is er nodig voor verbranding?

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uitleg
Verteringsstelsel
Ademhalingsstelsel
Bloedvatenstelsel

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3) Demo-practicum
Koolstofdioxide aantonen met helder kalkwater. 

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarin zit meer koolstofdioxide, ingeademde lucht of uitgeademde lucht? Waarom?

Slide 41 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

In welke reageerbuis zit kalkwater? Waarom? (maak foto van de reageerbuizen en voeg het hier toe)

Slide 42 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Verteringsstelsel
Doel van het verteringsstelsel:
Het klein maken van voedsel zodat de voedings-
stoffen opgenomen kunnen worden.

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verschillende verteringsstelsels
- Planteneters hebben een LANG verteringsstelsel
- Vleeseters hebben een KORT verteringsstelsel
- Alleseters hebben een MIDDELLANG verteringsstelsel

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Transport in het lichaam
  • Bloedvatenstelsel
  • Lymfevatenstelsel 

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe vind je de naam van een organisme? DETERMINEREN


Determineren

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Determineren
  • Wat is determineren ook al weer?
  • Welke hulpmiddelen hebben we daar voor?
  • Op basis waarvan determineren we?

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Determineren 

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke 2 stoffen zijn nodig voor de verbranding?

Slide 49 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Met welke stof (welke indicator) kan je koolstofdioxide aantonen?

Slide 50 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Het plantje dat uit de boon groeit wanneer hij water krijgt heet met een andere naam:

Slide 51 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

1

Slide 52 - Video

Deze slide heeft geen instructies

00:48
Waar heb je verbranding in je lichaam voor nodig?
A
je lichaam warm nodig
B
je lichaam afkoelen
C
beweging
D
alles wat in je lichaam nodig

Slide 53 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 54 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Nodig voor fotosynthese
Ontstaat bij fotosynthese
Reactie van fotosynthese

Zuurstof

Koolstofdioxide

Water

Licht

Glucose

Slide 55 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Dierlijk
Plantaardig
Voedingsmiddellen
Hierop worden 
voedingsstoffen vermeld

Slide 56 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Nodig voor verbranding
Over na verbranding
Zuurstof
Koolstofdioxide
Water
(Energie)
Glucose

Slide 57 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Vandaag gaan we leren: 
  1. Welke processen er in het menselijk lichaam belangrijk zijn
  2. Hoe deze processen in je lichaam werken. 
  3. Herhaling: Wat doen de verschillende organenstelsels?

Slide 58 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Schrijf 3 dingen op die
je deze les hebt geleerd

Slide 59 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Stel 1 vraag over iets dat je
deze les nog niet zo goed hebt begrepen

Slide 60 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de afbeelding naar het juiste orgaanstelsel
Ademhalings-
stelsel
Spier
stelsel
botten
stelsel
bloedvaten
stelsel

Slide 61 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 62 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 63 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 64 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 65 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 66 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 67 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 68 - Video

Deze slide heeft geen instructies