Je leert het onderwerp en het thema van een verhaal benoemen
§4 Stijl
Je leert de stijl van een schrijver beschrijven
Je leert figuurlijk taalgebruik herkennen
We starten met enkele opdrachten ww-spelling.
Slide 2 - Tekstslide
Slide 3 - Tekstslide
Oefenen werkwoordspelling - noteer het antwoord in je schrift
Amin weet nog niet wanneer hij zijn opleiding … (afronden).
… (aanvaarden) je het bod van Rex op je iPhone?
Je … (branden) je vingers nog als je niet beter oppast.
Het … (landen) vliegtuig werd onmiddellijk … (omsingelen).
Slide 4 - Tekstslide
Oefenen werkwoordspelling
Amin weet nog niet wanneer hij zijn opleiding afrondt.
Aanvaard je het bod van Rex op je iPhone?
Je brandt je vingers nog als je niet beter oppast.
Het gelande vliegtuig werd onmiddellijk omsingeld.
Slide 5 - Tekstslide
Korte herhaling §1 en §2 - noteer de antwoorden in je schrift
Noem de vier fasen van het conflictmodel
Wat versta je onder een motief in een verhaal?
Noem een voorbeeld van een symbool in een verhaal
Slide 6 - Tekstslide
§3 - Onderwerp en thema -
Onderwerp geeft aan waar het boek over gaat. (Geen bedoeling van de schrijver, één of enkele woorden)
Thema is de kern van het verhaal. Een thema is datgene waarover de auteur je aan het denken zet of waarover hij een bepaalde opvatting heeft. Het draait om iets dat in het verhaal zelf vaak onder het oppervlak verborgen blijft en dat je als lezer er zelf uit moet halen. Het thema gaat dus verder dan het onderwerp van het boek.
Thema: De liefde tussen vader en zoon is onvoorwaardelijk.
Thema: Hoeveel mag je van iemand houden?
Thema: Liefde is uiteindelijk egoïstisch.
Slide 9 - Tekstslide
Onderwerp en thema voorbeeld 2
Onderwerp: Pesten
Thema: Je moet anderen behandelen zoals je zelf behandeld zou willen worden.
Thema: Pesten heeft heel erge gevolgen voor het leven van de gepeste.
Thema: Mensen die pesten zijn heel ongelukkig.
Slide 10 - Tekstslide
1)Klassikaal lezen: tekst 1 t/m 3 (bladzijde 76)
2) Maak opdracht 2, 3 en 4 (blz. 76-79)
3) Klaar? Online huiswerktaak
Slide 11 - Tekstslide
Dinsdag - welkom H3C
Vandaag:
* Dilemma's
* Opdrachten §3 Onderwerp en thema
* §4 Stijl
Slide 12 - Tekstslide
Dilemma op dinsdag!
Slide 13 - Tekstslide
Slide 14 - Tekstslide
Oefenen werkwoordspelling - noteer het antwoord in je schrift
Tessa heeft alles precies goed … (timen), waardoor ze precies op tijd op Schiphol aankomt.
Ik hoorde laatst dat mijn moeder vroeger met mijn docent aardrijkskunde heeft… (daten).
Achmed … (gamen) het liefst elk vrij moment.
Vorige week … (suppen) wij op onze familiedag in Zwolle.
Marnix heeft in het weekend die serie ... (bingewatchen).
Slide 15 - Tekstslide
Oefenen werkwoordspelling - noteer het antwoord in je schrift
Tessa heeft alles precies goed getimed, waardoor ze precies op tijd op Schiphol aankomt.
Ik hoorde laatst dat mijn moeder vroeger met mijn docent aardrijkskunde heeft gedatet.
Achmed gamet het liefst elk vrij moment.
Vorige week supten wij op onze familiedag in Zwolle.
Marnix heeft in het weekend die serie gebingewatcht.
Slide 16 - Tekstslide
1)Klassikaal lezen: tekst 3 t/m 4 (bladzijde 76)
2) Maak opdracht 3 en 4 (blz. 76-79)
3) Klaar? Online huiswerktaak
Slide 17 - Tekstslide
De stijl van een boek -->
De taal die een schrijver gebruikt om het verhaal te vertellen.
- figuurlijk taalgebruik (beeldspraak en stijlfiguren)
- beschrijvingen
- dialoog
- humor, zelfspot, ironie, sarcasme
- woordkeus
- zinsbouw
Slide 18 - Tekstslide
De tekst bestaat uit beeldende beschrijvingen en veel dialogen. Er komt weinig figuurlijk taalgebruik in voor. De auteur wisselt langere zinnen af met korte en gebruikt geen moeilijke woorden. Het verhaal is vlot en met vaart geschreven.
Slide 19 - Tekstslide
Alex Boogers schrijft eenvoudig, recht voor zijn raap, in niet al te lange of ingewikkelde zinnen. Hij is niet van het poëtische taalgebruik of welluidende metaforen, wel van de straattaal. Dat maakt zijn verhaal en personages heel levensecht. Boogers weet de wanhoop en de woede van zijn personages invoelbaar te maken. De urgentie en noodzaak om dit te verhaal te schrijven zijn voelbaar hoog.
Slide 20 - Tekstslide
Slide 21 - Tekstslide
Slide 22 - Tekstslide
Toetsstof fictie
- Alle paragrafen zijn behandeld (§1 t/m § 5)
- Na de vakantie week lezen we klassikaal een kort verhaal
- Op de toets krijg je ook enkele vragen over dit verhaal aan de
hand van de behandelde theorie in bovengenoemde paragrafen