Hoofdstuk 8.2.2 toonhoogte en frequentie

Welkom!
Leuk dat je er bent.

Telefoon in de tas
Pak je Ipad, schrift, geodriehoek, rekenmachine, potlood en pen
Tas op de grond

1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nask / TechniekMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Welkom!
Leuk dat je er bent.

Telefoon in de tas
Pak je Ipad, schrift, geodriehoek, rekenmachine, potlood en pen
Tas op de grond

Slide 1 - Tekstslide

Spoorboekje
Lesdoelen 8.2 
Vragen huiswerk?
Herhalen vorige les
Afsluiten
Huiswerk?



Slide 2 - Tekstslide

Lesdoel voor vandaag:
8.2.1 Je kunt de drie factoren noemen die van invloed zijn op de hoogte van                de toon die een snaar maakt.
8.2.2 Je kunt uitleggen wat de frequentie is van een trilling.
8.2.3 Je kunt in een oscilloscoopbeeld de trillingstijd van een toon bepalen.
8.2. 4 Je kunt berekeningen maken met trillingstijd en frequentie.
8.2.5 Je kunt het frequentiebereik noemen van het menselijk gehoor.
8.2.6 Je kunt het verschil uitleggen tussen ultrasoon en infrasoon geluid. 

Slide 3 - Tekstslide

8.2 Toonhoogte en frequentie

Slide 4 - Tekstslide

Snaarinstrumenten
De hoogte van de toon die een snaar produceert, hangt af van drie factoren:
1  De dikte van de snaar: hoe dikker de snaar, hoe lager de toon;
2  De lengte van de snaar: hoe langer de snaar, hoe lager de         
     toon;
3  De spanning van de snaar: hoe lager de spanning, hoe lager 
    de toon.

Slide 5 - Tekstslide

Frequentie
Met de frequentie van een trilling wordt het aantal trillingen per seconde bedoeld.

1 Hz = 1 trilling per seconde.
Dus 1 volledige trilling in 1 seconde.

Slide 6 - Tekstslide

hoge en lage tonen
Lage tonen hebben een lage frequentie

Hoge tonen hebben een hoge frequentie

Slide 7 - Tekstslide

frequentie 
Het gezoem van een mug klinkt veel hoger dan het gezoem van een bij.
Bij welk insect bewegen de vleugels per seconde het vaakst op en neer?

Slide 8 - Tekstslide

frequentie 
Het gezoem van een mug klinkt veel hoger dan het gezoem van een bij.
Bij welk insect bewegen de vleugels per seconde het vaakst op en neer?

Het hoogste geluid is het geluid met de meeste trillingen per seconde. Omdat de mug het hoogste geluid maakt, bewegen de vleugels van de mug dus ook het snelst.

Slide 9 - Tekstslide

Het frequentiebereik van je gehoor
De meeste mensen van jouw leeftijd horen tonen tussen 
20 en 20 000 Hz. 
Je zegt dat deze tonen binnen het frequentiebereik van je gehoor liggen. Als je ouder wordt, verandert het frequentiebereik van je gehoor. 
Vooral hoge tonen kun je dan minder goed horen.

Slide 10 - Tekstslide

Trillingstijd
De tijd die 1 volledige trilling duurt.

Dus bij een korte trillingstijd heb ik een .............. frequentie?
Bij een korte trillingstijd  heb ik een ............ geluid?

Slide 11 - Tekstslide

verband tussen trillingstijd en frequentie

Slide 12 - Tekstslide

Ultrasoon en Infrasoon geluid
Geluid met een frequentie groter dan 20 000 Hz wordt ultrasoon geluid genoemd. 

Geluid met een kleinere frequentie dan 20 Hz wordt infrasoon geluid genoemd

Slide 13 - Tekstslide

frequentie verdeling

Slide 14 - Tekstslide

Nu jullie!

Slide 15 - Tekstslide

Welke drie factoren zijn van invloed op de hoogte van de toon die een snaar maakt?
A
lengte, dikte, gewicht
B
vorm, gewicht, spanning
C
lengte, dikte, spanning
D
lengte, kleur, gewicht

Slide 16 - Quizvraag

Wat is de definitie van frequentie?

Slide 17 - Open vraag

Bepaal de trillingstijd

Slide 18 - Tekstslide

Wat was de trillingstijd uit
het vorige plaatje?

Slide 19 - Open vraag

In de vorige vraag heb je berekend dat de trillingstijd 0,333 seconde was.
Wat is de frequentie bij deze trillingstijd?

Slide 20 - Open vraag

Wat is het frequentiebereik van een gemiddeld mens?
A
tussen 20 Hz en 20 kHz
B
tussen 20kHz en 100 kHz
C
tussen 2 Hz en 2000 Hz
D
tussen 20 Hpa en 20000 Hpa

Slide 21 - Quizvraag

Leg uit wat infrasoon en ultrasoon geluid is. Wat is het verschil?

Slide 22 - Open vraag

Huiswerk: 8.2 
Niveau HAVO/VWO !

Maken van hoofdstuk 8, paragraaf 2 
de vragen: 6, 7, 8,9, 10, 11 en 12.....

Tot morgen!

Slide 23 - Tekstslide