vermenigvuldigen onder elkaar

1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenISK

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we vandaag doen?
1. Magister  (2 min)
2. Zoek een macht (5 min)
3. Werk in tweetallen (samenwerken) ( 7 min)
4.Studiemeter (zelfstandig werken) ( 30 min)
5. Reflectie (8 min)

Slide 2 - Tekstslide

Wat gaan we vandaag doen?
1. Magister (2 min)
2. Cijfers (8 min)
3.Uitleg (10 min)
4. Opgaven maken (10 min)
5. Studiemeter (20 min)
6. Reflectie (10 min)

Slide 3 - Tekstslide

Wat gaan we vandaag doen?
1. Magister (2 min)
2. Kleine zelfstandige opdracht( 5 min)
3.Uitleg ( 5 min)
4. Opgaven maken (15 min)
5.Studiemeter (25 min)
6.Reflectie( 7 min)

Slide 4 - Tekstslide

Wat gaan we vandaag doen?
1. Magister (2 min)
2. Vakantievragen- in groepjes 
(10 min)
3.Rekenopdrachten-rondlopen
(10 min)
4.LessonUp-Rekenwoorden(20 min)
5. Studimeter -zelfstandig werk 
6. Reflectie ( 5 min)

Slide 5 - Tekstslide

Wat gaan we vandaag doen?
1. Magister
2. Cijfers
3.Samenwerken
Op.42-48, P.159-163 Vooraf
Op.15-19, P.70-73 1F
4.Zelfstandig werken

Slide 6 - Tekstslide

Vermenigvuldigen is ...
A
+
B
-
C
x
D
:

Slide 7 - Quizvraag

Slide 8 - Video

Cijferend vermenigvuldigen

Slide 9 - Tekstslide

Cijferend vermenigvuldigen

Slide 10 - Tekstslide

Cijferend vermenigvuldigen

Slide 11 - Tekstslide

reken uit:
70 x 80 =
A
560
B
5600
C
56000
D
56

Slide 12 - Quizvraag

Reken uit:
4 x 47
A
180
B
188
C
190
D
200

Slide 13 - Quizvraag

Reken uit

25 x 25
A
500
B
525
C
625
D
725

Slide 14 - Quizvraag

Reken uit:
24 x 6 =
A
144
B
246
C
140
D
128

Slide 15 - Quizvraag

reken uit:
52 x 21
A
1092
B
1088
C
1082
D
1098

Slide 16 - Quizvraag

Reken uit: 1224 x 6 =
A
6344
B
7244
C
6344
D
7344

Slide 17 - Quizvraag

reken uit:
44 x 21
A
824
B
934
C
924
D
834

Slide 18 - Quizvraag

Reken uit: 35 x 35 =
A
1215
B
1235
C
1225
D
2225

Slide 19 - Quizvraag

Reken uit: 6 X 28 = .

Slide 20 - Open vraag

Schrijf de keersom op en reken uit
Hoeveel bakjes zijn dit in totaal?

             x               =             bakjes
3
3
6
6
9
9

Slide 21 - Sleepvraag

Schrijf de keersom op en reken uit:
Bart koopt 9 verpakkingen met keukenrollen. Hoeveel rollen koopt Bart in het totaal?

Slide 22 - Tekstslide

Aan een voetbaltoernooi doen 4 teams mee. Elk team heeft 7 spelers. Hoeveel spelers doen er mee aan het voetbaltoernooi?

Slide 23 - Open vraag

Reken uit:
23 x 182 =

Slide 24 - Open vraag

Reken uit
450 x 39 =

Slide 25 - Open vraag

reken uit 284 x 6 =

Slide 26 - Open vraag

Schrijf de keersom op en reken uit
In 1 rolletje zitten 18 snoepjes.

Hoeveel snoepjes heb ik in totaal?

               x               =               Snoepjes
5
6
12
18
60
72
90
108

Slide 27 - Sleepvraag

Fout
v=uTd36lWmY8A/https://www.youtube.com/watch?v=uTd36lWmY8A/www.youtube.com/watch?v=uTd36lWmY8A

Slide 28 - Tekstslide