Unit 4: lesson 2- Adjectives and Adverbs

3H1
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

3H1

Slide 1 - Tekstslide

Today's program
Introduction (1 min)
Taalmoment (5 min)
Lesson goal (2 min)
Grammar: adjectives and adverbs (15 min)
Individual work (20 min)
Evaluation (5 min)

Slide 2 - Tekstslide

Taalmoment
Pak je leesboek en ga in stilte 5 minuten lezen. 
timer
5:00

Slide 3 - Tekstslide

Lesson Goals
-I know the infinitive, past simple and past participle of irregular verbs.

-I can indicate the difference between an adjective and an adverb
-I can make sentences using adjectives and adverbs

-I can explain the difference between an adjective and adverb.
-I can use the adjective and adverb in a sentence correctly.


Slide 4 - Tekstslide

Recap: Past Perfect

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

🇬🇧 Past Simple 

🇳🇱 Verleden Tijd


ww+ed

(irr. verb = 2e vorm)



I saw him yesterday.



🇬🇧 Past Perfect

🇳🇱 Voltooid Verleden Tijd




🇬🇧 Past Simple 
🇳🇱 Verleden Tijd

ww+ed
(irr. verb = 2e vorm)

He arrived to the train station.


I decided to walk home.
🇬🇧 Past Perfect 
🇳🇱 Voltooid Verleden Tijd

had + ww+ed
(irr. verb = had + 3e vorm)

When he arrived to the train station the train had left.

I had lost my bike key so I decided to walk home.


The Past Perfect shows what happened first in the past.

Slide 7 - Tekstslide

Practise more
The following slide gives you a few extra exercises to work on. In these exercises you will have to fill in the past perfect and past simple.

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Link

I can explain when en how to use the past perfect.
😒🙁😐🙂😃

Slide 10 - Poll

Adjectives and Adverbs

Slide 11 - Tekstslide

ADJECTIVES + ADVERBS

Slide 12 - Tekstslide

Adjectives = bijv nw
Een bijvoeglijk naamwoord gebruik je om iets of iemand 
te omschrijven. Een bijvoeglijk naamwoord wordt vaak gevolgd door een zelfstandig naamwoord.

That is an amazing girl.
We all love that funny movie.
I think he is a terrible teacher.


Slide 13 - Tekstslide

Adverb = bijwoord
Een bijwoord gebruik je om aan te geven HOE iemand iets doet. Een bijwoord omschrijft vaak een werkwoord, maar ook een ander bijwoord, een bijvoeglijk naamwoord of de hele zin.
                                                                                    Mary sings wonderfully.
                                                     My grandparents talk incredibly loudly.
                            I am eating an amazingly delicious steak right now.
                                                         Hopefully, she will call me back later.


Slide 14 - Tekstslide

Uitzonderingen:


good - well
quite - quite
fast - fast
hard - hard
long - long

Slide 15 - Tekstslide

DUS...

Ron is a careful driver.

Ron drives carefully.

Slide 16 - Tekstslide

I can explain the difference between an adjective and adverb.
😒🙁😐🙂😃

Slide 17 - Poll

Slide 18 - Link

I can use the adjective and adverb in a sentence correctly.
😒🙁😐🙂😃

Slide 19 - Poll

Practice time
On page 147-149
Exercise: 17-18-19
timer
10:00

Slide 20 - Tekstslide