Les 6: Leefstijlprogramma

Les 6: 
Deel 1
45 minuten
1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Les 6: 
Deel 1
45 minuten

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aanwezigheidsregistratie
Aanwezigheid zal door de docent geregistreerd worden. Aanwezigheid kan meerdere malen tijdens de les worden gedaan. Bij vroegtijdig verlaten van de les, zonder geldige reden, zal je op 'ongeoorloofd afwezig' staan.



Ben je te laat? Geef dit dan door aan het einde van de les aan de docent. Dit is jouw verantwoordelijkheid.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma deel 1 en deel 2
  1. Verwachtingen
  2. Lesdoelen
  3. Terugblik: Medicatie
  4. Theorie: Comorbiditeit, dubbeldiagnose, triple diagnose en multi- morbiditeit
  5. Opdracht: Pitch
  6. Deel 2: begrippen check
  7. Theorie
  8. Film met vragen
  9. Lesdoelen check

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen
Na de les kun je eigen woorden de volgende termen uitleggen en eventuele bijkomende problematiek toelichten: 
comorbiditeit 
multimorbiditeit 
dubbeldiagnose 
triple diagnose


Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblikken om vooruit te kunnen kijken ;) 
  • Wat is je bijgebleven van de vorige les? 
  • Heb je nog vragen? 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Inleiding
Wanneer er sprake is van twee of meer stoornissen, aandoeningen of ziekten, ontstaat er een complex beeld. 
De ene aandoening veroorzaakt of draagt bij aan de ontwikkeling van een andere aandoening. Maar een cliënt kan ook kampen met meerdere, losstaande aandoeningen, stoornissen en ziekten. 
Deze zijn dan niet aan elkaar gerelateerd, maar hebben uiteraard wel invloed op elkaar.



Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Comorbiditeit 

Dit betekent dat één persoon twee of meer aandoeningen heeft en dat deze aandoeningen aan elkaar gerelateerd zijn. 

De ene aandoening veroorzaakt de andere, of ze worden allemaal veroorzaakt door eenzelfde onderliggende factor. 
Zo komt een depressieve stemmingsstoornis vaak samen voor met een angststoornis.

 


Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Dubbeldiagnose
De term wordt gebruikt om een specifieke combinatie van aandoeningen aan te geven, namelijk een psychische stoornis in combinatie met een verslaving. 
Bijvoorbeeld een angststoornis en een cocaïneverslaving. Ook hier zijn de aandoeningen aan elkaar gerelateerd, want het is vaak onduidelijk wat er eerst was: leidde de verslaving tot psychische problemen, of raakte een cliënt verslaafd doordat hij psychische problemen had? Beide problemen zijn verweven, versterken elkaar en maken behandeling complexer. 



Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Triple diagnose
Dit staat voor de combinatie van een psychische stoornis, verslaving en een licht verstandelijke beperking die vaak gelijktijdig voorkomen en de behandeling en begeleiding erg lastig maken. Het is een stap verder dan 'dubbele diagnose'

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Multimorbiditeit: 
de aanwezigheid van twee of meer chronische aandoeningen/ziekten waarbij de ene aandoening niet méér centraal staat of belangrijker is dan een andere.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Is de lesstof opgeslagen? 
Een aantal vragen ter bevordering van onthouden van de theorie van zojuist!

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat wordt bedoeld met comorbiditeit?
A
Het is hetzelfde als een dubbeldiagnose.
B
Het is hetzelfde als een triple diagnose.
C
Het is een diagnose waarbij er één of meer chronische aandoeningen zijn gediagnosticeerd.
D
Een persoon die twee of meer aandoeningen heeft en deze aandoeningen zijn aan elkaar gerelateerd

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij multi-morbiditeit gaat het altijd om meerdere ziekten, die allemaal chronisch zijn
A
waar
B
niet waar

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Multi-morbiditeit is makkelijk te behandelen
A
waar
B
niet waar

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht in viertallen:
Zoek de comorbiditeit en multimorbiditeit voor je doelgroep op. 
Pitch jullie uitkomsten klassikaal (max 3 min)
timer
15:00
Groepje 1:
LVB
Groepje 2:
Ouderenzorg
Groepje 3:
Jeugdzorg
Groepje 4:
Dak- en thuislozen
Groepje 5:
Asielzoekers

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen check
Door de vragen en de opdracht weet je nu meer over:

- het begrip comorbiditeit
- wat een dubbeldiagnose inhoud
- wat is de betekenis van het begrip multi-morbiditeit



Slide 18 - Tekstslide

Je kunt de studenten laten dobbelen met een dobbelsteen of de studenten een nummer laten trekken.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les 6: 
Deel 2

45 minuten

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma deel 1 en deel 2
  1. Verwachtingen
  2. Lesdoelen
  3. Terugblik
  4. Theorie: Voorlichting, advies en psycho-educatie
  5. Lesdoelen check

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen
Na de les:
- Kun je aangeven wat voorlichting, advies en psycho-educatie inhoudt.
- Weet je de aandachtspunten bij het geven van advies, voorlichting en psycho-educatie.
-Kun je benoemen waaraan voorlichtingsmateriaal moet voldoen.
- Kun je benoemen waaraan een goede voorlichting moet voldoen.


Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nut en relevantie
Als begeleider zul je zeer geregeld voorlichting, advies of psycho-educatie geven aan cliënten en hun naastbetrokkenen. Dat heeft als doel de gezondheid van de cliënt te bevorderen of in stand te houden. 
Je geeft bijvoorbeeld uitleg over bepaald gedrag en de gevolgen daarvan, of vertelt waarom en hoe je specifieke handelingen verricht. 
Een specifiek advies kan ervoor zorgen dat de cliënt een ongezonde gewoonte verandert. 

Met psycho-educatie probeer je een cliënt en zijn naastbetrokkenen meer kennis over zijn stoornis of aandoening bij te brengen, zodat hij leert hoe hij hiermee om kan gaan en hoe naastbetrokkenen de cliënt daarbij kunnen ondersteunen.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorlichting
Voorlichting heeft als doel om de cliënt en zijn naastbetrokkenen kennis bij te brengen. Je kunt de cliënt bijvoorbeeld voorlichten over welke handelingen je bij hem verricht of gaat verrichten. Dat is bijvoorbeeld wanneer een cliënt zich niet zelfstandig kan aankleden en jij dit overneemt. Het is dan prettig als je de cliënt precies vertelt wat je gaat doen.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bij welke voorlichting ben jij wel eens geweest?

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarover zou jij heel goed voorlichting kunnen geven?

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Methodisch voorlichting geven
Het geven van voorlichting is een methodisch proces

Dit proces heeft drie fasen: 
  • de voorbereidingsfase, 
  • de uitvoeringsfase en 
  • de evaluatiefase.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbereidingsfase
Het is van belang dat je weet aan wie je voorlichting geeft. Op die manier kun je passende informatie verstrekken. Een cliënt en naastbetrokkenen leren het meest van je voorlichting, wanneer je je in hun situatie verplaatst.  

In de voorbereidingsfase verzamel je dan ook de benodigde achtergrondinformatie.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uitvoeringsfase
Geven van voorlichting.
 Zorgen voor: 
 Gunstige omstandigheden (externe factoren). 
Nagaan of de cliënt en eventueel naastbetrokkenen aandacht hebben voor het onderwerp van de voorlichting. 

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De 5 B’s kunnen je ook helpen bij het uitvoeren van een voorlichtingsgesprek:
  • Belangrijk: sluit aan bij de voorkennis, interesses, doelen en het begripsniveau van de cliënt en eventueel naastbetrokkenen.
  • Bruikbaar: geef concrete informatie en sluit aan bij de leefstijl en het dagelijkse leven van de cliënt en eventueel naastbetrokkenen.
  • Begrijpelijk: geef heldere, eenvoudige informatie, gebruik dus geen ingewikkelde termen of beroepsbegrippen. Maar maak het ook niet té simpel.
  • Boeiend: gebruik vergelijkingen, geef herkenbare voorbeelden.
  • Beklijvend: bied structuur in het voorlichtingsgesprek. 

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Evaluatiefase
In de evaluatiefase ga je na of de voorlichting nuttig en helder was. Dit doe je samen met de cliënt en eventueel naastbetrokkenen, je wil weten hoe hij jouw voorlichting heeft ervaren en of je doel behaald is. 

Evalueren is een belangrijk leermoment voor de toekomst. Je kunt namelijk alle verbeterpunten meenemen voor de volgende keer dat je voorlichting geeft.

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer ik voorlichting zou geven, maak ik gebruik van materialen
A
Ja
B
Nee
C
Nee, dit mogen de cliënten zelf opzoeken
D
Ja, maar ik zou niet weten welke materialen

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Voorlichtingsmateriaal
Het kan voorkomen dat een goed voorbereid, duidelijk voorlichtingsgesprek genoeg is om de cliënt en naastbetrokkenen te informeren over een bepaald onderwerp. Maar soms zul je ook gebruik willen maken van ondersteunende middelen om de voorlichting begrijpelijker of beter te maken. Als je voorlichtingsmateriaal in wilt zetten, moet dit dus helpen om de informatie te onthouden en te begrijpen.

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Adviseren
Bij het geven van advies doe je een voorstel voor een specifieke handelings- of zienswijze om een bepaald doel te bereiken. 
Advies geven is maatwerk. Het gaat altijd om de specifieke situatie van de cliënt.
Je adviseert een mantelzorger bijvoorbeeld hoe hij het best met zijn naaste met een stoornis om kan gaan. Of je geeft bijvoorbeeld advies bij het maken van een afgewogen keuze. Je geeft dan deskundig advies in de vorm van suggesties, raad en tips.


Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verschil tussen advies en voorlichting geven
Het gaat bij advisering meer dan om alleen informatie geven. Adviseren is meer sturend dan het geven van voorlichting. 
Maar het is uiteraard ook vrijblijvend, de cliënt of naastbetrokkene hoeft niks te doen met je advies. 

Heb jij wel eens advies naast je neergelegd?

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Psycho-educatie
Is een specifieke vorm van voorlichting en advies geven. 
Bij psycho-educatie geef je uitleg over een bepaald ziektebeeld.
Het is een noodzakelijk startpunt en een doorlopend onderdeel van (bijna) elke psychische behandeling.

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Doel van psycho educatie
- om de cliënt kennis, vaardigheden en vertrouwen te geven in het omgaan met zijn aandoening, stoornis of beperking. 

- In de meeste gevallen zijn de naasten betrokken bij psycho-educatie, zodat ook zij het gedrag of de symptomen beter kunnen plaatsen. Ook weten zij op die manier beter wat ze kunnen verwachten en ontstaat er vaak meer begrip voor de situatie van de cliënt. 

- Daarbij worden vaak ook handelingsadviezen gegeven voor de omgang met de cliënt.

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies