Prepositions of place


Prepositions of place
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les


Prepositions of place

Slide 1 - Tekstslide

3 pagina's uitleg
The most common prepositions of place
In = in een (gesloten) ruimte of locatie
I am in the classroom. He is in space.
On = op een oppervlakte of openbaar vervoer
My cat Raja eats dinner on the table. Mum is on the roof.
At = op een specifieke plaats of locatie
Today, I am at school. She usually meets her boyfriend at the cinema.

Slide 2 - Tekstslide

Openbaar vervoer:
in = je moet zitten (taxi)
on = je hoeft niet perse te zitten (bus, plane)
Other prepositions of place
next to / beside = naast
I sit next to my friend in class.

behind = achter
Our other friend sits behind us.

in front of = voor
The teacher is standing in front of the board.

Slide 3 - Tekstslide

Under / Over = het bedekt iets anders
Between = tussen 2 dingen
Among = tussen meer dan 2 dingen
Other prepositions of place
under/below = onder.
My legs are under the table.  (bedekt)
Classroom 114 is below room 216. (lager dan)

over/above = boven
She held the umbrella over her head. (bedekt)
I walked a path above the lake. (hoger dan)

Between/among = tussen
I sam him among the crowd. (meer dan 2)
My house is between two other houses. (2)

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1.1) The ball is rolling ___ the grass.
A
in
B
on
C
at

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

1.2) I always hang out with my friends ___ school.
A
in
B
on
C
at

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

1.3) The janitor is ___ the roof to repair it.
A
in
B
on
C
at

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

1.4) I left my book ___ the classroom.
A
in
B
on
C
at

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

2.1) I couldn't find my keys, they were ___ my bag.
A
under
B
over
C
between
D
above

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

2.2) My cat likes to hide ___ the bed.
A
over
B
under
C
between
D
among

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

2.3) The goal is ___ those two trees over there.
A
below
B
above
C
between
D
among

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

2.4) The helicopter flew ___ our heads.
A
under
B
between
C
over
D
in front of

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

2.5) He was chosen to be the best singer ___ the thousands of contestants.
A
between
B
among
C
under
D
above

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies