Balans, liquiditeitsbegroting en resultatenbegroting

Test Balans, liquiditeitsbegroting en resultatenbegroting 
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
ANT2+Middelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Test Balans, liquiditeitsbegroting en resultatenbegroting 

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen
Je weet voor jezelf of je een balans, een resultatenbegroting en een liquiditeitsbegroting kan opstellen 

Slide 2 - Tekstslide

1e ronde: 4 keer swipen

Slide 3 - Tekstslide

Balans
Resultaten
overzicht
Liquiditeits-overzicht
Ontvangsten
Bezittingen
Opbrengsten
Vermogen
Kosten
Uitgaven

Slide 4 - Sleepvraag

Kosten
Opbrengsten
geen kosten of opbrengsten
Loonkosten
Omzet
Afschrijving
Aflossing
Interestkosten
Huurbetaling
BTW

Slide 5 - Sleepvraag

Brutowinst
Bedrijfskosten
Inkoopwaarde
Nettowinst
Omzet

Slide 6 - Sleepvraag

Een rijwielhandelaar verkoopt een fiets voor € 250,-.
De inkoopprijs van de fiets is € 170,-.   De btw is 21%.
De bedrijfskosten zijn € 2.500,- Hij verkoopt 100 stuks. 
Vul het schema in en bereken de brutowinst en de nettowinst.
_____________________________
_____________________________
Omzet
Inkoopwaarde

Brutowinst
Bedrijfskosten
Nettowinst
€ 2.500,-
€ 17.000,-
€ 25.000,-
€ 8.000,-
€ 5.500,-

Slide 7 - Sleepvraag

2e ronde: multiple choicevragen

Slide 8 - Tekstslide

Neem je de btw op in je liquiditeitenbegroting?
A
JA
B
NEE

Slide 9 - Quizvraag

Waardoor gaan de meeste startende ondernemers failliet?
A
Te weinig ervaring
B
Te weinig klanten
C
Te veel kosten
D
Slechte liquiditeit

Slide 10 - Quizvraag

Wat staat er op een liquiditeitsbegroting?
A
Kosten en opbrengsten
B
Kosten en ontvangsten
C
Uitgaven en opbrengsten
D
Uitgaven en ontvangsten

Slide 11 - Quizvraag

De resultatenbegroting is altijd inclusief BTW
A
Juist
B
Onjuist

Slide 12 - Quizvraag

Een resultatenrekening of winst & verliesrekening geeft inzicht in:
A
Ontvangsten en uitgaven
B
Opbrengsten en kosten
C
Bezittingen en vermogen

Slide 13 - Quizvraag

Te betalen BTW staat
A
Op de balans en de resultatenrekening
B
Op de balans
C
Op de resultatenrekening
D
Op geen van beiden

Slide 14 - Quizvraag

3e ronde: toepassingsvragen

Slide 15 - Tekstslide

Afschrijvingen staan op
A
Op de balans en de resultatenrekening
B
Op de liquiditeitenrekening
C
Op de resultatenrekening
D
Op de balans en de liquiditeitenrekening

Slide 16 - Quizvraag

Mijn loon is betaald op 30 augustus 2025 en dat zie ik terug op dit overzicht van het café waar ik werk
A
Op resultatenrekening van augustus
B
Op de liquiditeiten-rekening van augustus
C
Op de resultaten-begroting van augustus
D
Op de liquiditeits-begroting van augustus

Slide 17 - Quizvraag

Vicco bv leende € 5.000 van Bram bv. Hoe komt dit in de financiële overzichten terug:
A
Vicco bv: Bram is debiteur Bram bv: Vicco is crediteur
B
Vicco bv: Bram is crediteur Bram bv: Vicco is crediteur
C
Vicco bv: Bram is debiteur Bram bv: Vicco is debiteur
D
Vicco bv: Bram is crediteur Bram bv: Vicco is debiteur

Slide 18 - Quizvraag

De verzekeringspremie over 2025 is betaald op 28 dec. '24. Op welke rekening verschijnt dat?
A
Op de resultaten-rekening van 2025
B
Op de liquiditeits-rekening van 2024
C
Op de resultaten-rekening van 2024
D
Op de liquiditeits-rekening van 2025

Slide 19 - Quizvraag

De lening over 2024 wordt terugbetaald op 1 jan. '25. In welke financiële overzichten verschijnt dat diezelfde dag?
A
Op de resultaten-rekening van 2025
B
Op de liquiditeits-rekening van 2024
C
Op de resultaten-rekening van 2024
D
Op de liquiditeits-rekening van 2025

Slide 20 - Quizvraag

De lening van de Rabobank over 2024 wordt per Rabobank terugbetaald op 31 dec. '24. Wat gebeurt er op de balans?
A
Vreemd vermogen daalt, bank ook
B
Vreemd vermogen stijgt, bank ook
C
Eigen vermogen daalt, bank ook
D
Vreemd vermogen daalt, bank stijgt

Slide 21 - Quizvraag

Meubelwinkel zithopper koopt 25 banken in voor € 25.000 contant. Wat gebeurt er op welke financiële rekening?
A
Balans voorraden + 25K Balans kas -25K
B
Balans voorraden + 25K Balans bank -25K
C
Balans voorraden + 25K Balans eigen verm. -25K
D
Balans voorraden + 25K Crediteuren +25K

Slide 22 - Quizvraag

Meubelwinkel zithopper koopt 25 banken in voor € 25.000 op rekening. Wat gebeurt er op welke financiële rekening?
A
Balans voorraden + 25K Balans kas -25K
B
Balans voorraden + 25K Balans bank -25K
C
Balans voorraden + 25K Balans eigen verm. -25K
D
Balans voorraden + 25K Crediteuren +25K

Slide 23 - Quizvraag

Meubelwinkel zithopper verkoopt diezelfde 25 banken voor € 30.000 op rekening. Wat gebeurt er op welke financiële rekening?
A
Balans voorraden - 25K EV + 5K debiteuren + 30K
B
Balans voorraden + 25K EV - 30K debiteuren + 30K
C
Balans voorraden + 25K EV + 5K debiteuren - 30K
D
Balans voorraden - 25K EV + 5K crediteuren + 30K

Slide 24 - Quizvraag

Meubelwinkel zithopper verkoopt diezelfde 25 banken voor € 30.000 op rekening. Wat gebeurt er op de resultatenrekening?
A
Resultatenrekening, inkoopwaarde € 25.000
B
Resultatenrekening, inkopen € 25.000
C
Resultatenrekening, inkoopwaarde € 25.000 en winst € 5.000
D
Resultatenrekening, inkopen € 25.000 en winst € 5.000

Slide 25 - Quizvraag

Ik heb het idee dat ik wel snap wat het verschil is tussen een liquiditeitsbegroting en een resultatenbegroting
A
JA
B
NEE

Slide 26 - Quizvraag