Delen 1

Wat is delen?

Delen betekent: eerlijk verdelen.


Je verdeelt iets in gelijke groepjes.


Voorbeeld: 8 snoepjes en 2 kinderen.

Elk kind krijgt 4 snoepjes.

1 / 19
volgende
Slide 1: Slide
newEditorRekenenISK

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Wat is delen?

Delen betekent: eerlijk verdelen.


Je verdeelt iets in gelijke groepjes.


Voorbeeld: 8 snoepjes en 2 kinderen.

Elk kind krijgt 4 snoepjes.

Gebruik echte voorwerpen of tekeningen: 8 blokjes, verdeeld over 2 groepjes.

Delen stap voor stap

Deze les is voor ISK leerlingen route 1. Houd taal eenvoudig, spreek langzaam en wijs steeds de rekentekens aan.

Lesdoel

Ik kan eenvoudige deelsommen begrijpen en oplossen.

Deze slide heeft geen instructies

Zo pak je een deelsom aan

  1. Kijk naar het eerste getal: hoeveel dingen zijn er?

  2. Kijk naar het tweede getal: hoeveel groepjes maak je?

  3. Verdeel eerlijk.

  4. Tel hoeveel er in elk groepje zit.

Gebruik steeds dezelfde woorden: dingen, groepjes, eerlijk verdelen, in elk groepje.

De tekens bij delen

  • : betekent delen

  • = betekent is

  • Bij delen kijk je: hoeveel in elk groepje?


Voorbeeld:

8 : 2 = 4 het quotiënt.

Noem ook hardop: acht gedeeld door twee is vier.

Eerst verdelen, dan rekenen

Bij een deelsom kun je eerst denken aan groepjes.


6 : 3 = 2

  • 6 dingen

  • 3 groepjes

  • 2 in elk groepje

Teken 6 rondjes en zet ze in 3 groepjes. Laat zien dat elk groepje 2 krijgt.

Voorbeeld: 14 : 2

Je hebt 14 ballen.

Je maakt 2 groepjes.


Verdeel eerlijk.

Dan krijg je:

14 : 2 = 7

Teken 14 stippen in 2 kolommen of gebruik fiches.

Voorbeeld uit het dagelijks leven

Er zijn 10 appels.

Je verdeelt ze over 5 kinderen.


10 : 5 = 2


Elk kind krijgt 2 appels.

Koppel aan herkenbare situaties: fruit, pennen, stoelen, leerlingen.

Delen en vermenigvuldigen

Delen en vermenigvuldigen horen bij elkaar.


Als 3 × 4 = 12,

dan is 12 : 3 = 4

en 12 : 4 = 3.


Zo kun je een deelsom controleren.

Benadruk de omkeerrelatie. Dat helpt leerlingen die tafels al een beetje kennen.

Voorbeeld: 12 : 3

Je hebt 12 koekjes.

Je maakt 3 groepjes.


In elk groepje komen 4 koekjes.

Dus:

12 : 3 = 4

Laat leerlingen zien dat 3 groepjes van 4 samen weer 12 zijn.

Deelsommen tot 20

  • 4 : 2 =

  • 9 : 3 =

  • 12 : 4 =

  • 15 : 5 =

  • 20 : 5 =

Lees elke som samen hardop. Laat leerlingen patronen zien met tafels 2, 3, 4 en 5.

Wat betekent delen?

A

eerlijk verdelen

B

optellen samen

C

meer maken

D

aftrekken weg

Sluit aan bij slides 2-5. De afleiders zijn andere rekenbewerkingen of vage betekenissen die leerlingen kunnen verwarren.

Vul de goede woorden in

Bij delen ga je eerlijk verdelen. Je maakt gelijke groepjes. Bij 10 : 5 = 2 krijgt elk kind 2 appels.

eerlijk verdelen
groepjes
2
3
optellen
totaal
kinderen

Herhaal de kernwoorden uit de eerste uitleg: eerlijk verdelen, groepjes, uitkomst in elk groepje.

Nog meer voorbeelden

  • 16 : 4 =

  • 18 : 3 =

  • 20 : 2 =

  • 10 : 10 =

  • 5 : 1 =

Besteed kort aandacht aan delen door 1 en een getal delen door zichzelf.

Welke deelsom hoort bij 3 × 4 = 12?

A

12 : 4 = 3

B

4 : 12 = 3

C

12 : 3 = 12

D

3 : 4 = 12

Test de omkeerrelatie uit slide 6 en de voorbeelden tot 20 uit slides 7-11.

Maak de tekst compleet

Bij 14 : 2 kijk je eerst naar het eerste getal. Dat is het totaal. Daarna maak je 2 groepjes. In elk groepje zitten dan 7 ballen.

eerste getal
totaal
2 groepjes
antwoord
3 groepjes
tweede getal
gelijke

Sluit aan bij slide 8 en voorbeeld 14 : 2 op slide 9. De juiste volgorde is belangrijk.

Woorden bij rekenen

delen - eerlijk verdelen

groepje - een kleine groep

gelijk - evenveel

totaal - alles samen

som - rekentaak met getallen

antwoord - de uitkomst

Lees de woorden eerst voor en laat leerlingen nazeggen. Verbind elk woord aan een voorbeeld.

Wat heb jij vandaag geleerd over delen?

Deze slide heeft geen instructies

Hoe voel jij je nu over deelsommen?

Deze slide heeft geen instructies