In deze les zitten 15 slides, met interactieve quiz en tekstslides.
Lesduur is: 80 min
Dit is niet oké
Onderdelen in deze les
Wat doen we vandaag?
Vragen grammatica?
Bespreken opdr. 8 en 9
Vertalen tekst
Slide 1 - Tekstslide
Vragen Grammatica?
Slide 2 - Open vraag
Geen vragen (meer)?
Pak maar een blaadje...
Slide 3 - Tekstslide
Boeken: Argo, 5e leerjaar
Pharos Grammatica
Woordenboek naar keuze
Slide 4 - Tekstslide
Encheiridion
Blz. 6 t/m 18,
Opdr. 8 en 9.
Slide 5 - Tekstslide
Opdracht 1
Stoïcisme wordt ook wel een crisisfilosofie genoemd, omdat het leert hoe mensen om kunnen gaan met een persoonlijke of algemene crisis in hun leven. Als er zich een algemene crisis voordoet zoals de coronapandemie of een oorlog, dan gaan mensen op zoek naar een manier om staande te blijven. De Stoa leert dat uitbreken van rampen buiten onze macht ligt, dat we er toch niets aan kunnen veranderen en dus beter kunnen leren om ermee om te gaan en zo innerlijke rust te vinden.
Slide 6 - Tekstslide
Opdracht 2
Zowel in het christelijke geloof als in de filosofie van de Stoa denkt men dat de wereld bestuurd wordt door (een) God, door het Goddelijke. De Stoa noemt het goddelijke de Λόγος.
Slide 7 - Tekstslide
Opdracht 3
- het stoïcisme heeft volgens mij een negatieve kijk op de mens, de hond (de mens) zit vast aan de riem (zijn lot) en wordt meegetrokken door zijn baas (het goddelijke, de Λόγος), ook als hij niet wil.
- Of: het stoïcisme heeft volgens mij een positieve kijk op de mens, omdat de hond (de mens) geleid door het lot, zich kan voortbewegen binnen de speelruimte die de riem (het lot) biedt.
- Of: allebei, dus neutraal: Het lot overkomt je en je hebt het niet in je macht.
Slide 8 - Tekstslide
Opdracht 4a
a. Respectievelijk in het midden en rechts, bijna tegen de pilaar.
b. De middelste, want hij biedt een kroon aan.
c. Roxane, de Perzische prinses
d. Ze is wel erg blank, terwijl ze zeer waarschijnlijk een Perzisch/Oosters uiterlijk had.
Slide 9 - Tekstslide
Opdracht 4b
b. Bij alle drie deze schrijvers komt naar voren dat zij het belangrijk vinden om je op jezelf en je eigen aandacht te richten. Dat is immers waar je volgens hen wél macht over hebt.
c. Eigen verwerking. Bijvoorbeeld:
De filosoof Nietzsche spreekt mij het meest aan, omdat hij duidelijk maakt dat je je geen zorgen moet maken om de dingen die om je heen gebeuren omdat je ze toch niet kunt veranderen.
Slide 10 - Tekstslide
Opdracht 5
Slide 11 - Tekstslide
Opdracht 7
a. Epictetus kiest ervoor om te beginnen met definities.
b. Epictetus licht eerst toe hoe het zit met de dingen die in onze macht liggen. Daarna noemt hij de eigenschappen van dingen die niet in onze macht liggen. Dus eerste het goed, dan het foute.
Slide 12 - Tekstslide
Opdracht 8
a.
Slide 13 - Tekstslide
Opdracht 9
a. r.1 μέν ... δὲ ...
b. r.6 οὖν
c. μέν ... δὲ ... kan betekenen: aan de ene kant.... (maar) aan de andere kant/enerzijds ... (maar) anderzijds οὖν bijvoorbeeld: kortom/dus samengevat [vergelijk het Duitse 'also' of het Latijnse 'ergo']