FR_P2_MYP3 - Cours 2 20251217 Noël

1 / 54
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 54 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startklaar
Enlevez votre manteau. 
Mettez votre téléphone portable dans votre sac à dos.
Écouteurs dans vos sacs à dos.
Posez vos sacs à dos par terre.
Posez votre ordinateur portable ouvert sur la table.
Mettez votre matériel scolaire sur la table.
timer
5:00

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welkom bij VAK
Unit 2: Do you like traditions?/
Aimes-tu les fêtes et les traditions? 
Learner Profile: ....
Reflective/ Reflectief
ATL: ....
Organisation/ Reflection
Related concepts: ....
Context and Purpose
Key concept: ....
Culture encompasses a range of learned and shared beliefs, values, interests, attitudes, products, ways of knowing and patterns of behaviour created by human communities. The concept of culture is dynamic and organic.
Statement of Inquiry : The purpose of traditions depends on the different philosophies, ways of life, and beliefs within a specific cultural context.
Global context: ....
Personal & cultural expression

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma
  • Voorkennis/ Connaissances préalables 
  • Leerdoelen opstellen/ Objectifs d’apprentissage
  • Instructie/ Instructions
  • Aan de slag/ Connaissance d'aujourd'hui
  • Reflectie en leerdoelen check/ Réflexion et vérification des objectifs d'apprentissage

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overzicht periode 3
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Quelles sont les fêtes que nous célébrons?
What are the holidays we celebrate?


Comment Noël est célébré en France?  

How do Christmas is celebrate in France?
Comment célèbres-tu ton anniversaire?How do you celebrate your birthday?
Qu'est-ce que tu manges lors d'une fête?
What do you eat at a party?


Comment identifions-nous la culture avec les fêtes?
How do we identify culture with holidays?

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Écris 2 mots, en français, que tu connais sur le thème des fêtes.
Schrijf 2 woorden, in het Frans, die je kent over het thema: feesten.

Slide 6 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

un festival
La fête
un déguisement
un anniversaire
un repas
Het feest
een kostuum
een verjaardag
een maaltijd
een festival

Slide 7 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

les vêtements
un cadeau
Pâques
Noël
une tradition
een cadeau
Pasen
Kerstmis
een traditie
de kleding

Slide 8 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vocabulaire
La fête
Het feest
La nourriture
Het eten
Les vêtements
De kleding
Noël
Kerstmis
Pâques
Pasen
un anniversaire
Een verjaardag
un cadeau
Een cadeau

Slide 9 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Vocabulaire
Un déguisement
Een kostuum
Un festival
Een festival
Un gâteau
Een taart
Un repas
Een maaltijd
Un rituel
Een ritueel
Une carte
Een kaart
une tradition
Een traditie

Slide 10 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Leerdoelen
  • Je connais le vocabulaire de Noël./ Ik ken de kerstwoordenschat.
  • Je sais comment on fête Noël en France./ Ik weet hoe men Kerstmis in Frankrijk viert.

 
 

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Quand tu penses à Noël en France,
à quoi penses-tu?

Slide 12 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

           Vidéo : Noël en France
Aujourd'hui on va regarder une vidéo à propos de Noël en France.

Regarde la vidéo.
Écris les mots clés.

Qu'est-ce que tu sais à propos de Noël en France grâce à cette vidéo ?
Wat weet je over Kerstmis in Frankrijk dankzij deze video?

Slide 13 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd en leerlingen worden steeds zelfstandiger. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

3

Slide 14 - Video

Deze slide heeft geen instructies

00:52
Le renne
L'ange
Le lutin
Le bonhomme de neige

Slide 15 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

01:41
La couronne
Le sapin
Les boules
Les guirlandes
L'étoile
Les cloches

Slide 16 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

02:26
Écrivez le nom de 3 objets

Slide 17 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

           Vidéo : Noël en France
Maintenant on va répondre des questions
plus spécifiques.
Nu gaan we meer specifieke vragen beantwoorden.

Tu peux utiliser tes notes pour t'aider.
Je kunt je notities gebruiken om je te helpen.

Slide 18 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd en leerlingen worden steeds zelfstandiger. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Qu'est-ce que tu sais à propos de Noël en France grâce à cette vidéo ?
Wat weet je over Kerstmis in Frankrijk dankzij deze video?

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Video

Deze slide heeft geen instructies

C'est quoi le calendrier de l'avent?
Wat is de adventskalender?
A
C'est un calendrier de l'année 2026
B
C'est un calendrier qui compte les jours jusqu'à Noël
C
C'est un calendrier scolaire
D
C'est un calendrier des vacances

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Quelle est l'importance de la décoration de la maison dans la période de Noël ?
A
C'est pour que la maison soit belle
B
C'est pour marquer la période festive avantle 25 Décembre

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Quelle distinction fait la vidéo entre la version moderne et l’origine de la légende du père Noël ? Elle explique que
A
la figure actuelle du père Noël est une évolution de Saint Nicolas.
B
Saint Nicolas et le père Noël sont deux personnages sans lien historique.
C
le père Noël a remplacé complètement Saint Nicolas dans toutes les régions.

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Dans quels pays ou régions la Saint-Nicolas est-elle particulièrement célébrée ? Elle est célébrée
A
dans tous les pays où l’on fête Noël le 25 décembre.
B
uniquement en France.
C
surtout dans le nord-est de la France et dans plusieurs pays voisins francophones.

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Quel est l’objectif global de
la vidéo ?
A
Convaincre le public de fêter Noël d’une certaine manière.
B
Informer sur les traditions de Noël dans les pays francophones.
C
Raconter une histoire fictive sur le père Noël.

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Noël en France

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Op welke dag(en) wordt Kerst in Frankrijk gevierd?
A
Le 25 et le 26 décembre
B
Le 23 et le 24 décembre
C
Seulement le 25 décembre
D
Le 24 et le 25 décembre

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent 'Joyeux Noël?'
A
Gelukkig nieuwjaar
B
Fijne verjaardag
C
Vrolijke Kerst
D
Vrolijk Pasen

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heet het nummer 'Jingle Bells' in
het Frans?
A
Vive Noël
B
Vive le vent
C
Vive le père Noël
D
Vive la fête

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent de titel van het liedje: Vive le vent d'hiver?
A
Leve de winterwind
B
Leve het winterkind
C
Leve de rinkelende bellen
D
Leve de sneeuwpop

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar of niet waar: in Frankrijk is het traditie om te gourmetten op kerstavond.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Le Menu de Noël:
  • Un apéritif : du champagne + des canapés au foie gras/du saumon fumé + des amuse-gueules + des huîtres/du poisson
  • Un bon dîner : du gibier, du homard et de la dinde aux marrons
  • Le dessert : une planche à fromage et une bûche de Noël 

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Op 'canapés' vind je vaak foie gras, maar wat is "foie gras" eigenlijk?
A
Varkenspaté
B
Ganzenlever
C
Kippenlever
D
Eendenlever

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat waren de twee hoofdingrediënten van deze "amuse-gueule"?
A
kerstopaatjes en slagroom
B
kerstomaatjes en roomkaas
C
kersen en room
D
druiven met roomkaas

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat eten de Fransen bij 'la dinde de Noël'?
A
B
C
D

Slide 39 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de Franse naam van dit traditionele Kerstdessert?
A
Une bûche de Noël
B
Un macaron de Noël
C
Un gâteau de Noël
D
Un arbre de Noël

Slide 41 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heet de Kerstman in Frankrijk?
A
Le papi Noël
B
Le père Noël
C
Le saint Noël
D
Le monsieur Noël

Slide 43 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel kerstmarkten zijn er (normalement) elk jaar in Frankrijk?
A
150
B
75
C
600
D
300

Slide 44 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het kerstmarkt van Strasbourg is de oudste kerstmarkt van Frankrijk.
In welke jaar was de eerste kerstmarkt?
A
1650
B
1750
C
1850
D
1950

Slide 45 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke kerst verlichting hangen boven de straten van Strasbourg?
A
Des étoiles
B
Des rennes
C
Des flocons de neiges
D
Des anges

Slide 47 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De quelle couleur est
un sapin de Noël (kerstboom)?
A
vert
B
jaune
C
bleu
D
blanc

Slide 48 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Les cadeaux sont dans…
A
une chaussette
B
une chaussure
C
un chausson
D
un chausse-pied

Slide 49 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 50 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Je zag de ................ van grote warenhuizen in de stad .....................

Slide 51 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Op welke dag vieren de Fransen 'le Réveillon de la Saint-Sylvestre'?
A
Le 26 décembre
B
Le premier janvier
C
Le 24 décembre
D
Le 31 décembre

Slide 52 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Reflectie
  • Je connais le vocabulaire de Noël./ Ik ken de kerstwoordenschat.
  • Je sais comment on fête Noël en France./ Ik weet hoe men Kerstmis in Frankrijk viert.

Slide 53 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende Unit. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag op basis van het Learner Profile en de ATL-skills. Dit wordt vastgelegd in Toddle. Samen blikken docent en leerlingen vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Slide 54 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies