cross

Grammar music - future will/shall/going to

future: will/shall/ to be + going to
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
Engelshavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

future: will/shall/ to be + going to

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

The sea-level will rise 40 feet.
will
will is used for a prediction.
you THINK it will happen, but you're not sure.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

The phone is ringing! "I will get it."
will
will is also used for a spontaneous decision.
you do NOT have to PLAN it.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Shall we dance?
shall
SHALL is used (instead of will) in combination with
WE or I.
Usually asking a question.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

I am going to buy a new car.
(to be) + going to
I AM GOING to buy a new car.
Use to be + going to for a PLANNED ACTION/ CERTAINTY

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

He is going to fall.
(to be) + going to
He is going to fall.
You see it coming. Use (TO BE) + GOING TO if it is CERTAIN.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Welke zin past hier het best?
A
I think it will rain in a couple of minutes.
B
It looks as if it is going to rain soon.
C
It is raining in 5 minutes.
D
It rains every day.

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Welke zin past hier het best?
A
Trump will build a wall.
B
Trump is building a wall.
C
Trump must build a wall.
D
Trump is going to build a wall.

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Welke zin past hier het best?
A
We're going to hit that horse!
B
We're hitting that horse!
C
We will hit that horse!
D
Shall we hit that horse?

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Welke zin past hier het best?
A
These kids will go to school.
B
These kids are going to go to school.
C
These kids are going to school.
D
These kids go to school.

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Welke zin past hier het best?
A
My classmate will marry a prince.
B
My classmate is going to go marry a prince.

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Gotta feeling that I'm going under.
But I know that I ... ... it out alive.

A
will make
B
am going to make

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

So you say everything ... ...
all right now. But how do you really know?
A
will be
B
is going to be

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

This year to save me from tears, I ... ... it to someone special.

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Who ... ... the world tonight?

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

If I'm alive and well, ... you ... there holding my hand?

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wow! We ... ... to Ibiza.

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

I hope you ... ... happy now.

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

You don't ever want to see me again and your brother ... ... me and he's six feet ten.

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

'Cause we ... ... to war, hey

Slide 20 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Come tomorrow, tomorrow I... ... gone.
Save tonight.

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

and I... ... love you.

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Use WILL to describe an invention

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

use (to be) GOING TO to describe a plan for the summer/this weekend

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hopefully, I ........ my grammar test.
A
am passing
B
will pass
C
would pass
D
am going to pass

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

My friends and I ........... Glastonbury festival this month.
A
are visiting
B
are going to visit
C
are going to go
D
go

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

My bus is delayed.
I ...... too late at the airport.
A
am being
B
will be
C
am going to be
D
shall be

Slide 27 - Quizvraag

Vanwege de vertraging van je bus heb je nu aanleiding om aan te nemen dat je te laat gaat komen.
What would you like to eat?
> I ..... a sandwich, please.
A
will have
B
have
C
am going to have
D
should have

Slide 28 - Quizvraag

Het is een beslissing die je op dit moment maakt. Daarbij hoort het gebruik van will.
What rules do you remember about using FUTURE?

Slide 29 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Link

Deze slide heeft geen instructies