Rekenenles afronden

Rekenles afronden

1 / 24
volgende
Slide 1: Slide
newEditorRekenenMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1-3

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Rekenles afronden

Deze les

We gaan deze les oefenen met afronden.


Leerdoelen:


  • Ik weet de rekenregels voor afronden.

  • Ik kan afronden op een heel getal, één of meerdere decimalen.

  • Ik kan zinvol afronden.

Rekengids

Pak de rekengids erbij en open deze op bladzijde 21!

Voorbeeld

Rond de getallen af op een heel getal.


5,4 5


23,71 24


4,9 5


3,47 3

LET OP!


Je kijkt alleen naar de eerste decimaal.

De getallen erachter zijn hierin niet belangrijk.

Dus bij 23,71 kijk je alleen naar de 7 en niet naar de 1.

Voorbeeld

Rond de getallen af op één decimaal.


15,54 15,5


223,071 223,1


4,19 4,2


3,9472 3,9

LET OP!


Je kijkt alleen naar de tweede decimaal.

Bij 3,947 is de 4 belangrijk en kijk je niet naar de 7 en de 2.

Voorbeeld

Rond de getallen af op twee decimalen.


35,883 35,88


103,9171 103,92


4,997 5,00


43,0847 43,08

Oefenen! Rond af op een heel getal.

5,609

A

5

B

5,6

C

6

D

6,0

Rond af op een heel getal.

0,1098

A

0

B

1

C

0,1

D

Geen oplossing

Rond af op één decimaal.

5,608

A

5,6

B

5,60

C

5,61

D

6,0

Rond af op één decimaal.

56,713

A

56,8

B

56,7

C

56,70

D

56,73

Rond af op twee decimalen.

65,609

A

65

B

65,61

C

65,60

D

65,69

Rond af op twee decimalen.

719,979

A

720

B

719,98

C

719,90

D

719,97

Rond af op twee decimalen.

34,998

A

34,99

B

35,00

C

35

D

35,99

Open vraag! Rond af op een heel getal.

6,701

Rond af op twee decimalen.

13,409

Rond af op één decimaal.

13,09

Rond af op twee decimalen.

0,7839

Rond af op één decimaal.

9,98

Zinvol afronden

Hoe je moet afronden kan per vraag verschillend zijn.


Je moet de vraag goed lezen en de context begrijpen, zodat je weet of je naar boven of naar beneden moet afronden.


Voorbeeld:

Klas 1KG2 gaat naar het Rijksmuseum. Hiervoor worden busjes gehuurd.
In elk busje kunnen 8 leerlingen. De klas bestaat uit 26 leerlingen.
Hoeveel bussen moet je huren voor de leerlingen?


26 : 8 = 3,25

Je moet dus 4 bussen huren om alle leerlingen kwijt te kunnen.

Zinvol afronden

Nog een voorbeeld:


Je hebt €20 te besteden.

Je wilt graag meerdere T-shirts kopen.

Een T-shirt kost €7,50.


Je kunt 20 : 7,50 = 2,66667.


Je kunt dus twee shirts kopen en hebt te weinig geld om er drie te halen.

Vraag: Je moet planken zagen van 1,2 meter.


Je hebt 5,2 meter hout. Hoeveel planken kun je zagen?

Vraag:

Een product kost € 8,264. Hoeveel betaal je aan de kassa?


Je moet drinken halen voor je klas van in totaal 27 leerlingen.


Uit één fles frisdrank haal je tien glazen.

Je wilt dat iedereen twee glazen kan drinken. Hoeveel flessen moet je halen?

Lekker geoefend!