Meewerkend Voorwerp

Grammatica zinsontleden
Meewerkend voorwerp
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Grammatica zinsontleden
Meewerkend voorwerp

Slide 1 - Tekstslide

Voorbeeld
Ik heb mijn fiets aan Ellen uitgeleend
1. p.v. Heb ik mijn fiets uitgeleend?
pv = Heb

2. wie/wat heeft? (komt van heb)
ow = Ik

3. wwg = Heb (pv) uitgeleend

4. wie/wat heb ik uitgeleend?
lv = Mijn fiets

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Vandaag: stap 5
Ik heb mijn fiets aan Ellen uitgeleend

Meewerkend voorwerp
aan/voor wie + pv/wwg + ow + lv?

Aan wie heb ik mijn fiets uitgeleend?
mv = Aan Ellen

Slide 4 - Tekstslide

De politieagent gaf de foutparkeerder een fikse bekeuring.

Wat is de pv? (maak een vraagzin, 1e woord is pv)

Slide 5 - Open vraag

De politieagent gaf de foutparkeerder een fikse bekeuring.

Wat is het ow? (wie/wat + pv)

Slide 6 - Open vraag

De politieagent gaf de foutparkeerder een fikse bekeuring.

Wat is het werkwoordenlijk gezegde? (pv + overige werkwoorden)

Slide 7 - Open vraag

De politieagent gaf de foutparkeerder een fikse bekeuring.

Wat is het lijdend voorwerp (lv)? (wie/wat + pv/wwg+ow)

Slide 8 - Open vraag

De politieagent gaf de foutparkeerder een fikse bekeuring.

Wat is het meewerkend voorwerp (mv)? (aan/voor wie + pv/wwg+ow+lv)

Slide 9 - Open vraag

Let Op!
Heeft een zin geen lijdend voorwerp?

Dan kan er ook geen meewerkend voorwerp in de zin zitten!

Heeft een zin wel een lijdend voorwerp?

Dan kan er een meewerkend voorwerp zijn, maar dat hoeft niet!

Slide 10 - Tekstslide

Heeft de trainer jou een plaats in het C1-elftal toegezegd?

Wat is het meewerkend voorwerp? (denk: Aan/Voor)

Slide 11 - Open vraag

De hofmeester schept alle officieren een bord nasi op.

Wat is het meewerkend voorwerp? (denk: Aan/Voor)

Slide 12 - Open vraag

Waar moet je aan denken als je het meewerkend voorwerp wil vinden?

Slide 13 - Open vraag

Zit er altijd een meewerkend voorwerp in een zin?

Slide 14 - Open vraag

Welke onderdelen moet je gevonden hebben vóór je het meewerkend voorwerp kan zoeken?

Slide 15 - Open vraag

Opdrachten
havo: theorie lezen/bekijken, opdr 1, 2
vwo: theorie lezen/ bekijken, opdr 1, 2, 5
reductie: de helft van alles

We kijken de opdrachten aan het einde van de les klassikaal na!

timer
20:00

Slide 16 - Tekstslide