2.3 Wie leent maakt schulden

Verwachtingen vandaag!

  • Mijn boek ligt open op paragraaf: 2.2 blz. 48 

  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, schrift, etui en rekenmachine.

  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op

  • Als de docent praat ben ik stil

  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen

1 / 18
volgende
Slide 1: Slide
newEditorEconomieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 18 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Verwachtingen vandaag!

  • Mijn boek ligt open op paragraaf: 2.2 blz. 48 

  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, schrift, etui en rekenmachine.

  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op

  • Als de docent praat ben ik stil

  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen

Leerdoelen Herhalen

  • Je weet welke redenen er zijn om te sparen.

  • Je kunt enkelvoudige rente berekenen.

  • Je kunt samengestelde rente berekenen.

  • Je weet wat het gevolg van inflatie is voor je spaargeld.

  • Je weet wat de kenmerken van beleggen zijn.

H2 Geld genoeg?

Paragraaf 2.3 Wie leent maakt schulden

Voorkennis

Waar denk jij aan bij schulden?

Leerdoelen vandaag

  • Je weet waarom mensen geld lenen.

  • Je weet waar je op moet letten als je geld leent.

  • Je kunt de kosten van een lening berekenen.

  • Je weet welke soorten leningen er zijn voor de aankoop van consumptiegoederen.

  • Je weet wat bijzonder is aan een hypothecaire lening.

Leenmotieven

  • Als je geld leent, ontstaat er een schuld.

  • Je moet het geleende geld later terugbetalen.

  • Mensen lenen geld om:

    • een tijdelijk geldtekort op te vangen;

    • direct een aankoop te kunnen doen;

    • onverwachte uitgaven te betalen;

    • een huis te kopen.

  • Het is belangrijk om vooraf te kijken of je de lening kunt terugbetalen.

  • Een korte looptijd zorgt ervoor dat je minder rente betaalt.

  • Als je een schuld niet op tijd terugbetaalt, kunnen extra kosten ontstaan.

  • Grote schulden kunnen het moeilijker maken om later opnieuw geld te lenen.

Voordoen

Zelf oefenen

Kosten van een lening

  • Bij een lening moet je het geleende geld aflossen én rente betalen.

  • Aflossing en rente betaal je meestal in maandelijkse termijnen.

  • Alles wat je terugbetaalt samen heet de kredietkosten.

  • Kredietkosten bestaan vooral uit:

    • rente

    • soms ook administratiekosten

Voordoen + Zelf oefenen

Consumptief krediet

Een lening voor de aankoop van een consumptiegoed (bijvoorbeeld een keuken of caravan) heet consumptief krediet.

Je kunt geld lenen bij een bank of bij de verkoper van het product.

Er zijn verschillende kredietvormen:

  • Persoonlijke lening

  • Salariskrediet

  • Koop op afbetaling

  • Private lease

Voordoen

Zelf oefenen

Hypotheek

  • Een hypotheek is een lening voor de aankoop van een woning.

  • De looptijd van een hypotheek is vaak 30 jaar.

  • Het huis dient als onderpand voor de bank.

  • Als de hypotheek niet meer wordt betaald, kan de bank het huis verkopen.

  • Over een hypotheek betaal je rente.

  • Een deel van de betaalde hypotheekrente kun je soms terugkrijgen via de belasting.

Voordoen + Zelf oefenen

Aan het werk!

Maken opdrachten 2.3: 4, 6, 10 en 12 

Maken Rekenopdrachten: 15 en 17

Klaar?

Laten checken bij docent, bij goedkeuring nakijken.

Klaar?  Werk laten zien aan docent.

Veel fout? -> Maken herhalingsopdrachten 2.3

Veel goed? -> Maken plusopdrachten 2.3 


 


5

minute

00

second

Leerdoelen checken

  • Je weet waarom mensen geld lenen.

  • Je weet waar je op moet letten als je geld leent.

  • Je kunt de kosten van een lening berekenen.

  • Je weet welke soorten leningen er zijn voor de aankoop van consumptiegoederen.

  • Je weet wat bijzonder is aan een hypothecaire lening.