1.3 practicum

Een nieuw vak
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Een nieuw vak

Slide 1 - Tekstslide

Wat is NaSk?

Slide 2 - Tekstslide

Planning 
§ 1.3
Brander practicum + § 2.1 
Proef stoffen herkennen + § 2.2
§ 2.3
§ 2.4

Slide 3 - Tekstslide

§ 1.3 Practicum

Slide 4 - Tekstslide

Leerdoelen
1.3.1 Je kunt beschrijven wat een practicum is.
1.3.2 Je kunt practicummateriaal herkennen.
1.3.3 Je kunt beschrijven waarvoor je practicummateriaal gebruikt.
1.3.4 Je kunt de veiligheidsregels en veiligheidsmiddelen bij practicum noemen.
1.3.5 Je kunt de werking van de brander uitleggen.
1.3.6 Je kunt de drie soorten vlammen van de brander met hun eigenschappen noemen.

Slide 5 - Tekstslide

Practicum



Bij natuurkunde en scheikunde hoort practicum. Bij practicum doe je onderzoek naar natuurverschijnselen. Meestal heb je dan meetgereedschap nodig. Je hebt vaak ook andere dingen nodig. De spullen die je bij practicum gebruikt, noem je practicummateriaal. Er is veel verschillend practicummateriaal.

Bij practica zijn er regels voor de veiligheid.

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Als je een reageerbuis gaat verwarmen, dan gebruik je WEL / NIET een
reageerbuisknijper.
A
wel
B
niet

Slide 8 - Quizvraag

Veiligheid




Bij practicum werk je soms met vuur. Je gebruikt gevaarlijke stoffen. Soms werk je met elektriciteit. Als er iets fout gaat, dan kan iemand gewond raken. Daarom is veiligheid erg belangrijk. Je moet altijd voorzichtig werken bij practicum. En je moet je houden aan de veiligheidsregels.

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

De veiligheidsregels zijn:
• Luister naar je leraar en doe wat je leraar zegt.
• Niet duwen, trekken of rennen in het lokaal.
• Niet eten of drinken in het lokaal.
• Leg geen tas of andere spullen waar mensen moeten lopen.
• Draag een veiligheidsbril als dat nodig is.
• Bind lang haar in een staart als je met vuur werkt.
• Werk altijd voorzichtig, vooral met scheikundige stoffen.
• Ruik alleen voorzichtig aan onbekende stoffen.
• Proef nooit van stoffen.
• Als er iets fout gaat, dan moet je meteen je leraar waarschuwen.

Slide 11 - Tekstslide

Bij practicum moet je weten waar de veiligheidsmiddelen voor dienen. In de meeste practicumlokalen zijn de volgende veiligheidsmiddelen aanwezig:
• de brandblusser, hiermee blus je een beginnende brand;
• de branddeken, hier kun je iemand in wikkelen als zijn kleding in brand staat (afbeelding 3);
• de oogdouche of oogwasfles, hiermee spoel je je ogen schoon als je er bijtende stof in hebt gekregen;
• de nooddouche, hier kun je onder gaan staan als je een bijtende stof over je heen hebt gekregen;
• de nooddeur, een deur die bestemd is om het lokaal te ontvluchten;
• de noodstop, een rood met gele knop die het gas en de elektriciteit afsluit als je hem indrukt.

Je leraar vertelt waar deze veiligheidsmiddelen in het lokaal zijn. Hij vertelt ook hoe je ze moet gebruiken.

Slide 12 - Tekstslide

Bij elk practicum gelden de veiligheidsregels:
• Luister naar je leraar en doe wat je leraar zegt.
• Niet duwen, trekken of rennen in het lokaal.
• Niet eten of drinken in het lokaal.
• Leg geen tas of andere spullen waar mensen moeten lopen.
• Draag een veiligheidsbril als dat nodig is.
• Bind lang haar in een staart als je met vuur werkt.
• Werk altijd voorzichtig, vooral met scheikundige stoffen.
• Ruik alleen voorzichtig aan onbekende stoffen.
• Proef nooit van stoffen.
• Als er iets fout gaat, dan moet je meteen je leraar waarschuwen.
Je moet weten waar de veiligheidsmiddelen zijn in het practicumlokaal.
Je moet weten hoe je de veiligheidsmiddelen moet gebruiken.

Onthoud
Bij elk practicum gelden de veiligheidsregels:
• Luister naar je leraar en doe wat je leraar zegt.
• Niet duwen, trekken of rennen in het lokaal.
• Niet eten of drinken in het lokaal.
• Leg geen tas of andere spullen waar mensen moeten lopen.
• Draag een veiligheidsbril als dat nodig is.
• Bind lang haar in een staart als je met vuur werkt.
• Werk altijd voorzichtig, vooral met scheikundige stoffen.
• Ruik alleen voorzichtig aan onbekende stoffen.
• Proef nooit van stoffen.
• Als er iets fout gaat, dan moet je meteen je leraar waarschuwen.

Je moet weten waar de veiligheidsmiddelen zijn in het practicumlokaal.
Je moet weten hoe je de veiligheidsmiddelen moet gebruiken.

Slide 13 - Tekstslide


Jenny ruikt met haar neus vlak boven een fles.
A
goed
B
fout

Slide 14 - Quizvraag


Jim schuift zijn tas onder zijn tafel voor hij aan een proef begint.
A
goed
B
fout

Slide 15 - Quizvraag

De brander
Hoe steek je de brander aan? 

Hoe maak je de verschillende vlammen?

Hoe doe je de brander weer uit?

Slide 16 - Tekstslide

Video leerlingen voor leerlingen 
In de video hierna zitten wat verbeterpunten. 
Welke?

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

Aan de slag - Huiswerk

Wat: lees paragraaf 1.3
Huiswerk: maak opdrachten 1 t/m 10 van paragraaf 1.3 & Test jezelf

Klaar?: ga bezig met een ander vak! 

Slide 19 - Tekstslide

Planning 
§ 1.3 + demo brander
 § 2.1 + proef stoffen herkennen
 § 2.2
§ 2.3
§ 2.4

Slide 20 - Tekstslide