Samenvatting 4KGT H7 en H4 (Beweging, Veiligheid en verkeer)

Samenvatting 4KGT H7 en H4 (Beweging, Veiligheid en verkeer)
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 4

In deze les zitten 27 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Samenvatting 4KGT H7 en H4 (Beweging, Veiligheid en verkeer)

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H7 Beweging (voor kerst)
7.2 Snelheid
7.3 Versnellen en vertragen 
7.4 Beweging in beeld
7.5 Kracht en beweging

EXTRA:
2x Oefentoets (+ antwoorden)
Rekenopdrachten (+ antwoorden)
H4 Veiligheid en verkeer
4.2 Versnellen
4.3 Beweging
4.4 Arbeid en energie
4.5 Noodstop
4.6 Veiligheid
Oefentoets + bespreken
4 feb PTA H7 + H4 (GT.13-14)
6 feb PTA H7 + H4 (GT.12)
9 feb PTA H7 + H4 (GT.11)
12 feb PTA H7 + H4 (KADER)



Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is snelheid?
                  Snelheid zegt iets over hoe snel iets beweegt, bv ik fiets 18 km/h





  • Snelheid is een maat  voor de afgelegde weg in een bepaalde tijd
  • Veel gebruikte eenheid is KILOMETER per UUR (km/h)
  • officiële eenheid is METER per SECONDE (m/s)

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gemiddelde snelheid
Als je de snelheid van iets wilt weten kun je dat uitrekenen met de formule:


vgem=ts
vgem=gemiddeldesnelheid
t=tijd
s=afstand

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

afstand meten bij eenparig versnelling
Snelheid neemt per seconde gelijkmatig toe. 
                                    s = vgem x t

Wanneer de beginsnelheid is niet altijd 0 m/s is, gebruik je onderstaande formule om vgem te berekenen.
De gemiddelde snelheid tijdens de versnelling kun je berekenen met: 
                             vgem = (vb+ ve) : 2

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Versnelling 
Als er een gelijkmatige toename in snelheid is!  
b.v.
na 1 seconde 3 m/s, na twee seconden 6 m/s en na drie  9 m/s
dan is de toename in snelheid 3 m/s elke seconde
DUS de versnelling is 3 m/s2



Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

versnelling (of vertraging)
De versnelling ("a") is dus de snelheidsverandering die iedere seconde wordt geleverd.

a = versnelling (m/s2)  (accelaration)
v = snelheid (m/s)        (velocity)
t = tijd (s)                    (time)

  • Versnelling is positief getal
  • Vertraging is negatief getal


ve - vb
     t

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

stroboscopische foto
Foto's van bewegende voorwerpen met een flitslamp met vaste tussentijden => beweging wordt zichtbaar

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De eenparige beweging
versneld, constant, vertraagd
versneld
constant
vertraagd
afstand  (s,t)-diagram
steilheid wordt groter met de tijd
de afstand neemt constant toe
steilheid neemt af met de tijd
snelheid (v,t)-diagram
rechte stijgende lijn
stal lijn
rechte dalende lijn
De eenparige beweging
versneld, constant, vertraagd

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld opgave afstand-tijd diagram
In de afbeelding zie je een speelgoedautootje dat een helling afrijdt. Iedere 0,2 seconden is het autootje getekend.
a) In tabel 2 is een begin gemaakt met het invullen van de afstand-tijdtabel.
Vul tabel 2 verder in.
b) Teken in afbeelding 14 het (s,t)-diagram van de beweging.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nettokracht
=> Nettokracht werkt in de bewegingsrichting


=> Nettokracht is 0 N


=> Nettokracht werkt tegen de bewegingsrichting in

Slide 11 - Tekstslide

Nu worden de drie soorten beweging gekoppeld aan het nieuwe begrip 'nettokracht'. Belangrijk inzicht moment.
Traagheid
  • Een voorwerp met een grote massa heeft een grote traagheid.
  • => Hoe groter de massa, hoe kleiner de versnelling
  • => Hoe groter de massa, hoe moeilijker het is om het voorwerp af te remmen of van richting te veranderen
  •                          F = m x a
  •                        F = kracht (N)
  •                      m = massa (kg)
  •                  a = versnelling (m/s2)

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Valversnelling aarde: F = m x g
Op aarde valt een voorwerp met een versnelling van 
9,8 m/s2.
Deze ronden wij af naar 10 m/s2 .
Voor de valversnelling wordt de letter g i.p.v. de a gebruikt.
F = m x a  (a = versnelling voorwerp)
F = m x g  (g = valversnelling van de aarde)

=> de snelheid bij iedere seconde neemt dus toe met 10 m/s

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe snel reageer je?
Tijd die nodig is om te reageren is reactietijd

Afstand die je aflegt in reactietijd
is de reactie afstand

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stopafstand

  • Stopafstand = reactieafstand + remweg.

  • 2 seconden afstand tussen elkaar is een relatief veilige tijd en daardoor afstand (volgafstand).

  • Bij constante snelheid: s = v x t
  • Bij vertraging: eerst vgem berekenen, daarna afstand:  Vgem = (vb+ve) : 2   
  • => s = vgem x t

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Veiligheidsmaatregelen 
  • Kooiconstructie
  • Veiligheidsgordels
  • kreukelzone
  • Airbags

Door de remweg te vergroten , worden de krachten verdeeld.
De kracht op je lichaam wordt dan kleiner.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Veiligheidsmaatregelen - hoofd
  • Veiligheidshelm
        Is opgebouwd uit een harde buitenkant
        (kooiconstructie) en absorberend 
        schuim (vergroten remweg)
  • Hoofdsteun
        Voorkomt dat je hoofd naar achteren schiet als je van                        achteren wordt aangereden (traagheid)


Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H4.6 Druk
  • De grootte van de kracht
  • Het oppervlakte waar de kracht op werkt.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

p = druk [Pa] = [N/m2]
F = Kracht [N]
A = Oppervlakte [m2]

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Soorten energie
  • Chemische energie (alles wat verbrand)
  • Elektrische energie (snoer / batterij/ accu)
  •  Zonne-energie
  • Windenergie
  • Kernenergie
  • Warmte
  • Stralingsenergie (zon)
  • Bewegingsenergie
  • Zwaarte-energie

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Energieomzettingen
Bij een energie-omzetting wordt de ene energiesoort en omgezet in een of meer andere energiesoorten




ENERGIE GAAT NOOIT VERLOREN!!!

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Energie gaat nooit verloren
Zwaarte-energie
Kinetische-energie
Arbeid

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Arbeid 
Arbeid is de energie die nodig is om iets te verplaatsen
De kracht verplaatst zich over een bepaalde afstand
De hoeveelheid verrichte arbeid is groter bij een grotere kracht of een 
grotere afstand. 
In formule: 
W=F  s

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zwaarte energie
De formule voor zwaarte-energie luidt als volgt:



          =  kinetische energie   (J)
          =  massa     (kg)
          =  hoogte    (m)
            

Ez
m
h

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kinetische energie
De formule voor kinetische energie luidt als volgt:


waarin:
           =  kinetische energie in      J
           =  massa in                               kg
           =  snelheid in                           m/s

Zoals te zien is, is de kinetische energie afhankelijk van de massa en snelheid waarmee het voorwerp beweegt.
Ekin
m
v

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kinetische en zwaarte-energie
De formule voor zwaarte-energie luidt als volgt:


waarin: 
Ez  = zwaarte-energie (J)
m  = massa (kg)
g   = valversnelling (m/s²)
h   = hoogte (m)

Zwaarte-energie is een vorm van 
potentiële energie. Wanneer je een krat optilt naar een bepaalde hoogte, heeft het door deze zwaarte-energie elke keer de neiging om (het heeft de potentie om) naar beneden te vallen van die hoogte. Wanneer het valt, zal de zwaarte-energie omgezet worden in kinetische energie tot het de grond raakt.
Ez=mgh
De formule voor kinetische energie luidt als volgt:


waarin:
Ekin  = kinetische energie (J)
m      = massa (kg)
v       = snelheid (m/s)

Zoals te zien is, is de kinetische energie afhankelijk van de snelheid waarmee het voorwerp met een bepaalde massa 
beweegt.


 

Émilie du Châtelet was de eerste
persoon die in de 18de eeuw het
verband tussen kinetische energie,
massa en snelheid herkende.
Ekin=21mv2

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

En nu aan de slag
Huiswerk van H4 en H7 moet helemaal af zijn!! (H9-combi)

Controleer de opgaven van H4 en H7 (H9-combi)
Weet wat je fout hebt gedaan => leer daarvan

Maken Diagnostische toets 
(deze opdrachten komen ook in de toets / examen)


Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies