Inductie - deductie

Inductie en Deductie

Bronnen van Kennis

1 / 47
volgende
Slide 1: Slide
newEditorFilosofieSecundair onderwijs

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Inductie en Deductie

Bronnen van Kennis

Vakfiche: inductie en deductie

Je herkent en benoemt de verschillende bronnen van kennis.

Bronnen zijn:

• verhalen

• geheugen

• afleiding

• zintuigen

• introspectie


Je legt het verschil uit tussen waarneming en kennis aan de hand van de grotallegorie van Plato.


Je legt uit hoe kennis wordt opgebouwd binnen het rationalisme volgens René Descartes:

• deductieve aanpak

• methodische twijfel


Je legt uit hoe kennis wordt opgebouwd binnen het empirisme volgens John Locke en David Hume:

• inductieve aanpak

Je herkent en benoemt empirisme en rationalisme in een gegeven voorbeeld.

Je legt de verschillen uit tussen empirisme en rationalisme.


Filosofische kennistheorie (epistemologie)

Epistemologie = de filosofische studie van kennis

• Onderzoekt de aard, oorsprong en grenzen van menselijke kennis


• Kernvragen:

- Hoe weten mensen dat iets waar is?

- Waar komt kennis vandaan?

- Kunnen mensen absolute zekerheid bereiken?

Bronnen van kennis

  • Verhalen (mythes, religie, geschiedenis, ervaring)

  • Geheugen

  • Afleiding (logisch denken)

  • Zintuigen

  • Introspectie

Verhalen als bron van kennis

• Mythes, religieuze en historische verhalen

• Geven betekenis aan de werkelijkheid

• Kennisoverdracht tussen generaties

• Beperkingen: niet altijd betrouwbaar, fantasie-elementen

• Wetenschappelijk alternatief: observatie en bewijs

Wat was ook al weer het verschil tussen mythos en logos?

Geheugen en afleiding

• Geheugen:

- Onthouden van ervaringen en informatie

- Beperkingen: vergeten, foutieve herinneringen


• Afleiding:

- Logisch nadenken om nieuwe kennis te krijgen

- Voorbeeld deductie:

Alle mensen zijn sterfelijk

Socrates is een mens

Dus Socrates is sterfelijk

Zintuigen en introspectie

• Zintuigen: zien, horen, voelen, ruiken, proeven

- Waarneming als basis voor informatie

- Wetenschappers gebruiken observaties en experimenten


• Introspectie:

- Nadenken over eigen gedachten en gevoelens

- Zelfreflectie op overtuigingen en emoties

Som de vijf bronnen van kennis op.

Sleepvraag

verhalen

Afleiding

zintuigen


introspectie


geheugen


Ik las in de Flair dat co-housing wel handig kan zijn.

Ik denk logisch na.

Ik denk na over hoe ik me voel.

Ik onthoud wel even dat dit niet zo goed lukt.

Plato en de grotallegorie

Plato en de grotallegorie

• Gevangenen zitten vastgeketend in een grot

• Ze zien alleen schaduwen op de muur

• Ze denken dat schaduwen de werkelijkheid zijn

• Een gevangene komt vrij en ontdekt de ware wereld


• Betekenis: zintuiglijke waarnemingen kunnen misleiden

• Echte kennis bereiken we via rationeel nadenken

Wat symboliseert de grot van Plato?

A

De illusie van de werkelijkheid

B

De schaduw van de waarheid

C

De lichtbron

D

De weg naar kennis

Wie is de filosoof achter de grot?

A

Aristoteles

B

Socrates

C

Plato

D

Epicurus

Wat gebeurt er met de gevangenen?

A

Ze zien de echte objecten

B

Ze kunnen niet praten

C

Ze zien alleen schaduwen

D

Ze zijn vrij

Wat vertegenwoordigen de schaduwen?

A

De waarheid zelf

B

De ideale vormen

C

De onwetendheid van mensen

D

De natuur

Welke uitkomst is mogelijk na ontsnapping?

A

Inzicht in de werkelijkheid

B

Geen verandering

C

Terug naar de schaduw

D

Meer gevangenen maken

Rationalisme

Rationalisme: kennis via rede

• Filosofische stroming: kennis ontstaat via het verstand

• René Descartes als grondlegger

Methodische twijfel aan zintuigen en herinneringen

• "Cogito, ergo sum" - Ik denk, dus ik ben

• Deductieve redenering als basis voor kennis

Methodische twijfel van Descartes

• "Ik twijfel aan mijn zintuigen, herinneringen en overtuigingen"

• Systematisch twijfelen aan alles wat betwijfelbaar is

• Zoeken naar een onbetwijfelbaar fundament

• Conclusie: het feit dat ik twijfel bewijst dat ik denk

• "Cogito, ergo sum" als onbetwijfelbare zekerheid

Deductie: voorbeeld van geldige redenering

• Premisse 1: Alle mensen zijn sterfelijk

• Premisse 2: Socrates is een mens

• Conclusie: Dus Socrates is sterfelijk


• Waarom geldig?

- De conclusie volgt noodzakelijk uit de premissen

- Als de premissen waar zijn, kan de conclusie niet onwaar zijn

- Van algemeen naar specifiek

Wat is de basis van het rationalisme?

A

Kennis via ervaring

B

Kennis via geloof

C

Kennis via zintuiglijke waarneming

D

Kennis via de rede of verstand

Wie is een belangrijke vertegenwoordiger van het rationalisme?

A

David Hume

B

Immanuel Kant

C

Friedrich Nietzsche

D

René Descartes

Wat betekent 'Cogito, ergo sum'?

A

Ik voel, dus ik besta

B

Ik denk, dus ik besta

C

Ik weet, dus ik besta

D

Ik zie, dus ik besta

Wat is methodische twijfel?

A

Vertrouwen op zintuigen

B

Vaststellen van feiten

C

Geloven in alles

D

Twijfelen aan onzekere dingen

Wat is de deductieve aanpak?

A

Vertrouwen op emotionele overtuigingen

B

Afleiden van specifieke principes

C

Gebaseerd op persoonlijke ervaringen

D

Vertrekken vanuit algemene principes

Empirisme

Empirisme: kennis via ervaring

• Filosofische stroming: kennis ontstaat via ervaring en waarneming

• Belangrijke denkers: John Locke en David Hume

• Locke's tabula rasa: mens wordt geboren als onbeschreven blad

• Alle kennis via ervaring en zintuigen

• Hume: kennis gebaseerd op indrukken, geen absolute zekerheid

John Locke en tabula rasa

• Tabula rasa = "onbeschreven blad"

• De mens wordt geboren zonder aangeboren kennis of ideeën

• De geest is bij geboorte leeg, als een wit vel papier

• Alle kennis komt voort uit ervaringen en zintuiglijke waarnemingen

• Staat tegenover het rationalisme: geen aangeboren ideeën

David Hume en inductie

• Voorbeeld inductie:

- Meerdere raven zijn zwart

- Dus alle raven zijn zwart

dus: van het specifieke geval -> algemeen


• Hume's kritiek:

- Geen absolute zekerheid over toekomstige gebeurtenissen

- Onze verwachtingen zijn gebaseerd op gewoonte, niet op logica

- Voorbeeld: zon komt elke dag op, maar dat is geen garantie

Wat stelt het empirisme over kennis?

A

Kennis is aangeboren bij de geboorte.

B

Kennis is niet te bewijzen.

C

Kennis komt alleen uit boeken.

D

Kennis ontstaat via ervaring en waarneming.

Wie wordt beschouwd als een belangrijke empirist?

A

Immanuel Kant

B

René Descartes

C

Friedrich Nietzsche

D

David Hume

Wat is een tabula rasa volgens Locke?

A

Een onbeschreven blad.

B

Een bron van kennis.

C

Een filosofische theorie.

D

Een voltooide geest.

Wat is inductie in het empirisme?

A

Kennis zonder ervaring opbouwen.

B

Bewijzen met absolute zekerheid.

C

Algemene regels formuleren uit waarnemingen.

D

Alleen op basis van deductie werken.

Verschillen tussen rationalisme en empirisme

Rationalisme vs Empirisme:

- Rede centraal vs Ervaring centraal

- Deductie vs Inductie

- Aangeboren ideeën mogelijk vs Kennis alleen via ervaring

- Descartes vs Locke en Hume


• Van algemeen naar specifiek (deductie) vs van specifiek naar algemeen (inductie)

Sleepvraag

Rationalisme

Empirisme

rede centraal

ervaring centraal

Deductie

Inductie

aangeboren ideeën mogelijk

Kennis ontstaat via ervaring

Descartes

Locke

Hume

Wat is het verschil tussen inductie en deductie?

Vakfiche: inductie en deductie

Je herkent en benoemt de verschillende bronnen van kennis.

Bronnen zijn:

• verhalen

• geheugen

• afleiding

• zintuigen

• introspectie


Je legt het verschil uit tussen waarneming en kennis aan de hand van de grotallegorie van Plato.


Je legt uit hoe kennis wordt opgebouwd binnen het rationalisme volgens René Descartes:

• deductieve aanpak

• methodische twijfel


Je legt uit hoe kennis wordt opgebouwd binnen het empirisme volgens John Locke en David Hume:

• inductieve aanpak

Je herkent en benoemt empirisme en rationalisme in een gegeven voorbeeld.

Je legt de verschillen uit tussen empirisme en rationalisme.


Filosofische vaardigheden

Filosofische vaardigheden bij inductie en deductie:

Je formuleert een filosofische vraag.

Je formuleert argumenten voor en tegen een standpunt volgens de AUB-methode. (zie

bijlage 1)

Je beoordeelt de geldigheid van redeneringen in filosofische teksten. Je gebruikt hierbij

inzichten uit de argumentatieleer.


Filosofische vragen formuleren

• Kenmerken van filosofische vragen:

- Geen eenvoudig of definitief antwoord

- Nodigen uit tot dieper nadenken


• Voorbeelden:

- Kunnen mensen absolute zekerheid bereiken?

- Zijn onze zintuigen betrouwbaar?

- Wat is echte kennis?

AUB-methode voor argumenteren

• A - Argument: duidelijk standpunt

• U - Uitleg: waarom klopt het standpunt

• B - Bijvoorbeeld: concreet voorbeeld


• Illustratief voorbeeld:

- A: "Zintuigen zijn niet altijd betrouwbaar"

- U: "Optische illusies misleiden onze waarneming"

- B: "Luchtspiegeling lijkt water te tonen"

Geldigheid van redeneringen

• Geldige redenering:

- De conclusie volgt logisch uit de premissen

- Als premissen waar zijn, moet conclusie ook waar zijn

- Voorbeeld: Alle mensen zijn sterfelijk + Socrates is een mens = Socrates is sterfelijk


• Ongeldige redenering:

- Fouten in logica of argumentatie

- Voorbeeld: "Sommige vogels vliegen, pinguïns zijn vogels, dus pinguïns vliegen"

Opdracht

Kies één filosofische vraag uit en beantwoord deze aan de hand van de AUB-methode.