De cel en membraantransport (Biologie vwo), les 3: Terugblik quiz

CEL · MEMBRAANTRANSPORT

Quiz

Terugblik: De cel en membraantransport

1 / 13
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblik met tien vragen over prokaryoten, organellen, homeostase, transport door het celmembraan, osmose, turgor en plasmolyse en endosymbiose.

Onderdelen in deze les

CEL · MEMBRAANTRANSPORT

Quiz

Terugblik: De cel en membraantransport

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Trương Minh Khải / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

Wat heeft een bacterie wel en een eukaryote cel niet?

A

Een cirkelvormig chromosoom zonder celkern

B

Een celmembraan om de cel

C

Ribosomen die eiwitten maken

D

Een kernporie in de celkern

Een bacterie heeft één cirkelvormig chromosoom dat vrij in de cel ligt. Verwachte fout: celmembraan of ribosomen kiezen, die hebben alle cellen.

Vul in

Een plantencel heeft een grote vacuole en in groene delen een chloroplast met chlorofyl voor het opvangen van licht.

vacuole
chloroplast
chlorofyl
lysosoom
centriolen

Vacuole met celsap, chloroplast met chlorofyl. Verwachte fout: chlorofyl en chloroplast omwisselen.

Welk organel bewerkt eiwitten en geeft ze in blaasjes af?

A

Lysosoom

B

Golgi-systeem

C

Mitochondrie

D

Kernlichaampje

Het golgi-systeem bewerkt en verpakt eiwitten in blaasjes. Verwachte fout: lysosoom kiezen omdat ook dat een blaasje is.

Waarom verschilt de celinhoud permanent van de omgeving?

A

Het celmembraan laat helemaal niets door

B

Stoffen diffunderen alleen de cel uit

C

De celwand bepaalt welke stoffen binnenkomen

D

Door een selectief permeabel membraan en ionenpompen

Het membraan laat selectief stoffen door en ionenpompen werken met energie tegen het verschil in. Verwachte fout: denken dat het membraan alles tegenhoudt.

Rode bloedcel (0,3 mol/L) in een oplossing van 0,1 mol/L. Gevolg?

A

Water gaat de cel in en de cel kan knappen

B

Water gaat de cel uit en de cel krimpt

C

Er gaat netto geen water in of uit

D

De cel krijgt turgor en blijft stevig

De oplossing is hypotonisch: water gaat naar de hoge osmotische waarde in de cel. Een dierlijke cel heeft geen celwand en kan knappen. Verwachte fout: turgor kiezen, dat hoort bij plantencellen.

Sla in een sterk zoute oplossing wordt slap. Wat gebeurt er in de cellen?

A

Turgor door wateropname

B

Endocytose van zout

C

Plasmolyse door waterverlies

D

Diffusie van zuurstof naar buiten

De oplossing is hypertonisch: water verlaat de cel en het membraan laat los van de celwand. Verwachte fout: turgor en plasmolyse omdraaien.

Zet op volgorde: ontstaan van een mitochondrie

1

De prokaryoot wordt niet verteerd

2

Cel en prokaryoot leven samen verder

3

De prokaryoot wordt een mitochondrie of chloroplast

4

Een grotere cel neemt een prokaryoot op

Opname, niet verteerd, samenleving, organel. Verwachte fout: samenleving voor het niet verteren zetten.

Een cel neemt een groot eiwit op in een blaasje. Welk transport?

A

Exocytose

B

Diffusie

C

Endocytose

D

Osmose

Een groot deeltje gaat in een blaasje naar binnen: endocytose. Verwachte fout: exocytose, de omgekeerde richting.

Welk onderdeel van een dierlijke cel helpt bij het vormen van spoeldraden?

A

Centriolen

B

Kernporiën

C

Lysosomen

D

Kernlichaampje

Centriolen helpen bij de vorming van spoeldraden bij celdeling. Verwachte fout: kernlichaampje kiezen omdat dat in de kern ligt.

Wat betekent dynamisch evenwicht in een cel?

A

Alle processen in de cel staan stil

B

De celinhoud is gelijk aan de omgeving

C

Er komen alleen stoffen de cel in

D

Waarden schommelen rond een norm

Er blijven processen verlopen die elkaar in evenwicht houden; de waarden schommelen rond een norm. Verwachte fout: evenwicht zien als stilstand.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

CEL · MEMBRAANTRANSPORT

Goed gedaan!

Goed gedaan. Je kunt nu de bouw van de cel beschrijven en uitleggen hoe homeostase, transport en osmose in en rond de cel werken.

Deze slide heeft geen instructies