3HV Ontbinden in factoren

Ontbinden in factoren
1 / 53
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 53 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 40 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Ontbinden in factoren

Slide 1 - Tekstslide

 Ontbinden van tweetermen in factoren

Je leert hoe je een tweeterm ontbindt in factoren.

Slide 2 - Tekstslide

Wat zijn tweetermen?

Voorbeeld: y = 9x + 6                   9x en 6 zijn termen. 


Termen tel je bij elkaar op en haal je van elkaar af!

Slide 3 - Tekstslide

Wat is ontbinden in factoren?

Ontbinden in factoren is het tegengestelde van haakjes wegwerken.

Haakjes wegwerken ->  We maken een som.




y=x(x+2)
y=x​2​​+2x

Slide 4 - Tekstslide

             hfd 1 functies           3 vwo
Belangrijke voorkennis voor hfd 11      (1-3)

  • enkele haakjes wegwerken 









Slide 5 - Tekstslide

             hfd 1 functies           3 vwo

Slide 6 - Tekstslide

Wat is ontbinden in factoren?

Ontbinden in factoren is het tegengestelde van haakjes wegwerken.

Haakjes wegwerken ->  We maken een som. (+)



Ontbinden in factoren -> We maken een product. (x)






y=x(x+2)
y=x​2​​+2x
y=x(x+2)
y=x​2​​+2x

Slide 7 - Tekstslide

Tweetermen schrijven als een product van factoren:



    
           kun je schrijven als 

             kun je schrijven als 

Zoek de grootste gemeenschappelijke factor van beide termen.
Zet het gemeenschappelijke voor 
de haakjes en het overige tussen haakjes.


                               ontbonden in factoren is: y = 
y=3x​2​​−18x
3x​2​​
−18x
y=3x​2​​−18x

Slide 8 - Tekstslide

voorbeeld
h = 32a - 12a2 
h = 4a (8 - 3a)

Slide 9 - Tekstslide

voorbeeld tweeterm ontbinden
h = 7a - 14a2 
h = ...( ...-...)

Slide 10 - Tekstslide

Ontbind de tweeterm in de formule
in factoren. 





r = ...... ( ....... + ........) 
r=12x+15x​2​​

Slide 11 - Tekstslide

Waar is de formule NIET CORRECT ontbonden in factoren?
y=6x​2​​−18x
A
y=6(x​2​​−3x)
B
y=2x(3x−9)
C
y=6x(x−3)
D
y=3(2x​2​​−6)

Slide 12 - Quizvraag

ontbind de tweeterm in factoren
h = 21a + 14, dus schrijf als h = ...( ...+...)

Slide 13 - Open vraag

Schrijf de formule
op 3 verschillende manieren als product van
2 factoren. (Een voorbeeld is dus r = 8t * 4t)
r=32t​2​​

Slide 14 - Open vraag

Slide 15 - Tekstslide

Ontbind de tweeterm in de formule
in factoren. 





y = ...... ( ....... + ........) 
y=56x+28x​2​​

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

             hfd 1 functies           3 vwo
Belangrijke voorkennis

  • enkele haakjes wegwerken 









Slide 18 - Tekstslide

Ontbind in factoren
x² +x

Slide 19 - Open vraag

Ontbind in factoren
4x² +2x

Slide 20 - Open vraag

Ontbinden in factoren
Los op:
x(x+7)
x​2​​+7x

Slide 21 - Tekstslide

Ander voorbeeld ontbinden in factoren
6a+10b
6a kun je anders schrijven als: 

10b kun je anders schrijven als:

Gemeenschappelijke factor = 

Antwoord: 

Slide 22 - Tekstslide

Tweetermen schrijven als een product van factoren:



    
           kun je schrijven als 

             kun je schrijven als 

Zet het gemeenschappelijke voor 
de haakjes en het overige tussen haakjes.


                               ontbonden in factoren is: y = 
y=3x​2​​−18x
3x​2​​
−18x
y=3x​2​​−18x

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Video

Ontbind de tweeterm in de formule in factoren:


Welke gemeenschappelijk factor
kun je hier buiten haakjes halen?
y=4x​2​​−14x
A
2
B
4
C
x
D
2x

Slide 25 - Quizvraag

Ontbind
n=a​2​​+7a=..

Slide 26 - Open vraag

Ontbinden in drietermen

Slide 27 - Tekstslide

Voorkennis

  • Ontbinden van drietermen
  • Som en product

Slide 28 - Tekstslide

Product Som Methode 
(3 term)

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Hoe kunnen we deze formule als een product schrijven?

Slide 31 - Tekstslide

Hoe kunnen we deze formule als een product schrijven?

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide


A
(x + 4)(x-3)
B
(x + 4)(x + 3)
C
(x + 7)(x + 1)
D
(x + 6)(x + 2)

Slide 35 - Quizvraag

(x+4)(x-5) = 0

en dus is x?

Slide 36 - Open vraag

Ontbinden in factoren
3-termen:

Slide 37 - Tekstslide

Ontbind in factoren
x​2​​+6x−16=0
A
(x+2)(x+8)=0
B
(x-2)(x+8)=0
C
(x+2)(x-8)=0
D
(x-2)(x-8)=0

Slide 38 - Quizvraag

Ontbind in factoren
x​2​​−20x+51=0
A
(x+3)(x+17)=0
B
(x-3)(x+17)=0
C
(x+3)(x-17)=0
D
(x-3)(x-17)=0

Slide 39 - Quizvraag

Ontbind in factoren
x​2​​+6x−7=0
A
(x+1)(x+7)=0
B
(x-1)(x+7)=0
C
(x+1)(x-7)=0
D
(x-1)(x-7)=0

Slide 40 - Quizvraag

Ontbind in factoren
x​2​​−x−6=0
A
(x+2)(x+3)=0
B
(x-2)(x+3)=0
C
(x+2)(x-3)=0
D
(x-2)(x-3)=0

Slide 41 - Quizvraag

Wat is hetzelfde?
2x​2​​−4x−12=0
A
x​2​​−4x−12=0
B
x​2​​−2x−6=0
C
x​2​​−2x−12=0
D
x​2​​−4x−6=0

Slide 42 - Quizvraag

Wat is hetzelfde?
0,5x​2​​−3x+6=0
A
x​2​​−6x+6=0
B
x​2​​−3x+12=0
C
x​2​​−6x+12=0
D
x​2​​−3x+6=0

Slide 43 - Quizvraag

Slide 44 - Video

Voorkennis

  • Kwadraat afsplitsen

Slide 45 - Tekstslide

Kwadraat afsplitsen

Slide 46 - Tekstslide

Kwadraat afsplitsen
voorbeeld
x2 +10x +35 = 0
(x +5)2 -25 +35 =0
(x +5)2 +10 =0

Kijk naar de waarde van b en c
( b staat  voor x , c  losgetal)

Slide 47 - Tekstslide

Kwadraat afsplitsen
Kijk naar de waarde van b
( b staat  voor x)

Slide 48 - Tekstslide

Kwadraat afsplitsen
voorbeeld: 
x​2​​+6x

Slide 49 - Tekstslide

voorbeeld
x2 -8x +12 = 0


Slide 50 - Tekstslide

Nu zelf aan de slag
x2 -6x -13 = 0
voorbeeld
x2 +10x +35 = 0
(x +5)2 -25 +35 =0
(x +5)2 +10 =0

timer
2:00

Slide 51 - Tekstslide

uitwerking
x2 -6x -13 = 0
(x-3)2 -9 -13 =0
(x-3)2 -22 = 0


voorbeeld
x2 +10x +35 = 0
(x +5)2 -25 +35 =0
(x +5)2 +10 =0

timer
2:00

Slide 52 - Tekstslide

uitwerking
x2 -6x -13 = 0
(x-3)2 -9 -13 =0
(x-3)2 -22 = 0
(x-3)2 = 22
x-3=            v x-3=-
x= 3 +              v x= 3 -   

voorbeeld
x2 +10x +35 = 0
(x +5)2 -25 +35 =0
(x +5)2 +10 =0
verder met de bordjesmethode
timer
2:00
√​22​​​
√​22​​​
√​22​​​
√​22​​​

Slide 53 - Tekstslide