4.3

Thema  thuis in je huis
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerzorgingMiddelbare schoolvmboLeerjaar 1,2

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 8 videos.

time-iconLesduur is: 15 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Thema  thuis in je huis

Slide 1 - Tekstslide

les 4.3 Wat gaan wij vandaag doen? 
  • lesson-up
  • samen opdrachten maken
  • zelfstandig opdrachten maken

Slide 2 - Tekstslide

4.3 De was doen
  • Je kent 3 groepen vezels waar kleding van wordt gemaakt
  • Je kunt een samenstellingsetiket lezen
  • Je weet wat de behandelingssymbolen op een onderhouds etiket zijn
  • Je weet hoe je moet wassen en drogen. 

Slide 3 - Tekstslide

Confectie kleding
  • Gemaakt door modeontwerpers
  • Lage loon landen

Slide 4 - Tekstslide

KLEDING WASSEN
Je moet regelmatig je kleding wassen.
- kleding wordt vuil
- vuile kleding stinkt

Slide 5 - Tekstslide

ETIKETTEN
van welke stof is het gemaakt
hoe moet je de kleding wassen (onderhouden)
of beide op 1 etiket

Slide 6 - Tekstslide

Uitleg wassymbolen: 
Wassymbolen geven jou belangrijke aanwijzingen voor het juiste onderhoud van de kleding. 

Slide 7 - Tekstslide

Behandelingsetiket
Hoe was je het kledingstuk
Samenstellingsetiket
Waar is de stof van gemaakt
Soorten etiketten in kleding

Slide 8 - Tekstslide

Functies van kleding
  • bescherming en veiligheid
  • steun of ondersteuning 
  • hygiëne
  • herkenning
  • uiterlijk
  • kledinguiting

Slide 9 - Tekstslide

Grondstoffen - dus waar het kledingstuk of het stuk textiel van is gemaakt.

Dierlijke oorsprong:
Wol (schaap of lama of lam of geit)
Zijde (zijderups)

Plantaardige oorsprong:
Katoen (katoenplant)
Linnen (hennep, vlas)

Synthetische oorsprong (door een chemisch proces):

Nylon
polyester
 lycra 

Slide 10 - Tekstslide

samenstelling
De grondstoffen waar een kledingstuk van gemaakt is wordt vermeld in het samenstellingsetiket.

Dit is niet altijd 1 soort grondstof maar soms of vaak een mengeling van 2 of 3 grondstoffen

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Slide 13 - Video

Slide 14 - Video

Slide 15 - Video

Hoe doet men de was in een groot bedrijf?
De meeste was gaat naar een wasserij.
Daar wordt het gewassen en gedroogd en weer verzameld.
Duizende delen wasgoed worden per dag verwerkt
Kijk naar de volgende video

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

waarom is het belangrijk om was te sorteren?

Slide 18 - Woordweb

De was sorteren


Niet al het wasgoed kun je samen wassen.
Je moet het sorteren.
Waar sorteer je het wasgoed op?

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Welk symbool betekent
'niet in de droger'?
A
B
C
D

Slide 21 - Quizvraag

Welk symbool betekent
'lauw strijken'?
A
B
C
D

Slide 22 - Quizvraag

Wat betekent het driehoekje
met een kruis er door heen
op je waslabel? 
A
Niet met de hand wassen
B
Niet bleken
C
Niet in de droger
D
Niet strijken

Slide 23 - Quizvraag

Wat betekent een strijkbout
met drie puntjes op
je waslabel
A
Niet strijken
B
Koud strijken
C
Strijkbout moet 3 minuten opwarmen
D
Heet strijken

Slide 24 - Quizvraag

Wat betekent dit waslabel?
A
Wel wassen
B
Niet drogen
C
Wel drogen
D
Niet strijken

Slide 25 - Quizvraag

Wat betekent dit waslabel?

A
Wel strijken
B
Strijken op 100 graden
C
Strijken op 150 graden
D
Niet strijken

Slide 26 - Quizvraag

Het driehoekje in het waslabel zegt iets over:
A
Drogen
B
Wassen
C
Bleken
D
Strijken

Slide 27 - Quizvraag

De cirkel in het waslabel zegt iets over?
A
wassen
B
strijken
C
bleken
D
reinigen

Slide 28 - Quizvraag

Slide 29 - Link

Slide 30 - Video

Afsluiting
  • Hoe is het gegaan? 
  • Waar ben je tevreden over? 
  • Waar minder over?  

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Video