Docent vooraf
It's opdrachtblad botsende grondrechten
It's 1.5 Grondrechten Nederland
Antwoorden Grondwetquiz makkelijk opzoeken/printen voor jezelf
Docent vooraf
It's opdrachtblad botsende grondrechten
It's 1.5 Grondrechten Nederland
Antwoorden Grondwetquiz makkelijk opzoeken/printen voor jezelf
Deze slide heeft geen instructies
1.5 Wat als grondrechten botsen?
Learning objective
Deze slide heeft geen instructies
Lesdoelen
Aan het eind van de les weet of kan je
· relevante grondrechten herkennen;
· verschillende belangen onderzoeken;
· verschillende perspectieven benoemen;
· in een casus herkennen welke rechten botsen;
· een beargumenteerde afweging maken.
Deze slide heeft geen instructies
Algemeen
Deze slide heeft geen instructies
Burgerschap volg en rond je in leerjaar 1 af.
Dit EXAMEN vak staat 4 periodes lang 1 uur per week op het rooster.
In elke tiende week van een periode heb je een halve burgerschapsdag.
Burgerschapsdag week 10 --> bezoek Den Haag --> Politiek in vogelvlucht
Let op: we doen dit jaar mee met een pilot, dit betekent dat we wel al alle thema’s weten. Maar, dat we nog niet de precieze inhoud van de lessen hebben. De volgende thema’s komen aan bod:
A: Vrijheid en gelijkheid
B: Individu en groep
C: Maatschappijvisies en maatschappelijke vraagstukken
D: Macht en besluitvorming
Deze slide heeft geen instructies
Toetsing: Portfolio per periode
A: Vrijheid en gelijkheid; deadline vrijdag 13 november om 15u
5 bewijsstukken +
burgerschapsdag week 10 (bewijs deelname + reflectie)
B: Individu en groep
5 bewijsstukken +
burgerschapsdag week 10 (bewijs deelname + reflectie)
C: Maatschappijvisies en maatschappelijke vraagstukken
5 bewijsstukken +
burgerschapsdag week 10 (bewijs deelname + reflectie)
D: Macht en besluitvorming
5 bewijsstukken +
burgerschapsdag week 10 (bewijs deelname + reflectie)
Deze slide heeft geen instructies
Burgerschapsdag week 10; Tweede Kamer
Woensdag 11 november
9.15u - 11.45u in Den Haag
(rooster staat langere tijd, in verband met reistijd)
LPPWO26PWA; Met Stacey
Verzamelen 9u
Adres:
Anna van Buerenplein 2, Den Haag
ProDemos Studio’s in gebouw New Babylon
naast het DE-Café
Deze slide heeft geen instructies
Burgerschapsdag week 10; Tweede Kamer
Maandag 9 november
11u-13.30u in Den Haag
(rooster staat langere tijd, in verband met reistijd)
LPPWO26OAA; Met Martine
Verzamelen 10.45u in Den Haag
Adres:
Anna van Buerenplein 2, Den Haag
ProDemos Studio’s in gebouw New Babylon
naast het DE-Café
Deze slide heeft geen instructies
Vandaag
Samen grondwetten doornemen
Spel met keuzes
Algemeen; casus doornemen
In de richting van je beroep; casus toevoegen portfolio
Deze slide heeft geen instructies
Actief! Burgerschap
GRONDRECHTEN
GRONDWET
&
Deze slide heeft geen instructies
Na de les:
kan je omschrijven wat de Grondwet en grondrechten betekenen;
kan je het verschil tussen klassieke en sociale
grondrechten benoemen;
kan je uitleggen hoe de Nederlandse Grondwet en
de daarbij behorende grondrechten invloed
hebben op jezelf en je dagelijks leven.
Aan het eind van de les kunnen de leerlingen omschrijven wat de grondwet en grondrechten betekenen.
Daarnaast weten de leerlingen hoe de Nederlandse grondwet en de daarbij behorende grondrechten invloed hebben op hunzelf en hun dagelijks leven.
Wat weet jij al over
de Grondwet ?
Deze slide heeft geen instructies
De Grondwet
zelfst.naamw. (m./v.) Afbreekpatroon: grond·wet Verbuigingen: grondwetten (meerv.)
De belangrijkste Nederlandse wet. In de Grondwet zijn onder meer de bevoegdheden van koning, regering en parlement geregeld. Ook zijn in de Grondwet de belangrijkste rechten en plichten van de burgers vastgelegd. De plichten van de overheid staan hier ook in benoemd.
Een grondwet is een set regels en principes die het fundament vormen van een land. Het beschrijft hoe de regering werkt, wat de rechten en plichten van burgers zijn, en de basisprincipes van rechtvaardigheid en gelijkheid binnen de samenleving.
Vereenvoudigde uitleg: Het is als een soort 'handleiding' die de regels en grenzen bepaalt voor hoe een land wordt bestuurd en hoe mensen met elkaar omgaan.
Het grondrecht
zelfst.naamw. Afbreekpatroon: grond·recht Verbuigingen: grondrechten (meerv.)
Een grondrecht omschrijft waar de inwoners van een land recht op hebben.
Ieder land heeft zijn eigen grondrechten.
Klassieke grondrechten: de burgerlijke en politieke rechten
Zorgen voor de bescherming van burgers tegen de overheid.
Voorbeeld: gelijke behandeling
Sociale grondrechten: de economische, sociale en culturele rechten
Zorgen ervoor dat de overheid verantwoordelijk is voor het zorgen voor dingen die mensen
nodig hebben om goed te kunnen leven en deelnemen aan de samenleving.
Voorbeeld: recht op goed onderwijs
"Grondrecht" is een term die verwijst naar de belangrijke rechten die mensen hebben vanwege het feit dat ze in een bepaald land wonen. Deze rechten zijn heel erg belangrijk, omdat ze iedereen beschermen en ervoor zorgen dat mensen eerlijk en gelijk behandeld worden.
Een paar voorbeelden van grondrechten zijn het recht op vrijheid van meningsuiting (zodat je kunt zeggen wat je denkt), het recht op onderwijs (zodat je kunt leren en groeien), en het recht op gelijke behandeling (zodat iedereen eerlijk wordt behandeld, ongeacht wie ze zijn). Dit zijn drie voorbeelden van grondrechten.
Welke grondrechten kunnen de leerlingen nog meer opnoemen?
Grondrechten zijn als de 'grote spelregels' van een land. Ze zorgen ervoor dat iedereen met respect wordt behandeld en dat mensen kunnen leven en werken in vrijheid en gelijkheid.
Alle grondrechten staan in de Grondwet. In Nederland zijn er momenteel 23 grondrechten.
In de hotspots staan alle 23 grondrechten die momenteel gelden in Nederland. Open de hotspots om te kijken welke grondrechten er hier gelden.
Hulpvragen die je kan stellen:
Wat vind je van de 23 grondrechten?
Welk grondrecht snap je (nog) niet helemaal? Wie uit de klas kan die toelichten?
Formuleer drie 'grondrechten' die in jullie klas gelden.
Laat de leerlingen drie grondrechten die in hun klas gelden formuleren. Wat vindt de klas een 'absolute must' in gedrag/omgang/etc.?
Hoe hebben
deze grondrechten
met jou te maken?
1.
Hoe hebben deze grondrechten met jou te maken?
Met devices:
Klik op de eerste spinner. Hierin staan alle 23 grondrechten. Een willekeurig grondrecht wordt gekozen. Klik vervolgens op 'ga verder zonder' en klik naast de spinner.
Klik nu op de tweede spinner. Hierin staan de namen van de leerlingen in de les. Een willekeurige leerling wordt gekozen. Kies vervolgens 'ga verder zonder' en klik naast de spinner.
Vraag aan de gekozen leerling hoe die denkt dat het willekeurig geselecteerde grondrecht met diegene te maken zou kunnen hebben.
Herhaal deze stappen een aantal keer tot je als docent het gevoel hebt dat jouw klas doorheeft hoe de grondrechten effect hebben op de leerlingen zelf. Suggestie: minimaal drie.
Zonder devices:
Herhaal dezelfde stappen als 'Met devices', maar sla de tweede spinner over. Laat in plaats daarvan de leerlingen zelf hun vinger opsteken.
Welke grondrechten zijn
voor en volgens jullie
het belangrijkste?
Fotovraag: Gezamenlijke top 3
Deel je screenshot met de klas. Deel met de klas welke grondrechten voor jullie en volgens jullie het belangrijkste zijn.
Laat de teams hun top drie toelichten.
Is er een gemene deler in de top drieën van de klas?
Ik kan uitleggen wat een Grondwet is.
Ik kan uitleggen wat Nederlandse grondrechten zijn.
Ik kan vertellen welke Nederlandse grondrechten voor mij belangrijk zijn.
Ik kan vertellen hoe de Nederlandse grondrechten effect hebben op mij.
Sleep een vinkje naar wat je nu
aan het einde van de les weet of kan:
Reflecteer met de leerlingen terug op de les. Welke leerdoelen hebben zij voor zichzelf behaald?
Deze slide heeft geen instructies
Quiz: In de Grondwet staat…
Deze slide heeft geen instructies
...dat je gekozen kunt worden voor de Tweede Kamer als je 18 jaar of ouder bent.
Deze slide heeft geen instructies
...dat kinderen tot 18 jaar recht hebben op schoon drinkwater.
Deze slide heeft geen instructies
...dat scholen zelf mogen bepalen welk geloof zij willen uitdragen.
Deze slide heeft geen instructies
...dat iedere burger recht heeft op toegang tot openbaar vervoer.
Deze slide heeft geen instructies
...dat alle auto’s een autogordel moeten hebben voor de veiligheid.
Deze slide heeft geen instructies
...dat de overheid niet mag discrimineren.
Deze slide heeft geen instructies
... dat er recht is op briefgeheim.
(Dat betekent dat alleen de geadresseerde de brief mag openen.)
Deze slide heeft geen instructies
Opdracht 'Botsende grondrechten'
Op de It's van de docent vind je de opdrachtbladen van Botsende grondrechten.
Open de pdf, kies 2 opdrachten hieruit en bespreek ze met je buur:
Afluisterapparaat
Homoseksuele leraar
Discriminatie
Gezichtsherkenning
Hoofddoekverbod bij de politie
Kerkdiensten tijdens de coronapandemie
Deze slide heeft geen instructies
Portfolio 2 Kinderopvang (casus+vraag+antwoord toevoegen)
Grondrechten:
Casus 1 – Feestdagen
Ouders willen niet dat hun kind meedoet aan bepaalde religieuze of culturele vieringen.
Casus 2 – Jongens- en meisjesspeelgoed
Ouders willen niet dat hun zoon met verkleedjurken of poppen speelt.
Casus 3 – Privacy en veiligheid
De opvang wil foto’s van kinderen delen in een ouderapp.
Casus 4 – Voeding en levensovertuiging
Ouders hebben verschillende religieuze, culturele of pedagogische wensen rond eten.
Kies 1 van de casussen hierboven en beantwoord de volgende vragen:
Wie zijn bij de situatie betrokken?
Welke verschillen en overtuigingen spelen mee?
Welke rechten en belangen botsen?
Wat is in het belang van het kind?
Wie dreigt te worden uitgesloten of benadeeld?
Wat is mijn verantwoordelijkheid als professional?
Welke oplossing biedt zoveel mogelijk vrijheid én gelijkwaardigheid?
Deze slide heeft geen instructies
Portfolio 2 Onderwijs (casus+vraag+antwoord toevoegen)
Grondrechten:
Casus 1 – Religie en lesinhoud
Ouders willen niet dat hun kind meedoet aan een les over seksuele diversiteit.
Casus 2 – Vrijheid van meningsuiting
Een leerling zegt dat homoseksualiteit “niet normaal” is. Een andere leerling voelt zich daardoor onveilig.
Casus 3 – Privacy
De school wil cameratoezicht gebruiken om pestgedrag te onderzoeken.
Casus 4 – Inclusie
Een leerling met een beperking kan niet deelnemen aan een schoolactiviteit omdat de locatie niet toegankelijk is.
Kies 1 van de casussen hierboven en beantwoord de volgende vragen:
Wie zijn bij de situatie betrokken?
Welke verschillen en overtuigingen spelen mee?
Welke rechten en belangen botsen?
Wat is in het belang van het kind?
Wie dreigt te worden uitgesloten of benadeeld?
Wat is mijn verantwoordelijkheid als professional?
Welke oplossing biedt zoveel mogelijk vrijheid én gelijkwaardigheid?
Deze slide heeft geen instructies