In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Onderdelen in deze les
1.8 Soort merk
Slide 1 - Tekstslide
Slide 2 - Tekstslide
Slide 3 - Tekstslide
Huismerk
Private label/
eigen merk
Slide 4 - Tekstslide
Wit merk
Zonder logo, zie je bijna niet meer
Slide 5 - Tekstslide
Individuele merken
Slide 6 - Tekstslide
Slide 7 - Tekstslide
Paraplumerk
Slide 8 - Tekstslide
Corporate merk:
Bedrijf en product zelfde naam
Global merk:
Ieder land hetzelfde
Slide 9 - Tekstslide
Een producent van cosmetica gebruikt verschillende merknamen voor verschillende producten, zoals shampoo en deodorant.
Wat voor soort merk is dit?
A
Individueel merk
B
Paraplu merk
C
Privat label
Slide 10 - Quizvraag
Wat is een belangrijk verschil tussen een A-merk en een C-merk?
A
C-merken zijn vaak duurder
B
A-merken hebben vaak een hogere kwaliteit en sterkere merkentrouw
C
C-merken zijn alleen verkrijgbaar bij luxe winkels
D
A-merken worden niet gepromoot
Slide 11 - Quizvraag
Wat is een belangrijk kenmerk van een paraplumerk?
A
Elk product heeft een unieke merknaam.
B
Alle producten van een fabrikant vallen onder dezelfde merknaam.
C
De fabrikant gebruikt alleen merknamen van andere bedrijven.
D
Het merk wordt uitsluitend verkocht in discountwinkels.
Slide 12 - Quizvraag
Een klant koopt bij Albert Heijn het huismerk 'AH Biologisch' in plaats van een A-merk. Wat is een belangrijk voordeel voor Albert Heijn van dit winkelmerk?
A
Het product is in elke supermarkt verkrijgbaar
B
De promotiekosten zijn lager omdat de winkelnaam al opvalt
C
De klant wordt trouw aan het A-merk
D
De fabrikant kan het product zelf duurder verkopen
Slide 13 - Quizvraag
Een klant kiest bewust voor een Samsung-televisie, omdat hij goede ervaringen heeft met eerdere Samsung-producten. Welke merkstrategie speelt hier een rol?
A
Individueel fabrikantenmerk
B
C-merk
C
Winkelmerk
D
Paraplumerk
Slide 14 - Quizvraag
Wat is het grootste verschil tussen een fabrikantenmerk en een winkelmerk?
A
Een fabrikantenmerk is exclusief voor één winkel, terwijl een winkelmerk overal verkocht wordt.
B
Een fabrikantenmerk is eigendom van een retailer, terwijl een winkelmerk door een fabrikant wordt beheerd.
C
Een fabrikantenmerk wordt door de producent op de markt gebracht, terwijl een winkelmerk eigendom is van een winkelorganisatie.
D
Een fabrikantenmerk heeft altijd een lagere prijs dan een winkelmerk.
Slide 15 - Quizvraag
Een internationaal bedrijf dat bekend staat om zijn hoogwaardige elektronica, zoals televisies en smartphones, gebruikt verschillende merkstrategieën in verschillende regio's om beter aan te sluiten bij lokale voorkeuren. Dit merk vertegenwoordigt de overkoepelende identiteit van het bedrijf en wordt gebruikt om het bedrijf te onderscheiden van concurrenten. Welk begrip past bij deze situatie
A
Global merk
B
Fabrikantenmerk
C
Corporate merk
D
Paraplumerk
Slide 16 - Quizvraag
Een frisdrankmerk is wereldwijd bekend en wordt in bijna elk land verkocht onder dezelfde naam en met dezelfde branding. Dit merk spreekt een internationaal publiek aan en is niet beperkt tot een specifieke regio. Het merk heeft een consistente boodschap en ervaring voor klanten over de hele wereld. Welk begrip beschrijft deze situatie het beste?
A
Global merk
B
Fabrikantenmerk
C
Corporate merk
D
Parplumerk
Slide 17 - Quizvraag
Philips biedt verschillende producten aan, zoals televisies, scheerapparaten en medische apparatuur, allemaal onder dezelfde merknaam. Er is geen speciale band tussen de verschillende producten, maar de merknaam helpt bij het promoten van nieuwe producten. Welk begrip past bij deze situatie?
A
Individueel merk
B
Parplu merk
C
A merk
D
Private label
Slide 18 - Quizvraag
Unilever biedt verschillende producten aan, zoals wasmiddelen, ijs en persoonlijke verzorgingsproducten, allemaal onder verschillende merknamen zoals OMO, Magnum en Dove. Deze producten vallen onder dezelfde overkoepelende merknaam Unilever, maar er is geen speciale band tussen de verschillende productgroepen. Welk begrip past bij deze situatie?
A
B merk
B
Individueel merk
C
Winkel merk
D
Fabrikantenmerk
Slide 19 - Quizvraag
Een supermarktketen verkoopt producten onder hun eigen merknaam, die exclusief in hun winkels verkrijgbaar zijn. Deze producten worden door de supermarkt zelf ontworpen en geproduceerd, en bieden vaak een prijsvoordeel ten opzichte van A-merken. Welk begrip past bij deze situatie?
A
Fabrikantenmerk
B
Winkel merk
C
Global merk
D
C merk
Slide 20 - Quizvraag
Een koffiemerk werkt samen met een elektronica bedrijf om een nieuwe koffiemachine te ontwikkelen die hun koffie optimaal zet. Welk begrip beschrijft deze samenwerking het beste?
A
Line filling
B
Line stretching
C
Brand extension
D
Co branding
Slide 21 - Quizvraag
Een groothandel in fashion biedt een kledinglijn aan onder een eigen merknaam.