Module 5 Cliënt en Samenleving H4 De samenleving

Module 5 
H4 De samenleving
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Module 5 
H4 De samenleving

Slide 1 - Tekstslide

Waar gaat het over?
Het gaat over:
- Supportgericht werken
- 2 steunsystemen
- verschil tussen sociale insluiting en sociale uitsluiting
- maatschappelijke levensgebieden 
- WMO 

Slide 2 - Tekstslide

Supportgericht werken
Supportgericht werken richt zich op ondersteuning van cliënten die niet zelfstandig kunnen deelnemen aan de samenleving. Zij hebben belemmeringen vanuit de ICF (International Classification of Function ing Disability and Health) op persoonlijke en externe factoren. 
Je kijkt bij supportgericht werken naar:

- wensen en ondersteuningsbehoeften van de cliënt
- mogelijkheden van de cliënt
- het sociale netwerk van de cliënt
- functioneren in de samenleving

Slide 3 - Tekstslide

Steunsystemen
Bij Supportgericht werken maak je gebruik van 2 soorten steunsystemen:
- persoonlijk steunsysteem: piramide van Maslow
- maatschappelijk steunsysteem: voorzieningen in de samen-
   leving

Slide 4 - Tekstslide

Piramide van Maslow
- Lichamelijke behoeften
- Veiligheid en zekerheid
- Sociaal Contact
- Waardering en Erkenning
- Zelfontplooiing 

Slide 5 - Tekstslide

Voorzieningen in de samenleving
Voorzieningen ohgv Zorg en Welzijn, geregeld in de WMO
Onderscheid in Maatwerkvoorzieningen (aangevraagd) en Algemene voorzieningen (niet aangevraagd)
Sociale kaart: overzicht van instellingen ohgv. Zorg, Welzijn of Maatschappelijke dienstverlening

Slide 6 - Tekstslide

Voorzieningen WMO
Wet maatschappelijke ondersteuning
Sociaal wijkteam
Gemeente - WMO loket
Keukentafelgesprek
Meer participatie of zelfredzaamheid!



Slide 7 - Tekstslide

Sociale insluiting
- sociale inclusie genoemd
- opgenomen worden in de maat-
   schappij

Slide 8 - Tekstslide

Sociale uitsluiting
- mensen in meer of mindere mate niet kunnen deelnemen aan de samenleving.
   sommigen krijgen een stigma

Denk aan:
- iemand ervaart een tekort aan sociale contacten (eenzaamheid)
- iemand heeft onvoldoende middelen en mogelijkheden om deel te nemen
   in de samenleving
- iemand heeft onvoldoende toegang tot sociale voorzieningen zoals onder-
   wijs, zorg en onderdak
- iemand wordt afgewezen door mensen in de samenleving
- iemand wordt gedicrimineerd

Slide 9 - Tekstslide

Vraag
Bedenk welke verschillende oorzaken sociale uitsluiting kan hebben.

Slide 10 - Tekstslide

Maatschappelijke levensgebieden
Een mens ontwikkelt zich in zijn maatschappelijk leven op verschillende gebieden....

Slide 11 - Tekstslide

Maatschappelijke levensgebieden
- Gezin/thuissituatie
- School/studie
- Werk
- Burgerschap
- Vrije tijd

Actief zijn/inactief zijn in levensgebieden kan diverse gevolgen hebben.

Slide 12 - Tekstslide

Vraag?
Welke levensgebieden zijn voor jullie belangrijk en waarom?

Slide 13 - Tekstslide

Vraag
Kijk eens naar de levensgebieden van een cliënt. Hoe zien die eruit? Gebruik een cliënt van je stage. 

Slide 14 - Tekstslide

Transitie
Een ingrijpende, diepgaande verandering in het maatschappelijke leven.
Transities kunnen samenhangen met een overgang tussen de levensfasen.

Slide 15 - Tekstslide

Voorbeelden van transitie?

Slide 16 - Woordweb

Veranderingen en transities
Wanneer een client een transitie doormaakt heeft dit invloed op de rest van zijn leven.
- brengt de nodige uitdagingen met zich mee
- loopt iemand vast in zijn transitie, kan professionele hulp 
   nodig zijn.

Slide 17 - Tekstslide

Opdracht
Maak opdracht A WMO-voorzieningen op blz. 29-32.
Maak de theoriestudie 18, 19, 20.

Slide 18 - Tekstslide