Par 5 Remweg en reactietijd

2 vmbo
Hoofdstuk:
Bewegen

Paragraaf:
4. Remweg en reactietijd

1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmboLeerjaar 1

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

2 vmbo
Hoofdstuk:
Bewegen

Paragraaf:
4. Remweg en reactietijd

Slide 1 - Tekstslide

Titel
Lesdoel;
Begrippen;
Ik kan uitleggen wat de remweg is

Ik kan uitleggen waar de remweg van afhangt

Ik kan uitleggen wat de reactietijd is.

Ik kan uitleggen wat de reactie-afstand is.

Ik kan uitleggen waar de reactie-afstand van afhangt.

Ik kan de stopafstand berekenen.


- remweg
- reactietijd
- reactieafstand
- stopafstand

Slide 2 - Tekstslide

Remweg
Als je remt, sta je niet meteen stil. Nadat je begint met remmen,  neemt je snelheid af totdat je stilstaat.

De afstand die je aflegt vanaf het intrappen van de rem tot het moment dat je stilstaat, noem je de remweg.


Slide 3 - Tekstslide

De lengte van de remweg hangt af van;
- De snelheid. Hoe groter je snelheid, hoe langer de remweg
- Hoe hard je remt. Harder remmen verkort je remweg.
- De massa van je voertuig. Een lichte auto heeft een korte remweg.
- Het soort wegdek. Op een droge weg is je remweg kort, op een nat of glad wegdek is je remweg lang.

Slide 4 - Tekstslide

Vraag 2;
Wat gebeurd er met de remweg als er sneeuw op de weg valt.
A
de remweg wordt langer
B
de remweg wordt korter
C
de remweg bijft gelijk

Slide 5 - Quizvraag

Vraag 3;
In de kofferbak van een auto liggen 4 zware zakken cement.
De remweg wordt .......
A
langer
B
korter

Slide 6 - Quizvraag

Vraag 4;
Het begint te regenen.
De remweg wordt .......
A
langer
B
korter

Slide 7 - Quizvraag

Vraag 5;
De remblokken van de auto zijn net vervangen (nieuw).
De remweg wordt .......
A
langer
B
korter

Slide 8 - Quizvraag

Reactietijd en reactieafstand
Als er iemand plotseling oversteekt, rem je niet meteen.
Je hebt tijd nodig om te reageren. Deze tijd noem je de reactietijd. De afstand die je in deze tijd aflegt, noem je de reactieafstand.

Je reactietijd hangt af van hoe goed je oplet (concentratie). 
De reactietijd wordt vergroot door; 
- Vermoeidheid
- Niet goed opletten of afgeleid zijn door bijvoorbeeld appen of bellen
- alcohol, drugs en medicijnen vergroten de reactietijd.

Leeftijd kan ook een effect zijn.

Pas na de reactietijd trap je op de rem. 

Slide 9 - Tekstslide

Stopafstand
De totale afstand die je aflegt tot je stilstaat noem je de stopafstand.

De stopafstand is dus de reactieafstand plus de remweg.

stopafstand = reactieafstand + remweg

Slide 10 - Tekstslide

Vraag 6;
De afstand die je aflegt vanaf het zien van het gevaar tot je begint met remmen noem je de ......
A
remweg
B
reactieafstand
C
stopafstand

Slide 11 - Quizvraag

Vraag 7;
Wat gebeurt er met de reactie-afstand als je op je telefoon zit tijdens het rijden.
A
die wordt langer
B
die wordt korter
C
er gebeurd niets

Slide 12 - Quizvraag

Vraag 8;
Wat gebeurt er met de reactie-afstand als je heel erg moe bent.
A
die wordt langer
B
die wordt korter
C
er gebeurd niets

Slide 13 - Quizvraag

Titel
Lesdoel;
Begrippen;
Ik kan uitleggen wat de remweg is

Ik kan uitleggen waar de remweg van afhangt

Ik kan uitleggen wat de reactietijd is.

Ik kan uitleggen wat de reactie-afstand is.

Ik kan uitleggen waar de reactie-afstand van afhangt.


- remweg
- reactietijd

Slide 14 - Tekstslide

Opdrachten

Paragraaf 4- Veilig rijden
Maken opdrachten 1 t/m 20 
 vanaf blz. 34

Slide 15 - Tekstslide

Vraag 9;
Demi rijdt op haar fatbike. Ze ziet een kind de weg op rennen. Ze begint na 1 seconde met remmen. Ze remt 3,5 seconden lang en legt daarbij 11,5 meter af. Demi heeft in totaal 19 meter nodig om tot stilstand te komen.
Vraag; Hoeveel seconde is haar reactietijd?

Slide 16 - Open vraag

Vraag 10;
Demi rijdt op haar fatbike. Ze ziet een kind de weg op rennen. Ze begint na 1 seconde met remmen. Ze remt 3,5 seconden lang en legt daarbij 11,5 meter af. Demi heeft in totaal 19 meter nodig om tot stilstand te komen.
Vraag; Hoeveel meter is haar remweg?

Slide 17 - Open vraag

Vraag 11;
Demi rijdt op haar fatbike. Ze ziet een kind de weg op rennen. Ze begint na 1 seconde met remmen. Ze remt 3,5 seconden lang en legt daarbij 11,5 meter af. Demi heeft in totaal 19 meter nodig om tot stilstand te komen.
Vraag; Hoeveel meter is haar stopafstand?

Slide 18 - Open vraag

Reactieafstand berekenen
De afstand die je aflegt tijdens de reactietijd, noem je de reactieafstand.

Om de afgelegde afstand uit te rekenen gebruik je;
afstand = snelheid x tijd

De reactietijd staat altijd in seconden, de snelheid vul je in m/s in.


gegeven
de tijd is 0,8 s
de snelheid is 10 m/s
gevraagd
de afstand in m
formule
afstand = snelheid x tijd
berekening
afstand = 10 x 0,8
antwoord
afstand = 8 m
Voorbeeld;
Een scooterrijder rijdt met 10 m/s. Het verkeerslicht springt op oranje. De reactietijd van de bestuurder is 0,8 s.
Hoe groot is de reactieafstand?

Slide 19 - Tekstslide

Vraag 12;
Reken om;
a. 36 km/h = ......... m/s
b. 100 km/h = ......... m/s

Slide 20 - Open vraag

Vraag 13;
Ayla rijdt met een snelheid van 20 m/s. Ze ziet dat het verkeerslicht op oranje springt en trapt op na 0,8 sec op de rem.
Bereken haar reactieafstand.

Slide 21 - Open vraag

Vraag 14;
Tim fiets met een snelheid van 36 km/h. Hij nadert een druk kruispunt en ziet dat hij moet remmen. Na 1,0 seconde begint hij met remmen.
Bereken haar reactieafstand.
Tip; reken eerst de snelheid om in m/s

Slide 22 - Open vraag

Toepassen
Een gladheidsbestrijder zorgt ervoor dat de wegen in de winter sneeuw- en ijsvrij zijn.
Bij sneeuw of ijzel hebben de banden van een auto minder grip op de weg. Daardoor is bij het remmen op een besneeuwde weg de remweg veel langer dan op een droge weg. 
Om de weg zo veilig mogelijk te houden, heeft elke gemeente een strooiploeg. Die gaat met strooiauto's de weg op om zout te strooien. Dit zout zorgt ervoor dat sneeuw en ijs smelten en dat de wegen minder glad zijn.

Slide 23 - Tekstslide

Vraag 15;
Olaf rijdt met een strooiwagen en strooit zout op de weg.
Waar of niet waar?
Zout zorgt ervoor dat sneeuw en ijs op de weg smelt.
A
waar
B
niet waar

Slide 24 - Quizvraag

Vraag 16;
Olaf rijdt met een strooiwagen en strooit zout op de weg.
Waar of niet waar?
Banden van auto's hebben daardoor minder grip op de weg.
A
waar
B
niet waar

Slide 25 - Quizvraag

Vraag 17;
Bekijk de afbeelding hiernaast.
Wanneer is de remweg het langst?
A
als het droog is
B
als het regent
C
als het sneeuwt
D
als het ijzelt

Slide 26 - Quizvraag

Vraag 18;
Bij regen, sneeuw of ijzel hebben banden minder grip op de weg. leg uit waarom het juist dan gevaarlijk is om hard te rijden.

Slide 27 - Open vraag

Vraag 19;
Strooiwagens rijden over een besneeuwde weg. Schrijf twee redenen op waarom een strooiwagen minder last heeft van de gladheid dan een personenauto.

Slide 28 - Open vraag

Even checken

Slide 29 - Tekstslide

Extra uitleg
In de volgende filmpje kan je nog extra uitleg vinden.

Slide 30 - Tekstslide

Werken
BB
KGT
wat?
zelfst. werken
zelfst. werken
hoe?
vr 1 tm 6, 
vr 8 tm 10
vr 13 tm 16 + 18

blz 2 tm 5
vr 1 tm 19

blz 2 tm 5
tijd?
20 min
20 min
hulp?
tweetal
docent loopt hulpronde
tweetal
docent loopt hulpronde
klaar?
nakijken

lezen practicum "Kleuren uit wit licht"
nakijken

lezen practicum "Kleuren uit wit licht"                 
extra?
De KGT vragen
timer
1:00

Slide 31 - Tekstslide

Hoe ging het vandaag?
😒🙁😐🙂😃

Slide 32 - Poll

Ik snap de volgende begrippen van uitleg "geleider isolator";
elektrische stroom
geleider
isolator
Ja, helemaal
Ja, niet echt
Nee, niet echt
Nee, helemaal niet

Slide 33 - Poll

Ik snap de volgende begrippen, van uitleg "gesloten stroomkring";
gesloten stroomkring
schakelaar
Ja, helemaal
Ja, niet echt
Nee, niet echt
Nee, helemaal niet

Slide 34 - Poll

Ik snap de volgende begrippen, van uitleg "Stroomsterkte":
stroomsterkte
stroommeter
Ja, helemaal
Ja, niet echt
Nee, niet echt
Nee, helemaal niet

Slide 35 - Poll

De volgende les:
De volgende les gaan we:
Practicum "elektriciteit"

De volgende week doen we;
Par 3 "Schakelschema's"

Slide 36 - Tekstslide