13.3 In evenwicht (excursie)

Planning 
Afronden 13.1 en 13.2. Zijn er nog vragen over de longen. Checken met enkele vragen over functies van de longen.
Uitleg waterbalans en homeostase in organismen (13.3)
Zelfstandig werken aan 13.3 
         * Volgende week: 13.4: Nieren/6.5: Lever en H13 afronden
            met een puzzelboekje (verplicht practicum)
         * Donderdag het 10e uur: kwt biologie (herkansing P2?)
         
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Planning 
Afronden 13.1 en 13.2. Zijn er nog vragen over de longen. Checken met enkele vragen over functies van de longen.
Uitleg waterbalans en homeostase in organismen (13.3)
Zelfstandig werken aan 13.3 
         * Volgende week: 13.4: Nieren/6.5: Lever en H13 afronden
            met een puzzelboekje (verplicht practicum)
         * Donderdag het 10e uur: kwt biologie (herkansing P2?)
         

Slide 1 - Tekstslide

13.3 In evenwicht
leerdoelen:
9. Je beschrijft de invloed van het zenuwstelsel en het hormoonstelsel op de
     homeostase van het inwendige milieu.
10 Je beschrijft de temperatuurregulatie van het lichaam.
11  Je beschrijft hoe het lichaam de samenstelling van de weefselvloeistof
      constant houdt.
12 Je benoemt de uitscheidingsorganen in het lichaam en beschrijft hun
      functie.

Slide 2 - Tekstslide

Homeostase in elke cel, in elk organisme
Elk lichaam van elk mens en dier zorgt ervoor - via receptoren = inwendige zintuigen, hormonen en zenuwen - dat alle ‘waarden’ in balans zijn. Dus het schommelt voortdurend tussen bepaalde 'gezonde' grenzen:
- Temperatuur
- Bloeddruk en osmotische druk (water en opgeloste stoffen in balans) 
- Kleine stoffen in en om de cellen zoals O2 en CO2 en allerlei ionen.
- Voedingsstoffen in het organisme: glucose – aminozuren – vetzuren enz.
- Afvalstoffen in het organisme die onschadelijk gemaakt moeten worden en
   verwijderd moeten worden zoals Ammoniak, alcohol en radicalen.

Slide 3 - Tekstslide

Veel processen in het lichaam worden goed geregeld en alle 'waarden' van het bloed en de weefsels worden bijna constant gehouden en zorgen voor homeostase: het is een dynamisch evenwicht.

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Dynamisch evenwicht
.
Door de regelkringen krijg je een dynamisch evenwicht.

Komt een waarde boven de norm dan gebeuren er automatisch dingen die zorgen dat de waarde verlaagt. 

Wordt de waarde te laag dan gebeuren er automatisch dingen die zorgen dat de waarde weer verhoogt. 

De waarde schommelt rondom de norm = dynamisch evenwicht

Slide 6 - Tekstslide

Homeostase
Het behouden van deze balans noemt men homeostase.

Het evenwicht dat onstaat is een dynamisch evenwicht dat schommelt rondom een normwaarde, dankzij een regelkring.
Homeostase

Slide 7 - Tekstslide

13.3 In evenwicht
leerdoelen:
9. Je beschrijft de invloed van het zenuwstelsel en het hormoonstelsel op de
     homeostase van het inwendige milieu.
10 Je beschrijft de temperatuurregulatie van het lichaam.
11  Je beschrijft hoe het lichaam de samenstelling van de weefselvloeistof
      constant houdt.
12 Je benoemt de uitscheidingsorganen in het lichaam en beschrijft hun
      functie.

Slide 8 - Tekstslide

Veel processen in het lichaam worden goed geregeld en alle 'waarden' van het bloed en de weefsels worden bijna constant gehouden en zorgen voor homeostase: het is een dynamisch evenwicht.

Slide 9 - Tekstslide

Homeostase
Dit gebeurt voor veel aspecten (temperatuur, hormoonlevels, bloedsuikerspiegel, bloeddruk, etc) door middel van een regelkring met negatieve terugkoppeling.

Slide 10 - Tekstslide

Binas 87A

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Link

Slide 14 - Tekstslide

Hoe heet de eigenschap van het lichaam om inwendige stabiliteit te handhaven?
A
fysiologie
B
controle
C
lichaamstemperatuur
D
homeostase

Slide 15 - Quizvraag

Wat is homeostase?
A
een negatieve terugkoppeling van een regelkring
B
een positieve terugkoppeling van een regelkring
C
het in stand houden van een dynamisch evenwicht in het lichaam
D
De samenwerking tussen hormoonstelsel en zenuwstelsel

Slide 16 - Quizvraag

Insuline
of glucagon
Lever: Vorming of afbraak glycogeen
Glucose-receptoren
Alvleesklier
5-8 mmol/L

Slide 17 - Sleepvraag

In welk orgaan wordt de homeostase gecoördineerd?
A
hypothalamus
B
hypofyse
C
lever
D
nieren

Slide 18 - Quizvraag

Wat is de reactie van de huid via het cz als de koude-zintuigen in de huid geprikkeld worden?
A
zweten en bloedvat-spieren trekken samen
B
zweten en bloedvat-spieren ontspannen
C
kippenvel en bloedvat-spieren trekken samen
D
kippenvel en bloedvat-spieren ontspannen

Slide 19 - Quizvraag

Welke biologische term wordt gebruikt voor de remmende werking die onder andere met pijl 2 wordt aangegeven?
A
feedback loop
B
negatieve terugkoppeling
C
inhibitie
D
homeostase

Slide 20 - Quizvraag

Welke twee hormonen zorgen voor de homeostase bij de bloedsuikerspiegel
A
Glucagon & Glycogeen
B
Glucagon & Insuline
C
Glycogeen & Insuline
D
Glucose & Glycogeen

Slide 21 - Quizvraag

Alvleesklier
Glucose
Glycogeen
Insuline
Glucagon
Bloedsuikerspiegel gaat omlaag
Bloedsuikerspiegel gaat omhoog
Lever

Slide 22 - Sleepvraag

zelf aan de slag
13.1 en 13.2 nakijken en 13.3 opdrachten maken.
Belangrijk: Sta stil bij wat je niet snapt! Stel vragen!

Herkansing biologie? Kom naar KWT (vandaag 10e uur)

* Volgende week: 13.4: Nieren/6.5: Lever 
   H13 afronden met een puzzelboekje (verplicht practicum)

Slide 23 - Tekstslide