cross

Kapitel 5 - Lektion 4

Lektion 4!
De afbeelding is de hint
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
Duitshavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Lektion 4!
De afbeelding is de hint

Slide 1 - Tekstslide

Grammatik D: Trappen van vergelijking (Komperation) 

Stellende trap = Positiv
Vergrotende trap = Komperativ
Overtreffende trap = Superlativ

Slide 2 - Tekstslide

Positiv --> woord
Komperativ --> woord + er
Superlativ --> am + woord + (e) sten

klein
kleiner
am kleinsten

Slide 3 - Tekstslide

Uitzonderingen
Bijvoegelijke naamwoorden die eindigen op een –d / -t / -s klank of een klinker--> krijgen een extra –e bij de overtreffende trap.

neu neuer am neuesten (nieuw)
breit breiter am breitesten (breed)
hübsch hübscher am hübschesten (knap)

Slide 4 - Tekstslide

Nog meer! 
Bijvoegelijke naamwoorden met een klinker a, o, u en met één lettergreep krijgen een Umlaut.

alt älter am ältesten
groß größer am größten

hoch höher am höchsten ( Seite 82)

Slide 5 - Tekstslide

Onregelmatig! 
gern lieber am liebsten
oft / häufig öfter / häufiger am häufigsten
gut besser am besten
viel mehr am meisten

Slide 6 - Tekstslide

Vergelijkingen
Stellende trap:
Er ist genauso groß wie sie : Hij is even groot als zij
Vergrotende trap:
Er is größer als sie : Hij is groter dan zij.
Overtreffende trap:
Er ist am größten: Hij is het grootst. 

Slide 7 - Tekstslide

Du bist __________
A
klein
B
kleiner
C
kleinst

Slide 8 - Quizvraag

Er ist het knapste
A
am hübschsten
B
am hübschesten

Slide 9 - Quizvraag

Vul de zin aan:
snel; Der Kängaru ist ...... , der Bock ist ..... (+), aber der Gepard ist ...... (++)

Slide 10 - Open vraag

Vul de zin aan:
zoet; Der Kuchen ....... Lakritz ist ..... (+), aber der Milkschake ist am ...... (++)

Slide 11 - Open vraag

Vul de zin aan:
mooi; Dieses shirt ist ...... Die Hose ist .... (+), aber die Schuhe sind am .... (++)

Slide 12 - Open vraag

Vul de zin aan:
nieuw; Nicks Handy ist ...... . Leons Handy ist ...... (+), aber sems Handy ist am .......

Slide 13 - Open vraag

Vul de zin aan:
interessant; Mathe ist ..... . Physik ist ..... (+), aber Biologie ist am .... (++)

Slide 14 - Open vraag

Zum Schluss
Wir schauen uns ein Video an, ihr notiert alle Wörter die ihr nicht kennt. 
Denk hierbij om alle bijvoegelijk naamwoorden, alvast ter voorbereiding voor de toets! 

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video