Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 3
Water
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NaskSpeciaal OnderwijsLeerroute 2

In deze les zitten 19 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 1 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 3
Water

Slide 1 - Tekstslide

3.1 Ijs - water - waterdamp
Doelen
- Je kunt beschrijven dat ijs en veel andere vaste stoffen een kenmerkende kristalstructuur hebben
- Je kunt verschillende soorten neerslag beschrijven

Slide 2 - Tekstslide

Vast, vloeibaar en gasvorming
Vaste stof: ijs
Vloeistof: water
Gas: waterdamp (kan je niet zien, bijvoorbeeld de lucht die je uitademt)

Slide 3 - Tekstslide

Mist
Mist is goed zichtbaar en kan dus niet uit waterdamp bestaan. 
Mist bestaat uit kleine druppeltjes vloeibaar water die in de lucht zweven. 

Slide 4 - Tekstslide

Kristallen
Sneeuw bestaat uit kristallen en is dus een vaste stof.
De kristalstructuur is kenmerkend voor sneeuw.




Kristallen zijn microscopisch klein.

Slide 5 - Tekstslide

Soorten neerslag
- Regen
- Sneeuw
- Hagel
- Dauw (kleine waterdruppeltjes)
- Rijp (bestaat ui heel veel kleine ijskristallen)
- Ijzel 

Slide 6 - Tekstslide

Te doen
3.1 Ijs – water – waterdamp
(blz: 96 t/m 102)

Maken: opdracht 1 t/m 11


Slide 7 - Tekstslide

3.2 Temperatuur meten
Je kunt de onderdelen van een vloeistofthermometer.

 benoemen en uitleggen hoe het werkt.

Je kunt een schaalverdeling in graden Celsius maken met behulp van het smeltpunt van ijs en het kookpunt van water.

Slide 8 - Tekstslide

Vloeistofthermometer
Om temperaturen betrouwbaar te vergelijken 
heb je een meetinstrument nodig. 
De thermometer.

Als de temperatuur stijgt, zet de alcohol uit en
gaat dan omhoog in de buis. 

Slide 9 - Tekstslide

Andere soorten thermometers

Slide 10 - Tekstslide

Te doen
3.2 Temperatuur meten
(blz: 103 t/m 110)

Maken: opdracht 1 t/m 9


Slide 11 - Tekstslide

3.3 Veranderen van fase
Je kunt de zes fase-overgangen van stoffen beschrijven.

Je kun uitleggen van vriesdroog is.

Slide 12 - Tekstslide

Fase-overgangen en het weer (1)
Smelten: als het gaat dooien, smelt de ijslaag op plassen weg

Verdampen: als na een regenbui de zon schijnt, zijn de straten snel weer droog

Condenseren: Als warme lucht 's nachts 
afkoelt tegen een koud voorwerp, 
condenseert de waterdamp.

Slide 13 - Tekstslide

Fase-overgangen

Slide 14 - Tekstslide

Fase-overgangen en het weer (2)
Bevriezen: Als het vriest, komt er een laagje ijs op water in de plassen

Vervluchtigen: Als de lucht koud en droog is, wordt een laag sneeuw geleidelijk dunner

Rijpen: Als de temperatuur 's nachts daalt tot onder 0 graden, ontstaat er geen dauw maar rijp. 

Slide 15 - Tekstslide

3.4 Kookpunt en smeltpunt
Je kunt beschrijven wat er gebeurt als het water kookt.

Je kunt uitleggen waarom het kookpunt en smeltpunt stofeigenschappen zijn.

Slide 16 - Tekstslide

Kookpunt en smeltpunt 

Slide 17 - Tekstslide

Te doen
3.3 Veranderen van fase 
(blz: 118 t/m 125)

Maken: opdracht 1 t/m 15


Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide