Prinsjesdag

1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
TaalISK

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

  • Het koffertje
 

Slide 6 - Tekstslide

In het koffertje zitten:
  • De miljoenennota
  • De begroting
Dit zijn de plannen van de regering

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Link

Slide 10 - Tekstslide

Het gezin is weer thuis.
Ze zwaaien op het balkon naar de mensen.

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Link

Wanneer is Prinsjesdag?
A
Altijd op 15 september
B
3e dinsdag in september
C
Dat is verschillend
D
3 september

Slide 13 - Quizvraag

Hoe gaan de koning en koningin naar Prinsjesdag?
A
Met de auto
B
Met de fiets
C
Met de gouden koets
D
Te voet

Slide 14 - Quizvraag

Wat doet de koning op Prinsjesdag?
A
Hij praat met de mensen.
B
Hij luistert naar de troonrede.
C
Hij leest nieuwe plannen voor.

Slide 15 - Quizvraag

Wat zit er in het gouden koffertje?
A
Niks
B
De begroting
C
De papieren voor de koning
D
De miljoenennota

Slide 16 - Quizvraag

Wat is een traditie op Prinsjesdag?
A
Er mogen alleen mannen komen.
B
Er mogen alleen vrouwen komen.
C
Mannen dragen een koffer.
D
Vrouwen dragen een hoed.

Slide 17 - Quizvraag

Wat doet de koning als hij thuis komt?
A
Hij gaat eten.
B
Hij gaat praten met de ministers.
C
Hij gaat sporten.
D
Hij gaat naar de mensen zwaaien.

Slide 18 - Quizvraag

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Link

Slide 22 - Tekstslide

Hoeveel inkomsten heeft de regering?
A
451 euro
B
451 duizend euro
C
451 miljoen euro
D
451 miljard euro

Slide 23 - Quizvraag

Hoe krijgt de regering geld?
A
De koning geeft het geld.
B
Andere landen geven geld.
C
De mensen van Nederland geven geld.
D
De ministers geven geld.

Slide 24 - Quizvraag

Hoeveel uitgaven heeft de regering?
A
486 euro
B
486 duizend euro
C
486 miljoen euro
D
486 miljard euro

Slide 25 - Quizvraag

Waar gaat het meeste geld naartoe?
A
Directe belastingen
B
Zorg
C
Sociale zekerheid
D
Onderwijs

Slide 26 - Quizvraag

Op woensdag praten de leden van de 2e Kamer over de plannen van de regering.

Slide 27 - Tekstslide

Welke woorden heb je geleerd?

Slide 28 - Open vraag

Welk cijfer krijgt deze les?
Tussen 0 en 10

Slide 29 - Open vraag