Les 2: de stam van een werkwoord

De stam

1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolPraktijkonderwijsvmboLeerjaar 1

In deze les zitten 10 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Instructies


Onderdelen in deze les

De stam

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoel
Aan het eind van deze les weet je wat een stam van werkwoord is.
En je
kunt de stam van een werkwoord vinden.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe vind je de stam?
De stam van een werkwoord vind je door -en van het hele werkwoord af te halen. 

Je hebt de stam nodig bij de spelling van vervoegde werkwoorden.

Slide 3 - Tekstslide

Tweetekenklanken zoals -oe, -ie en -ou.
Voorbeelden
 werkwoord = lachen 
stam = lach

werkwoord = denken 
stam = denk

werkwoord = groeien
stam = groei

Slide 4 - Tekstslide

bij lachen, denken en groeien, krijg je de stam van het werkwoord door -en van het hele werkwoord af te halen. Zo gaat het bij veel werkwoorden.

Als je -en van de werkwoorden trekken en leggen afhaalt, hou je een twee dezelfde medeklinkers over: kk en gg, om de stam van deze werkwoorden te krijgen, maak je er een enkele medeklinker van. 

Bron foto: Marc Kjerland, Flickr 

Wat is de stam van het werkwoord 'vliegen' ?

Slide 5 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de stam van het werkwoord
'denken' ?

Slide 6 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de stam van het werkwoord 'stoeien' ?

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de stam van het werkwoord 'merken' ?

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Stilstaan bij hoe het gaat
Stilstaan bij hoe het gaat

Slide 9 - Tekstslide

Welke vragen heb je nog? Die kun je in het volgende scherm noteren.
Welke vragen heb je nog?

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies