lesplan

MYP3 Frans 2526 Periode 1

Wil je met dit lesplan aan de slag? Klik op de knop hieronder om een eigen kopie te maken in 'Mijn Lessen'. Vervolgens kun je de lessen aanpassen naar jouw wensen.

Week 1

• Werkwoorden/Verbes: être (zijn), s'appeler (heten) et avoir (hebben)
• Woordenschat om jezelf voor te stellen/ Vocabulaire pour se présenter (bonjour, bonsoir, comment ça va, ça va bien?, etc)
Document

WEEK 2

• Woordenschat over woningen/ vocabulaire logements
• Cijfers/ les chiffres

WEEK 3

• Tegenwoordige tijdvan het werkwoord “aller” (gaan)/ conjugaison du verbe aller au present.
• Tegenwoordigetijd van werkwoorden op -ER (habiter/wonen, aimer/houden van, penser/denken, partager/ delen)/ conjugaison des verbes en -ER (habiter, aimer, penser, partager) au présent
• De ontkenning/la négation
• Woordenschat over het huis/ vocabulaire de la maison
• Bepaalde en onbepaalde lidwoorden/ les articles définis et indéfinis

WEEK 4

• Les formes impersonnelles – il y a , c’est, ce sont, il n’y a pas, ce n’est pas, ce ne sont pas + nom/ Onpersoonlijke vormen – er is, het is, het zijn, er is geen, het is niet, het zijn niet + zelfstandig naamwoord.
• Les prépositions de lieu (position/emplacement)/ Plaatsvoorzetsels (positie/locatie)
• Le passé récent/ De recente verleden tijd
• Le futur proche/ De nabije toekomst

Week 5

Passé Récent
Futur Proche
Prépositions de Lieu
Poser des questions en Français - qui, quand, où, etc.

week 8

Vocabulaire maison
Poser des questions/ De vraagwoorden
Le Passé Composé

Week 9

Luisteren/ compréhension orale
Être et avoir au présent
Passé Composé