Naamvallen herhaling 4 havo

Naamvallen 
herhaling van de eerste 3 (4) klassen
1 / 27
next
Slide 1: Slide
Other languagesSecondary Education

This lesson contains 27 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Naamvallen 
herhaling van de eerste 3 (4) klassen

Slide 1 - Slide

Lernziel
Na deze twee lessen snap je wanneer je welke naamval moet gebruiken (alleen 1e, 3e en 4e);

Slide 2 - Slide

naamvallen
Je hebt tot nu toe drie naamvallen geleerd. 

eerste naamval
derde naamval
vierde naamval

er is ook een tweede naamval, deze behandelen we niet.

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

der-Gruppe

Slide 5 - Slide

ein- Gruppe

Slide 6 - Slide

0-Gruppe (Null)

Slide 7 - Slide

persoonlijk voornaamwoorden
Leer de rijtjes uit je hoofd! (blz. 134, Spickzettel)



Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Stap 2
Bepaal of het zelfstandig naamwoord mannelijk, vrouwelijk, onzijdig of meervoud is. 

Hoe zou je dit kunnen weten?

Slide 10 - Slide

Stap 3
Bepaal de naamval. Dit doe je altijd in deze volgorde:
1. staat er een voorzetsel die hoort bij de naamval?
2. staat er een werkwoord die de naamval bepaalt?
3. geen van beide? ontleed de zin!
     1e naamval = onderwerp/naamwoordelijk gezegde
     3e naamval = meewerkend voorwerp
     4e naamval = lijdend voorwerp


Slide 11 - Slide

Stap 4
Kies de bijbehorende uitgang

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

1. D…………………………….. Lehrerin ist nicht sehr groß.

Slide 14 - Slide

1. D…………………………….. Lehrerin ist nicht sehr groß.

Slide 15 - Slide

2. Sie kann ihr…………………… schwere Schultasche (v) nicht tragen.

Slide 16 - Slide

2. Sie kann ihr…………………… schwere Schultasche (v) nicht tragen.

Slide 17 - Slide

3. Mein..... Sohn sitzt neben mein....... Tochter.

Slide 18 - Slide

3. Mein..... Sohn sitzt neben mein....... Tochter.

Slide 19 - Slide

keuzevoorzetsels (blz. 25)

Slide 20 - Slide

7/2 regel
Soms is het niet duidelijk of het om een beweging gaat of niet. 
Dan gebruik je de 7/2 regel: 
auf of über = 4e naamval

Slide 21 - Slide

Die Schüler gehen in den/dem Klassenraum.
Bitte alle aufstehen und draußen im Flur warten.

Slide 22 - Slide

4. Was essen wir heute? Es gibt ein…………………. Braten (m) und Pommes Frites.

Slide 23 - Slide

tweede naamval
Geeft aan van wie/wat iemand is.

Nederlands: De vrouw des huizes.

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

D... Bruder d... Vater.. ist verheiratet mit d... Tochter d... Burgermeisterin. 

Slide 26 - Slide

oefenen
Werkblad
als je deze helemaal af hebt:
https://duitsleren.org/oefeningen/naamvallen/alle-naamvallen/
 Freitag den 9. September Prüfung!

Slide 27 - Slide