Kosten, btw en verkoopprijs (Bedrijfseconomie havo), les 3: Terugblik quiz

Een dameskapsalon aan huis in Den Haag

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · KOSTEN EN BTW

Quiz

Terugblik: Kosten, btw en verkoopprijs

1 / 14
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblik met een quiz van elf vragen over omzet, kostensoorten en btw.

Items in this lesson

Een dameskapsalon aan huis in Den Haag

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · KOSTEN EN BTW

Quiz

Terugblik: Kosten, btw en verkoopprijs

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: P. van Tol / Wikimedia Commons, publiek domein

Noor verhoogt de prijs van een knipbeurt van € 32 naar € 36. Ze blijft 150 knipbeurten verkopen. Hoeveel stijgt haar omzet?

A

€ 4

B

€ 600

C

€ 5.400

D

€ 4.800

Syllabus 25.1. Uitwerking: nieuwe omzet 150 x 36 = 5.400; oude omzet 150 x 32 = 4.800; verschil € 600. Controle: 150 x 4 = 600. Verwachte fouten: alleen het prijsverschil (€ 4), de nieuwe omzet (€ 5.400) of de oude omzet (€ 4.800).

Wat is het kenmerk van proportioneel variabele kosten?

A

De kosten per eenheid blijven gelijk en het totaal stijgt evenredig met de afzet

B

De totale kosten blijven gelijk bij elke afzet

C

De kosten per eenheid dalen als de afzet stijgt

D

De totale kosten stijgen sneller dan de afzet

Syllabus 25.3. Proportioneel variabel: dubbele afzet geeft dubbele totale kosten. Verwachte fout: de totale kosten blijven gelijk, dat zijn constante kosten.

Dirk koopt onderdelen in voor € 1.000 exclusief btw. De leverancier rekent € 210 btw. Hoe noemt Dirk die € 210?

A

Te betalen btw

B

Omzet

C

Te vorderen btw

D

Variabele kosten

Syllabus 25.6 en 25.7. Btw over een inkoop die je terugvraagt is te vorderen btw. Verwachte fout: te betalen btw, omdat Dirk het bedrag zelf betaalt.

Een dienst kost € 250 exclusief 21% btw. Hoeveel btw ontvangt de ondernemer van de klant?

A

€ 302,50

B

€ 52,50

C

€ 21,00

D

€ 43,39

Syllabus 25.6. Uitwerking: 250 x 0,21 = 52,50. Controle: 10% van 250 is 25, 20% is 50, 1% is 2,50, dus 21% is 52,50. Verwachte fouten: de prijs inclusief btw (€ 302,50), het percentage als bedrag (€ 21,00) of rekenen vanaf de prijs inclusief btw (€ 43,39).

Waarom hoort de btw niet bij de omzet?

Syllabus 25.1 en 25.6. Een goed antwoord: de ondernemer int de btw voor de overheid en draagt die af, het is geen inkomen voor de ondernemer. De omzet reken je met de verkoopprijs exclusief btw. Verwachte fout: zeggen dat btw een kost is.

Totaal variabele kosten zijn € 1.800 bij 300 reparaties, proportioneel variabel. Wat zijn de variabele kosten per reparatie?

A

€ 0,17

B

€ 1.500

C

€ 2.100

D

€ 6,00

Syllabus 25.3. Uitwerking: 1.800 : 300 = 6. Controle: 300 x 6 = 1.800. Verwachte fouten: omgekeerd delen (€ 0,17), aftrekken (€ 1.500) of optellen (€ 2.100).

Noor verkoopt 200 knipbeurten à € 36,30 inclusief 21% btw. Hoe hoog is haar omzet?

A

€ 7.260

B

€ 5.735,40

C

€ 1.260

D

€ 6.000

Syllabus 25.1 en 25.6. Uitwerking: prijs exclusief btw = 36,30 : 1,21 = 30; omzet = 200 x 30 = 6.000. Controle: 6.000 x 1,21 = 7.260. Verwachte fouten: de prijs inclusief btw gebruiken (€ 7.260), 21% van het bedrag inclusief btw aftrekken (€ 5.735,40) of alleen de btw berekenen (€ 1.260).

Het bedrijf van Sanne heeft een omzet van € 8.000. De afzet stijgt met 10% bij dezelfde verkoopprijs. Hoe hoog wordt de omzet?

A

€ 800

B

€ 8.800

C

€ 8.010

D

€ 7.200

Syllabus 25.1. Uitwerking: omzet = afzet x prijs, dus 10% meer afzet geeft 10% meer omzet: 8.000 x 1,10 = 8.800. Verwachte fouten: alleen de stijging (€ 800), 10 euro erbij (€ 8.010) of 10% eraf (€ 7.200).

Dirk koopt een band in voor € 12,10 inclusief 21% btw. Hoe hoog is de te vorderen btw?

A

€ 2,54

B

€ 10,00

C

€ 2,10

D

€ 14,64

Syllabus 25.7. Uitwerking: prijs exclusief btw = 12,10 : 1,21 = 10,00; btw = 12,10 min 10,00 = 2,10. Verwachte fouten: 21% van de prijs inclusief btw (€ 2,54), de prijs exclusief btw (€ 10,00) of vermenigvuldigen met 1,21 (€ 14,64).

Noor verkoopt alleen kapsel-uren. Hoe heet het aantal verkochte uren in een maand?

A

Afzet

B

Omzet

C

Verkoopprijs

D

Te betalen btw

Syllabus 25.1. Afzet is een aantal, omzet een bedrag. Verwachte fout: omzet.

Noor is een maand ziek en heeft geen klanten. Welke kosten van haar salon blijven doorlopen?

A

Alleen de variabele kosten, zoals materiaal

B

Alleen de constante kosten, zoals de huur

C

Alle kosten blijven even hoog

D

Geen enkele kost, want er is geen omzet

Syllabus 25.3. Variabele kosten volgen de afzet en zijn bij afzet nul gelijk aan nul; constante kosten lopen door. Verwachte fout: geen kosten, omdat er niets wordt verkocht.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · KOSTEN EN BTW

Goed gedaan!

Je rekent nu met omzet, kostensoorten en btw. Let op de basis: omzet exclusief btw, constante kosten per periode, variabele kosten maal afzet en btw delen door 1,21 als de prijs inclusief btw is.

This item has no instructions