BINDING · SOCIALE COHESIE
Quiz
Terugblik: Bindingen en sociale cohesie
BINDING · SOCIALE COHESIE
Quiz
Terugblik: Bindingen en sociale cohesie
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Fotopersbureau de Boer, Noord-Hollands Archief / Wikimedia Commons, CC0
Welke binding draait om liefde, steun en bij een groep willen horen?
Cognitieve binding
Economische binding
Politieke binding
Affectieve binding
Syllabus 14.1.
Een gemeente int parkeerboetes. Welke binding hoort hier het meest bij?
Economische binding
Politieke binding
Affectieve binding
Cognitieve binding
Syllabus 14.1: politieke bindingen kunnen met dwang te maken hebben. Verwachte fout: economisch, omdat er geld betaald wordt. Het gaat om dwang door politieke macht.
Op welk niveau liggen bindingen tussen landen in de EU?
Macroniveau
Microniveau
Mesoniveau
Individueel niveau
Goed: macroniveau, bindingen in de samenleving, nationaal of internationaal. Mesoniveau gaat over een groep of organisatie, microniveau over individuen.
Vul in
Bindingen tussen meer dan twee mensen met gemeenschappelijke waarden en normen heten groepsvorming. Zo'n groep maakt onderscheid tussen wie er wel en wie er niet bij hoort.
Syllabus 14.2: groepsvorming en in- en uitsluiting. Verwachte fout: cohesie invullen. Cohesie is de mate van binding, groepsvorming is het ontstaan van bindingen.
Iemand wil niet meer bij een vriendengroep horen en haakt af. Welke vorm is dit?
Niet mogen horen: uitsluiting
Niet kunnen horen: armoede
Niet willen horen: opting out
Niet mogen horen: discriminatie
Syllabus 14.2: willen (dropping out en opting out), mogen (uitsluiting en discriminatie) en kunnen (armoede, werkloosheid).
Welk voorbeeld is een formele groep?
Een vriendengroep op school
Een team op het werk met vaste rollen
Een groepje buren dat soms kletst
Een groep gamers zonder afspraken
Syllabus 14.2: een afdeling of team op het werk is een voorbeeld van een formele groep.
Wat betekent sociale cohesie?
Het aantal regels in een land
De mate van macht van de overheid
Het totaal van alle sociale instituties
Aantal en kwaliteit van bindingen en groepsgevoel
Syllabus 14.3.
Een agent bekeurt een automobilist. Welk begrip past het best?
Informele sociale controle
Een sociale institutie
Een cognitieve binding
Formele sociale controle
Syllabus 14.4: formele controle is een taak op grond van wetten, besluiten of statuten. Verwachte fout: informele controle kiezen. Een agent heeft een formele taak.
Noem een nadeel van sociale controle.
Goed antwoord: persoonlijke vrijheid wordt ingeperkt, afwijkend gedrag neemt juist toe, of er ontstaan excessen in in- en uitsluiting. Verwachte fout: een positief effect noemen, zoals het handhaven van binding.
Welk voorbeeld is een sociale institutie?
Een vriendengroep
Het huwelijk
Een enkele docent
Een voetbalwedstrijd
Syllabus 14.5: familie, rechtssysteem, huwelijk, taal.
Wat gebeurt er met sociale controle door individualisering?
Controle wordt strenger en formeler
Controle verdwijnt volledig uit de samenleving
Traditionele controle neemt af
Alleen formele controle neemt af
Syllabus 14.4: individualisering leidt tot het losmaken van traditionele sociale bindingen en daarmee van sociale controle. Let op: volledig verdwenen is te sterk.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
BINDING · SOCIALE COHESIE
Goed gedaan!
Bindingen houden mensen aan elkaar vast, sociale cohesie meet hoe sterk dat is, controle bewaakt de normen en instituties geven er vaste regels aan.
This item has no instructions