Module 3: Hoe kom jij aan geld?

Welkom 
bij het LEF-lesprogramma
Module 3: Hoe kom jij aan geld?
1 / 17
next
Slide 1: Slide
BurgerschapMBOStudiejaar 1-4

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Instructions

  • Start de les door op de button Start les te klikken
  • De link Printen biedt mogelijkheid om de slides en notities van de les te printen
  • Onder Instructies tref je een overzicht van de module met instructiefilmpjes

Instructions

Items in this lesson

Welkom 
bij het LEF-lesprogramma
Module 3: Hoe kom jij aan geld?

Slide 1 - Slide

Hoe kom jij aan geld?

Vorm: woordwolk, poll, opdracht, rad en film

Tijd: 30 minuten

Leerdoelen. 

Na dit onderdeel: 
Na dit onderdeel kunnen studenten:
  • verschillende manieren benoemen waarop zij inkomsten kunnen krijgen;
  • het verschil tussen bruto- en nettoloon uitleggen;
  • benoemen welke factoren invloed hebben op de hoogte van een salaris;
  • hun verwachte startsalaris vergelijken met actuele informatie;
  • verschillende factoren afwegen bij het kiezen van werk, zoals salaris, werkplezier, zekerheid en doorgroeimogelijkheden;
  • uitleggen waarom een hoger salaris niet automatisch betekent dat je meer geld overhoudt;
  • één concrete stap benoemen die zij tijdens hun opleiding kunnen zetten om hun kansen op werk en inkomen te vergroten.
Overgang: Vandaag gaan we kijken naar hoe geld bij jou binnenkomt, wat werk je behalve geld kan opleveren en wat je later ongeveer kunt verwachten te verdienen. Maar voordat we daarmee beginnen, kijken we eerst kort terug op de vorige les en wat we vandaag gaan doen.
Introductie
  • Terugblik op vorige les
  • Hoe kom ik aan geld?

  • Keuzeonderwerpen
  • Gouden tips



<ul><li>respectvol</li><li>naar elkaar luisteren</li><li>alles blijft binnen de 4 muren van dit lokaal</li><li>mobiel alleen gebruiken voor LessonUp</li></ul>

Slide 2 - Slide

Introductie
  1. Licht kort toe wat de onderwerpen van vandaag zijn.
  2. Indien nodig, druk op het pinnetje en vertel de spelregels.
  3. Vertel welke keuze onderwerpen tijdens de vorige les in de top 3 stonden en welke je gaat behandelen.
Wat zou jij na deze les over inkomen willen weten?

Overgang: Voordat we iets nieuws gaan leren, ben ik benieuwd of de eerdere lessen al iets hebben veranderd in hoe jullie met geld omgaan.
Wat doe jij anders
of waar denk je anders over?

Slide 3 - Mind map

Wat doe jij anders of waar denk je anders over?
Vraag de studenten of ze sinds de vorige modules iets anders zijn gaan doen of anders zijn gaan denken over hun financiën. Sparen ze meer, geven ze minder geld aan iets uit wat ze eerder wel deden?

Vragen:
  • Ben je ergens anders over gaan denken?
  • Heb je daadwerkelijk iets anders gedaan?
  • Wat wilde je na de vorige les gaan doen? Is dat gelukt? Zo nee: waardoor lukte het niet?
  • Wat zou helpen om het de volgende keer wel te doen?
  • Wat maakte het makkelijker om het wél te doen?
Overgang: Tot nu toe hebben we vooral gekeken naar omgaan met het geld dat je hebt. Maar vóórdat je geld kunt uitgeven of sparen, moet het natuurlijk ergens vandaan komen.
Hoe kom jij aan geld?
Heb jij een bijbaan?

Slide 4 - Slide

Hoe kom jij aan geld?

Introduceer het nieuwe onderdeel kort. Leg uit dat geld op verschillende manieren kan binnenkomen en dat werken daar één van is.

Overgang: Als ik vraag: hoe komt er bij jou geld binnen, waar denk je dan aan? Denk niet alleen aan werken, maar aan alle manieren waarop je inkomsten kunt krijgen.
Hoe kom jij aan geld?

Slide 5 - Mind map

Hoe kom jij aan geld?
  1. Vraag de studenten hoe zij aan geld komen.
  2. Bespreek de antwoorden. Geld kan binnenkomen door…
Voorbeelden
  1. Werken: bijbaan, vakantiewerk, klus
  2. Geld ontvangen: zakgeld, bijdrage ouders, studiefinanciering
  3. Iets verkopen: Vinted, Marktplaats
  4. Ondernemen: webshop, eigen dienst
Vragen:
  • Welke inkomsten heb je zelf invloed op?
  • Welke inkomsten zijn iedere maand ongeveer hetzelfde?
  • Welke kunnen juist wisselen?
  • Waarom is het handig om dat verschil te weten?
  • Welke van deze inkomstenbronnen zijn voorspelbaar en bij welke zitten meer onzekerheden of risico’s?
  • Welke inkomsten kun je redelijk voorspellen en welke niet?
Overgang: Voor veel jongeren is een bijbaan de eerste manier waarop ze zelf geld verdienen. Hoe zit dat bij jullie?
Heb jij een bijbaan?
Ja
Nee

Slide 6 - Poll

Heb jij een bijbaan?
  1. Nodig iedereen uit om de poll vraag in te vullen.
  2. Optie: Vraag een aantal studenten hier iets over te vertellen.
  3. Vraag of ze weten wat het wettelijk minimumloon is voor hun leeftijd. 16 jaar € 5,17, 17 jaar € 5,92 en 18 jaar € 7,50. Vertel dat in sommige cao's een hoger bedrag als minimum geldt. Heel belangrijk: voor sommige BBL-studenten gelden in 2026 andere bedragen. Zo is het minimum voor een 18-jarige BBL'er per 1 juli 2026 € 6,82 per uur in plaats van €7,50. 
  4. Let op: minimumlonen veranderen regelmatig.
Vragen:
  • Weet jij eigenlijk wat je bruto per uur verdient?
  • Waar zou je dat kunnen controleren?
  • Wat doe je als je denkt dat je te weinig krijgt?
  • Waarom is het belangrijk om je contract of loonstrook te bekijken?
Overgang: Als je werkt, krijg je loon. Maar het bedrag dat je verdient is niet altijd hetzelfde bedrag als wat er op je rekening komt. Weet jij wat het verschil is tussen bruto en netto?

Bruto is wat je verdient, netto is wat je krijgt.
Wat komt er op je rekening?
Bruto
Netto

Slide 7 - Poll

Bruto is het bedrag dat je verdient, netto is wat je krijgt. Wat komt er op je rekening?
Het goede antwoord is: Netto.

Bruto is het loon vóór belasting en premies, netto is wat daadwerkelijk op de rekening komt.

Vragen:
  • Wat komt op je bankrekening: bruto of netto?
  • Waar zie je meestal het brutoloon staan: in een vacature/contract of op je bankrekening?
  • Waarom is het belangrijk om te weten of iemand over bruto of netto salaris praat?
  • Waarom kan € 15 bruto per uur anders zijn dan wat je uiteindelijk ontvangt?
  • Welk bedrag gebruik je als je wilt weten hoeveel je echt kunt uitgeven?
Overgang: Je weet nu dat bruto en netto niet hetzelfde zijn. Geld is natuurlijk een belangrijke reden om te werken, maar werk kan nog veel meer opleveren. Waarom werken jullie eigenlijk?.
Waarom werk je?

Slide 8 - Mind map

Waarom werk je?

Laat studenten eerst zelf antwoorden in een woordwolk.

Cluster daarna bijvoorbeeld:

Geld
  • vaste lasten;
  • uitgaan;
  • sparen.

Toekomst
  • ervaring;
  • cv;
  • netwerk;
  • doorgroeien.

Persoonlijk
  • zelfstandigheid;
  • collega's;
  • structuur;
  • plezier.
Vragen:
  • Zou je blijven werken als je het geld niet nodig had?
  • Wat levert werk op behalve geld?
  • Kan een baan met een lager salaris later juist méér opleveren?
  • Wat vind jij nu belangrijker: geld, ervaring of plezier?
  • Denk je dat dat verandert als je later vaste lasten hebt?
  • Zijn redenen om te werken nu dezelfde als wanneer je straks fulltime werkt?
  • Welke reden zou voor jou belangrijker worden als je op jezelf woont?
Kernboodschap
Werk levert niet alleen inkomen op, maar kan ook ervaring, contacten, zelfstandigheid en ontwikkeling opleveren.

Overgang: Salaris is dus maar één onderdeel van een baan. Wat gebeurt er als de baan met het hoogste salaris juist minder goed bij je past?
Meer geld of leuk werk?
Je hebt keuze uit twee fulltime banen:
🔹 Baan A:
- € 2.800 bruto
- leuk werk
- doorgroeimogelijkheden

🔹 Baan B:
- € 3.300 bruto
- saai werk
- geen doorgroeimogelijkheden


Wat kies jij?

Slide 9 - Slide

Meer geld of leuk werk?

Stel de vraag. Eventueel door hand opsteken.

Vraag door:
  • Hoe belangrijk is geld?
  • Wanneer is werkplezier belangrijk?
  • Zou je anders kiezen op je twintigste dan op je veertigste?
  • Wat lever je in als je voor baan B kiest?
  • Wat krijg je ervoor terug?
  • Zou jouw keuze anders zijn als je huur van € 900 moet betalen?
  • En als baan A over drie jaar waarschijnlijk meer betaalt?
  • Welke informatie zou je nog willen voordat je kiest? Aantal uren, reistijd, contract, ploegendienst, pensioen, toeslagen, thuiswerken, werkdruk en zekerheid.
Overgang: Er is dus niet altijd één beste baan. Wat belangrijk is, verschilt per persoon en per situatie. Laten we kijken wat jullie zelf het belangrijkst vinden.
Wat vind jij het belangrijkste
in een baan?
Salaris
Werkplezier
Zekerheid
Doorgroei-mogelijkheid
Vrije tijd/werktijden

Slide 10 - Poll

Wat vind jij het belangrijkste in een baan?
  1. Nodig iedereen uit om de poll vraag in te vullen.
  2. Optie: Vraag een aantal studenten waarom ze het antwoord hebben gegeven.
  3. Voor de één weegt salaris zwaarder, voor de ander werkplezier, zekerheid, vrije tijd of doorgroeien. Het gaat erom dat je weet wat je keuze betekent.
Vragen:
  • Welke staat bij jou op nummer 1?Waarom koos je hiervoor?
  • Wat zou jou van keuze kunnen laten veranderen?
  • Is er een bedrag waarbij jij wél voor het minder leuke werk zou kiezen?
  • Hoe belangrijk zijn vrije tijd en reistijd?
  • Is doorgroeimogelijkheid uiteindelijk ook financieel belangrijk?
  • Welke keuze zou jouw beste vriend maken?
  • Denk je dat jouw antwoord over vijf jaar hetzelfde is?
  • Is een hoog salaris belangrijk als je iedere dag met tegenzin naar je werk gaat?
  • Wanneer is werkplezier belangrijker dan geld?
Overgang: We hebben het nu over salaris alsof iedereen precies weet wat hij of zij verdient. Maar weten jullie dat eigenlijk?
Hoeveel geld uit werk
krijg jij elke maand op je rekening gestort?
€ 0,-
Tussen de € 0,- en € 100,-
Tussen de € 100,- en € 250,-
Tussen de € 250,- en € 500,-
Meer dan € 500,-

Slide 11 - Poll

Hoeveel geld uit werk krijg jij elke maand op je rekening gestort?
  1. Nodig iedereen uit om de poll vraag in te vullen.
  2. Vraag: Wat valt jullie op aan de verdeling?
Let op: de poll is anoniem. Studenten hoeven hun persoonlijke inkomen niet klassikaal toe te lichten.

Overgang: Wat je nu verdient is één ding. Maar wat verwachten jullie eigenlijk straks te verdienen als je klaar bent met je opleiding?
Hoeveel bruto salaris verwacht je per maand
te verdienen in je eerste fulltime baan na je opleiding?
onder € 2.000,-
Tussen de € 2.000,- en € 2.500,-
Tussen de € 2.500,- en € 3.000,-
Tussen de € 3.000,- en € 3.500,-
Meer dan € 3.500,-

Slide 12 - Poll

Hoeveel bruto salaris verwacht je per maand te verdienen in je eerste fulltime baan na je opleiding?
  1. Nodig iedereen uit om de poll vraag in te vullen.
  2. Optie: Vraag een aantal studenten waarom en wat ze daarvoor gaan doen. Voorbeelden: bijv. diploma halen, stage lopen, ervaring opdoen, netwerken. Vraag eventueel wat ze zouden willen verdienen. Zo ontstaat het verschil tussen verwachting en wens.
Vragen:
  • Waar baseer je jouw inschatting op?
  • Heeft iemand dit bedrag ooit tegen je gezegd?
  • Wat kun jij zelf doen om later meer te kunnen verdienen?
  • Is salaris de enige reden om voor een opleiding te kiezen?
Overgang: Nu hebben jullie een inschatting gemaakt. Tijd om te kijken of jullie inschatting klopt.

Opdracht: Eerste salaris
Je bent klaar met jouw opleiding. Je hebt een baan gevonden in jouw sector.

Zoek in duo's op:
1. Wat is ongeveer het bruto startsalaris voor jouw beroep?
2. Voor hoeveel uur per week geldt dit?
3. Waar heb je deze informatie gevonden?
4. Is dit een vast bedrag of een indicatie?
5. Zoek dezelfde functie bij twee bronnen of vacatures. Krijg je hetzelfde bedrag?

Bespreek daarna:
Vind je dit veel of weinig?
Waar zou jouw eerste salaris aan opgaan?
Wat zou je als eerste kopen?
Zou je ook iets sparen? Waarom wel of niet?





timer
5:00
Startsalaris per bedrijfstak
<div>Ga naar <a href="https://www.tempo-team.nl/sollicitatie/salarisindicatie">https://www.tempo-team.nl/sollicitatie/salarisindicatie</a> voor een overzicht van salaris per beroep</div>

Slide 13 - Slide

Opdracht: Eerste salaris

Vertel dat veel jongeren uitkijken naar hun eerste 'echte' salaris maar vaak niet nadenken over wat daar allemaal van betaald moet worden.

Laat studenten eerst het salaris opzoeken en daarna nadenken over wat dat bedrag voor hen betekent.
Laat ze noteren:
  • Mijn verwachting: € …
  • Gevonden startsalaris: € …
  • Bruto of netto? …
  • Verschil: € …
Loop rond en luister naar de gesprekken.

Vragen:
  • Wat verraste jou het meest aan jouw startsalaris? en wat betekent dit voor jouw toekomstplannen?
  • Zou je hiervan zelfstandig kunnen wonen?
  • Hoeveel wil je sparen?
  • Welke vaste lasten verwacht je later te hebben?
  • Is het gevonden bedrag bruto of netto?
  • Hoeveel van dit salaris denk je daadwerkelijk op je rekening te krijgen?
  • Is dit bedrag veel als je nog thuis woont? En als je € 900 huur betaalt?
  • Wat verandert er als je salaris stijgt maar je uitgaven ook stijgen?
  • Welke uitgave zou je als eerste reserveren?
  • Zou je automatisch meer gaan uitgeven als je meer verdient?
Benadruk dat een hoger salaris niet automatisch betekent dat je meer geld overhoudt. Ook uitgaven spelen een belangrijke rol.

Overgang: Jullie hebben vooraf een bedrag ingeschat en daarna informatie opgezocht. Klopte jullie beeld een beetje met de werkelijkheid?
Jouw startsalaris

Klopte jouw verwachting?

Slide 14 - Slide

Jouw startsalaris
  1. Geef één student het woord door aan het rad te draaien. 
  2. Klopt hun verwachting met de werkelijkheid? 
  3. Wat bepaalt je loon:
  • sector;
  • functie;
  • opleiding;
  • ervaring;
  • aantal uren;
  • cao;
  • werkgever/regio;
  • onderhandelen/doorgroeien.
Vragen:
  • Waar zat het grootste verschil tussen verwachting en werkelijkheid?
  • Waarom denken mensen soms dat een baan veel meer betaalt dan het in werkelijk is?
  • Zou je door dit bedrag anders naar je opleiding kijken?
  • Wat heb jij zelf in de hand en wat niet?
  • Welke stap kun jij tijdens je opleiding al zetten om later meer mogelijkheden te hebben?
  • Was je te optimistisch?
  • Was je juist te pessimistisch?
  • Hoe kun je betrouwbare financiële informatie vinden?
Overgang: Salaris is één onderdeel van je financiële toekomst. Maar hoe denken jongeren eigenlijk breder over hun geld en toekomst?” 
Financiële toekomst

Slide 15 - Slide

Filmpje
  1. Laat het filmpje zien. 
  2. Vooraf: Luister tijdens het filmpje naar één uitspraak die je herkent en één waar je anders over denkt.”
  3. Na het filmpje
  • Welke uitspraak herkende je?
  • Waar dacht jij anders over?
  • Welke financiële keuze uit het filmpje zou jij juist niet maken?
  • Wat viel je op aan hoe andere jongeren naar hun toekomst kijken?
  • Denk jij veel na over je financiële situatie over vijf jaar?
  • Wat zou jij over vijf jaar financieel geregeld willen hebben?
  • Welke stap zou jij dit schooljaar al kunnen zetten om over vijf jaar financieel sterker te staan?
Overgang: We hebben nu gekeken naar hoe geld binnenkomt en wat werk en inkomen voor je toekomst kunnen betekenen. In de keuzeonderwerpen gaan we één manier of financieel thema verder uitdiepen.
Wat ga jij checken of doen?
Ik check mijn bruto loon
Ik zoek mijn verwachte startsalaris nog eens goed uit
Ik zoek uit welke cao bij mijn toekomstige beroep hoort
Ik bedenk welke werkfactoren voor mij belangrijk zijn
Ik zet tijdens mijn opleiding een stap om mijn kansen later te vergroten

Slide 16 - Poll

Wat ga jij checken of doen?

Nodig iedereen uit om de poll vraag in te vullen.

Vraag:
  • Waarom kies je juist deze?
  • Wanneer ga je dit doen?
  • Wat is je eerste stap?
  • Wat kan ervoor zorgen dat je het vergeet?
  • Hoe groot is de kans dat je dit gaat doen?
Kernboodschap
Weten wat belangrijk is, helpt pas echt als je er ook iets mee doet.

Overgang: Jullie hebben nu één concrete stap gekozen die je zelf kunt zetten. We gaan verder met een geldonderwerp waar jullie eerder voor hebben gekozen of sluit af.

Slide 17 - Slide

Keuzeonderwerpen

Vertel als afsluiting van dit basisstuk dat we op verschillende manieren geld kunnen verdienen: via een bijbaan, zakgeld, ondernemen, sparen of zelfs risico’s nemen. 
In het keuzeonderwerp gaan we dieper in op een manier van aan geld komen. Onthoud: elke keuze met geld heeft gevolgen, dus denk er altijd goed over na.

Klik op het keuze onderwerp dat tijdens de vorige les de meeste stemmen kreeg.