Loodjodide slaat neer na het mengen van twee oplossingen (foto: PRHaney, CC BY-SA 3.0)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · EVENWICHT · REKENEN
Quiz
Terugblik: Rekenen aan evenwichten
Loodjodide slaat neer na het mengen van twee oplossingen (foto: PRHaney, CC BY-SA 3.0)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · EVENWICHT · REKENEN
Quiz
Terugblik: Rekenen aan evenwichten
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: PRHaney / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
Kv = [X]extr / [X]water = 5,0. Wat geldt bij gelijke volumes in evenwicht?
5,0 keer zoveel X in het water als in het extractiemiddel
5,0 keer zoveel X in het extractiemiddel als in water
Evenveel X in beide lagen, want de volumes zijn gelijk
Alle X zit in het extractiemiddel en geen in water
Syllabus R&A1.6: Kv. Bij gelijke volumes is de verhouding van de hoeveelheden gelijk aan Kv: n(extractiemiddel) / n(water) = 5,0. Verwachte fouten: de verhouding omdraaien, of denken dat gelijke volumes gelijke hoeveelheden geven.
2 NH₃ ⇌ N₂ + 3 H₂. Evenwicht: [NH₃] 0,50; [N₂] 0,10; [H₂] 0,30 mol L⁻¹. K?
3,6·10⁻¹
5,4·10⁻³
9,3·10¹
1,1·10⁻²
Syllabus R&A1.6. Twee keer nagerekend met Python: Q = [N₂][H₂]³ / [NH₃]² = 0,10 × 0,027 / 0,25 = 1,08·10⁻², 2 significante cijfers: 1,1·10⁻². Reactie klopt: N 2 = 2, H 6 = 6. Dit is de omgekeerde reactie van de ammoniaksynthese: K = 1 / K(synthese). Verwachte fouten: 3 × 0,30 invullen in plaats van 0,30³ (3,6·10⁻¹), NH₃ niet kwadrateren (5,4·10⁻³), of de breuk omdraaien (9,3·10¹).
CO + H₂O ⇌ CO₂ + H₂, K = 4,0. Begin alleen 0,60 mol L⁻¹ CO₂ en H₂. [CO]?
0,20 mol L⁻¹
0,40 mol L⁻¹
0,12 mol L⁻¹
0,15 mol L⁻¹
Syllabus R&A1.6. Er is nog geen CO en H₂O, dus Q = ∞ > K: de terugreactie verloopt. CO en H₂O worden x, CO₂ en H₂ worden 0,60 − x. (0,60 − x)² / x² = 4,0 geeft (0,60 − x) / x = 2,0, dus 0,60 = 3,0x en x = 0,20 mol L⁻¹ (twee keer nagerekend met Python). Controle: 0,40² / 0,20² = 4,0. Verwachte fouten: de producten laten toenemen of x en 0,60 − x omdraaien (0,40), de wortel vergeten met K omgekeerd (x / (0,60 − x) = 0,25 geeft 0,12), of x / 0,60 = 0,25 (0,15).
Vul in
Bij een extractie is Kv gelijk aan de verhouding van [X] in de twee vloeistoffen; met hetzelfde totale volume haal je met meerdere kleine porties meer X uit het water dan met één grote.
Syllabus R&A1.6, R&A2. Gaten: Kv, volume, meer. Verwachte fout: 'Ks' kiezen (dat is voor een zout) of 'minder'; bij twee porties blijft er steeds een ander deel in het water achter, zodat in totaal meer overgaat.
Zet s op volgorde, van klein naar groot
Syllabus R&A1.6: Ks. Twee keer nagerekend met Python: MX: s = √Ks; MX₂: s = (Ks / 4)^(1/3). Dus 4,0·10⁻¹⁸ (MX₂) geeft s = 1,0·10⁻⁶; 1,0·10⁻¹⁰ (MX) geeft 1,0·10⁻⁵; 1,0·10⁻⁸ (MX) geeft 1,0·10⁻⁴; 1,0·10⁻¹⁰ (MX₂) geeft 2,9·10⁻⁴ mol L⁻¹. Verwachte fout: alleen naar de Ks-waarden kijken: dan komt MX₂ met Ks = 1,0·10⁻¹⁰ gelijk met MX met dezelfde Ks, terwijl de formule telt.
Ks(AgCl) = 1,8·10⁻¹⁰. In 0,10 mol L⁻¹ NaCl: hoogste [Ag⁺] zonder neerslag?
1,3·10⁻⁵ mol L⁻¹
1,8·10⁻¹¹ mol L⁻¹
1,8·10⁻⁹ mol L⁻¹
1,8·10⁻¹⁰ mol L⁻¹
Syllabus R&A1.6. Twee keer nagerekend met Python: zonder neerslag is Q ≤ Ks, dus [Ag⁺] ≤ Ks / [Cl⁻] = 1,8·10⁻¹⁰ / 0,10 = 1,8·10⁻⁹ mol L⁻¹. In zuiver water kan er 1,3·10⁻⁵ mol L⁻¹ Ag⁺ zijn. Verwachte fouten: de oplosbaarheid in zuiver water (1,3·10⁻⁵) noemen, Ks met 0,10 vermenigvuldigen (1,8·10⁻¹¹), of Ks zelf geven.
Zout MX₂ heeft oplosbaarheid s = 2,0·10⁻⁴ mol L⁻¹. Wat is Ks?
8,0·10⁻¹²
1,6·10⁻¹¹
3,2·10⁻¹¹
4,0·10⁻⁸
Syllabus R&A1.6. Twee keer nagerekend met Python: [M²⁺] = s en [X⁻] = 2s, dus Ks = s × (2s)² = 4s³ = 4 × (2,0·10⁻⁴)³ = 4 × 8,0·10⁻¹² = 3,2·10⁻¹¹. Verwachte fouten: Ks = s³ (8,0·10⁻¹²), Ks = 2s³ (1,6·10⁻¹¹) of Ks = s² (4,0·10⁻⁸).
Je lost extra NaCl op in een verzadigde AgCl-oplossing. Wat blijft gelijk?
De waarde van Ks
[Ag⁺]
[Cl⁻]
De oplosbaarheid van AgCl
Syllabus R&A1.6. Extra Cl⁻ maakt Q groter dan Ks: er slaat AgCl neer tot Q weer gelijk is aan Ks. Daardoor daalt [Ag⁺], stijgt [Cl⁻] en is de oplosbaarheid van AgCl in deze oplossing lager. Ks verandert alleen met de temperatuur. Verwachte fout: [Ag⁺] gelijk laten blijven.
Geef Ks: Ag₂S(s) ⇌ 2 Ag⁺(aq) + S²⁻(aq)
Goed antwoord: Ks = [Ag⁺]²[S²⁻]. Nagerekend: Ag 2 = 2, S 1 = 1, lading 0 = 2+ + 2−, klopt. Het vaste zout staat niet in Ks; de coëfficiënt 2 wordt de macht van [Ag⁺]. Verwachte fouten: [Ag₂S] in de noemer, 2[Ag⁺] in plaats van [Ag⁺]². Syllabus R&A1.6.
Voor welk evenwicht mag je K met mol in plaats van mol L⁻¹ berekenen?
N₂ + 3 H₂ ⇌ 2 NH₃
N₂O₄ ⇌ 2 NO₂
2 SO₂ + O₂ ⇌ 2 SO₃
2 HI ⇌ H₂ + I₂
Syllabus R&A1.6. Alleen bij evenveel mol gas links als rechts valt het volume uit Q weg: 2 HI (2 mol) naar H₂ + I₂ (2 mol). Bij de andere reacties is het aantal mol links en rechts verschillend (4 tegen 2, 1 tegen 2, 3 tegen 2). Verwachte fout: denken dat dit altijd mag.
Kv (extr/water) = 9,0. Gelijke volumes extractiemiddel en water. % X in extractiemiddel?
82%
90%
10%
50%
Syllabus R&A1.6, R&A2. Twee keer nagerekend met Python: bij gelijke volumes is n(extr) / n(water) = 9,0; fractie in extr = 9,0 / (9,0 + 1) = 0,90. Verwachte fouten: 9,0 / 11 = 82% (de som verkeerd nemen), 10% (omgedraaid) of 50% (denken dat gelijke volumes gelijke hoeveelheden geven).
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · EVENWICHT · REKENEN
Goed gedaan!
Je kunt nu K uit concentraties berekenen, concentraties uit K met een tabel en een wortel of abc-formule, rekenen met Ks bij oplosbaarheid en neerslag en met Kv bij extractie. Zoek de vragen die je fout had op in les 1.
This item has no instructions