Uitleg leerdoel 3











Noteer dit voor jezelf alvast in je schrift.

Stel je vragen aan de docent die gaat streamen. 
Ga rustig zitten op je plek.
Leg je wiskundespullen op tafel. 

1 / 22
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 22 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson











Noteer dit voor jezelf alvast in je schrift.

Stel je vragen aan de docent die gaat streamen. 
Ga rustig zitten op je plek.
Leg je wiskundespullen op tafel. 

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Ik kan een formule korter opschrijven.
Succescriteria
Ik kan een formule bij een beschrijving maken.
Ik kan volgorde bij bewerking met de juiste notatie toepassen.
Ik kan een formule opstellen aan de hand van een tekst, grafiek of tabel.
Ik kan een formule korter opschrijven.







Slide 3 - Slide

Voorbeeld:

Loon = 5 + 0,20 x aantal kranten

L = 5 + 0,20 x
L = 5 + 0,20 a
L = 5 + 0,20 a


Onderstaande notaties zijn beiden goed!
L = 5 + 0,20 a
L = 0,20 a + 5   

Succescriteria
Ik kan een formule korter opschrijven.


Staat er een keer-teken tussen een getal en een letter, 
dan mag je deze weglaten!

Let op!
Vul je een ander getal in voor deze letter (variabele), 
dan moet je het keer-teken weer terug zetten.

L = 5 + 0,20 a
a = 2    -->  L = 5 + 0,20 2 = 5 + 0,40 = 5,40



Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Ik kan een formule vereenvoudigen.
Succescriteria
Ik weet wat perimeter, (gelijksoortige) termen, herleiden en variabelen zijn.
Ik kan formules vereenvoudigen/ herleiden






Slide 6 - Slide

Formules vereenvoudigen
Variabele: is een onbekende letter/woord
Een stukje wat je bij elkaar optelt of aftrekt noem je termen.
voorbeeld: 3a + a   3a en a zijn termen.

Berekening:


Herleiden:
Herleiden betekent korter opschrijven.
Optelling van drie gelijke termen.
4+4+4=34=12
a+a+a=3a=3a
Vermenigvuldiging van twee factoren.

Slide 7 - Slide

Formules vereenvoudigen
4a + 2b = a + a + a + a + b + b
4a + 2b = 4a + 2b   

Alleen gelijksoortige termen kun je samenvoegen.
In gelijksoortige termen komen precies dezelfde variabelen voor. 
Dus 4a + 2a = 6a     (denk aan 4 appels + 2 appels = 6 appels)

Slide 8 - Slide

Formules vereenvoudigen
Alleen gelijksoortige termen kun je samenvoegen.
In gelijksoortige termen komen precies dezelfde variabelen voor








g = 3a - 4 - 2a + 6
g = a + 2

a = 1a

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Ik kan de uitkomst berekenen als de formule gegeven is.
Succescriteria
Ik kan werken met een formule.
Ik kan werken met variabelen.
Ik ken de volgorde van bewerkingen.






Slide 11 - Slide

Bereken l als m is 5
Hoe werk je deze opdracht uit in je schrift.

l = 4m + 11  met  m= geeft                               (noteer wat je weet)

Slide 12 - Slide

Bereken l als m is 5.
Hoe werk je deze opdracht uit in je schrift.

l = 4+ 11  met  m=geeft                               (noteer wat je weet)
l = 4 • 5 + 11


Slide 13 - Slide

Bereken l als m is 5.
Hoe werk je deze opdracht uit in je schrift.

l = 4m + 11  met  m=                                     (noteer wat je weet)
l = 4 • 5 + 11
l= 20 + 11

Slide 14 - Slide

Bereken l als m is 5.
Hoe werk je deze opdracht uit in je schrift.

l = 4m + 11  met  m= geeft                              (noteer wat je weet)
l = 4 • 5 + 11
l= 20 + 11
l= 31

Slide 15 - Slide

Werken met formules
Let op je notatie!








l lengte in cm
m massa in kg

Bereken de lengte als m=8.


l=3m+16

Slide 16 - Slide

Werken met formules
Let op je notatie!








l lengte in cm
m massa in kg

Bereken de lengte als m=8.


Notatie in schrift

m=8        

De lengte van de veer is 40 cm.
l=38+16
l=24+16=40
l=3m+16
l=3m+16

Slide 17 - Slide

Weet je het nog?


  1. Hoe noem je stukjes die je bij elkaar optelt?

  2. Vereenvoudig:  y= 2x-3x -4z

  3. Vereenvoudig: y= 3x-1+8-x

Slide 18 - Slide

Aan de slag
Heb je aantekeningen genoteerd in je schrift? Neem steeds eerst de opgaven helemaal over.

Maak opgaven: 







Controleer je werk kritisch met behulp van de uitwerkingen via magister leermiddelen.
Snap je wat je fout gedaan hebt? Verbeter je fouten met een andere kleur. 
Wie kan je om hulp vragen als je het niet begrijpt?
Let ook op je notatie!


Ondersteunend: 8, 9, 11, 12, 13, 14, 15
Doorlopend: 8, 9, 11, 12, 13, 14, 15
Uitdagend: 9, 11, 14, 15, U3, U4

Ondersteunend: 17, 18, 19, O21, 22
Doorlopend: 17, (18), 19, 21, 22, 23
Uitdagend: 17, 21, 22, U5, U6

Slide 19 - Slide

Aan de slag
Zelfstandig aan het werk  

Kijk je werk goed na en verbeter je fouten!
Ga verder met de gedeelde lessen van hoofdstuk 10 (leerdoel 1 en 2).

Heb je al je opgaven en aantekeningen zichtbaar gemaakt voor mij?
Dit doe je door ze te uploaden bij de fotovraag schrift controle.



Ondersteunend: O3, 4, O5, 6
Doorlopend: 3, 4, 5, 6
Uitdagend: 3, 4, 6, U1, U2

Ondersteunend: 9, 11, 12, 13, 14, 15
Doorlopend: 9, 11, 12, 13, 14, 15
Uitdagend: 9, 11, 14, 15, U3, U4

Ondersteunend: 17, 18, 19, O21, 22
Doorlopend: 17, (18), 19, 21, 22, 23
Uitdagend: 17, 21, 22, U5, U6

Slide 20 - Slide

Toets bespreken
  • Welk cijfer geef jij jezelf voor de toets?
  • Hoe was je voorbereiding op de toets?
  • Welk cijfer heb jij op de toets gekregen?
  • Aanpak komend hoofdstuk.

Slide 21 - Slide

Bedankt voor vandaag!
Ga thuis verder met 
de lessen in LessonUp!

Slide 22 - Slide