- Trajet 7
- Trajet 7
Je vais en ...
Je vais en .....
Je vais à ...
Je vais en ...
Je vais en ...
Je vais en ....
Maak een zin:
TGV = ...
Trajet Garanti Vitesse
Train de Grande Valeur
Train à Grande Vitesse
Transport Général Voyageurs
Il y a un .... sur l'autoroute.
Sur la route il y a des (dieren) ...
Il y a ...
un barrage
une déviation
un embouteillage
des travaux
tourner à ....
tourner à ....
continuer ....
traverser le (kruispunt) ....
Tip: Het is ook de naam van een bekende winkel.
1) Welke twee soorten voertuigen waren bij het ongeval betrokken?
2) Hoeveel gewonden zijn er?
3)Wat zijn hier de gevolgen van het ongeval op het verkeer?
1) Welke twee soorten voertuigen waren bij het ongeval betrokken?
2) Hoeveel gewonden zijn er?
3)Wat zijn hier de gevolgen van het ongeval op het verkeer?
Welke twee soorten voertuigen waren bij het ongeval betrokken?
Hoeveel gewonden zijn er?
Wat zijn hier de gevolgen van het ongeval op het verkeer?
Quoi?
Où?
Quand?
Vat het artikel samen in het Nederlands in maximaal twee zinnen. Denk aan de vragen: wat, waar en wanneer?
Quoi?
Où?
Quand?
Conséquence?
Opdracht: Entraînement
Pagina 176: Oefening - 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 7
oefening 6: voorlopig niet doen.
Gebruik pagina 174 & 175.
Opdracht per twee
Bedenk samen een situatie. (zie voorbeelden)
Schrijf een dialoog in het Frans tussen twee personen.
Minstens 8 uitwisselingen (vragen en antwoorden)
Noteer jullie volledige dialoog netjes op een blad.
Gebruik pg.174 & 175
Voorbeeld
Thomas : Allô, Karim ?
Karim : Oui, c'est moi. Salut !
Thomas : Salut. Je vais chez toi / au stade / à l'école, mais j'ai un problème.
Karim : Quel problème ?
Thomas : Il y a un accident / des travaux / un camion sur la route.
Karim : Ah d'accord.
Thomas : Qu'est-ce que je dois faire ?
Karim : Tu dois tourner à droite / tourner à gauche / prendre la sortie 10.
Thomas : Merci ! Et après ?
Karim : Continue tout droit jusqu'à ma maison / l'école / le stade.
Thomas : Parfait. Merci beaucoup !
Karim : De rien. À bientôt !
Thomas : À bientôt !