In het examen wordt vaak gevraagd naar aspecten van de VOORSTELLING en aspecten van VORMGEVING.
De voorstelling betreft alles wat er te zien is.
De vormgeving betreft met welke beeldende middelen het gemaakt is.
Slide 2 - Slide
Aspecten van de voorstelling
Met een voorstelling heet: figuratief
Zonder voorstelling heet: non-figuratief of abstract
Daar tussen heet: half abstract of geabstraheerd.
Slide 3 - Slide
Figuratieve kunst is het soort kunstwerken waarin herkenbare onderwerpen zijn afgebeeld.
Voorbeelden van figuratieve werken zijn landschappen, portretten of stillevens.
Slide 4 - Slide
Figuratieve kunst vertoont dus een herkenbare overeenkomst met de werkelijkheid. Dat hoeft echter geen fotografische weergave van de werkelijkheid te zijn.
Slide 5 - Slide
Abstracte kunst is de tegenpool van figuratieve kunst en wordt ook wel non-figuratieve kunst genoemd. Je kunt er eigenlijk niets meer in herkennen.
Bij abstract kunst hebben kleuren, vormstructuren en lijnen de plaats ingenomen van de figuratieve voorstelling.
Slide 6 - Slide
Geabstraheerde of half-abstracte kunst zit daar tussen in. Er zijn wel dingen herkenbaar maar niet van alles kun je zien wat het is.
Het winterlandschap met locomotief is een tussenstadium op weg naar abstractie. Met enige moeite is in het midden nog een donkere stoomlocomotief te herkennen.
Slide 7 - Slide
Wat is dit?
Dit is een standbeeld.
Wat is de voorstelling?
Dit is de schilder Rembrandt van Rijn
Slide 8 - Slide
Boomwortels
Preciezer: je ziet op deze foto het onderste deel van een boomstam met de wortels. De stam staat een beetje scheef. De grond is bedenkt met bladeren. Linksachter de boom ligt een tak schuin in beeld.
Wat voor een voorstelling zie je hier?
Slide 9 - Slide
Het is een schilderij.
De voorstelling is: een zeeschap. Preciezer: midden in het schilderij staat een paard met een kar erachter. Het paard kijkt naar links. Het paard staat op het strand, aan de rand van de zee. De lucht is leeg en bewolkt. Links van het paard staat een man tot zijn knieën in het water. Met een schepnet schept hij schelpen. Hij is ‘schelpenvisser’. Verder is er niemand te zien.
En nu andersom...
Slide 10 - Slide
Het schilderij is realistisch geschilderd. Ondanks de realistische
manier van schilderen is de voorstelling vervreemdend.
> Noem een aspect van de voorstelling dat vervreemdend is.
Het centrale gedeelte lijkt op een griezelig monster.
>Noem twee aspecten van de voorstelling van het centrale
gedeelte waardoor het lijkt op een griezelig monster.
<p align="LEFT"></p> <font></font><p><font>− </font><font face="Arial,Arial"><font face="Arial,Arial">grote / open ogen </font></font></p><font face="Arial,Arial"><font face="Arial,Arial"> <p>− grote / open bek </p> <p>− bloed </p> <p>− tentakels </p> <p>− alleen kop, geen lijf / lijf dat uit slangen bestaat </p></font></font>
Slide 12 - Slide
Woorden uit syllabus waarvan je de betekenis ook moet weten met betrekking tot de VOORSTELLINGSASPECTEN.