Les 2.2 Het verteringsstelsel

Voeding en vertering




Het verteringsstelsel
1 / 29
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

Voeding en vertering




Het verteringsstelsel

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen?

  • Huiswerk checken/ nakijken
  • Uitleg basisstof 2.2 Het verteringsstelsel
  • Verwerking basisstof 2.

Slide 2 - Slide

Wat is het verschil tussen een voedingsmiddel en een voedingsstof?

Slide 3 - Slide

Aan het einde van deze les kun je
  • De functie van vertering, verteringssappen en enzymen beschrijven.
  • De delen van een gebit noemen met hun functie.
  • De werking en functie van de darmperistaltiek beschrijven.

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Het verteringsstelsel
Je lichaam heeft de voedingsstoffen uit voedingsmiddelen nodig om te kunnen functioneren. 

Voordat je cellen de voedingsstoffen kunnen opnemen, moeten ze worden verteerd in het verteringsstelsel.

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Verteringsstelsel
Hier worden voedingsstoffen uit je voedingsmiddelen opgenomen in het bloed.

  • Glucose, mineralen, water en vitaminen zijn klein genoeg en kunnen zo door de darmwand heen.
  • Eiwitten, vetten en de meeste koolhydraten zijn te groot en moeten eerst worden verteerd.

Slide 8 - Slide

Verteren
Verteren gebeurt in twee stappen:


Slide 9 - Slide

Mechanische vertering

Slide 10 - Slide

Mechanische vertering (kauwen) zorgt voor oppervlaktevergroting

Slide 11 - Slide

Verteringssappen
Vertering gebeurt met verteringssappen. 
Die verteringssappen worden gemaakt in de verteringsklieren:


Slide 12 - Slide

Chemische vertering zorgt ervoor dat stoffen in je voedsel steeds verder worden afgebroken in kleinere/andere stoffen

Slide 13 - Slide

Verteringssappen bevatten enzymen

Slide 14 - Slide

Samenwerking
Mechanische en chemische vertering werken samen. 
Door te kauwen vergroot je het oppervlakte van je voedsel waardoor de enzymen meer oppervlakte hebben om met de chemische vertering te beginnen.

Slide 15 - Slide

Darmperistaltiek
Doordat de spieren in je darm zich afwisselend aanspannen en ontspannen, wordt je voedsel in je darm doorgeduwd.

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Aan de slag!
Je maakt van basisstof 2.2 
De opdrachten 1 t/m 8
4 en 6 hoeven niet!

Slide 18 - Slide

Wat is de functie van de snijtanden?
A
Fijnmalen van voedsel
B
Afbijten van voedsel
C
Voedsel verdelen in kleine stukken

Slide 19 - Quiz

Wat betekent darmperistaltiek?
A
vertering van voedsel in darm
B
vertering
C
Samenknijpen van de darm
D
kramp in maag

Slide 20 - Quiz

Enzymen zijn voor de
A
Mechanische vertering
B
Chemische vertering

Slide 21 - Quiz

De verteringsklieren zijn
A
speekselklieren, maag, darm en mond
B
speekselklieren, slokdarm, maag, lever
C
speekselklieren, maag, darm, alvleesklier
D
speekselklieren, slokdarm, alvleesklier, lever

Slide 22 - Quiz

Drie gebitselementen zijn: een hoektand,
een kies en een snijtand.
Wat voor een element uit het gebit
van een mens zie je hier?
A
Hoektand
B
Kies
C
snijtand

Slide 23 - Quiz

Wat is de belangrijkste functie van het gebit?
A
dat je er mooi uitziet
B
dat je dingen kunt afbijten
C
slikken
D
oppervlakte vergroting van het voedsel

Slide 24 - Quiz


Door kauwen wordt het oppervlak van het voedsel vergroot. Waarom?
A
Speeksel werkt beter in op het voedsel
B
Het wordt niet vergroot, daar gaat het niet om
C
De dunne darm werkt beter
D
Dan werkt de dikke darm beter

Slide 25 - Quiz

Wat is de functie van speeksel?
A
Verteren van zetmeel
B
Bacteriën en ziekteverwekkers doden
C
Geeft smaak aan het eten
D
Verteren van eiwitten

Slide 26 - Quiz

Op volgorde
nr. 4, nr. 5 en nr. 8:
A
lever, maag , luchtpijp
B
maag, lever, luchtpijp
C
maag, lever, slokdarm
D
lever, maag, slokdarm

Slide 27 - Quiz

Slide 28 - Video

Weet je het nog?
  • Kan je de functie van vertering, verteringssappen en enzymen beschrijven?
  • Kan je delen van een gebit noemen met hun functie?
  • Kan je de werking en functie van de darmperistaltiek beschrijven?

Slide 29 - Slide