Toekomstige tijden in het Engels

Future present simple & future present continuous

1 / 13
next
Slide 1: Slide
New lesson editorEngelsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 20 min
Report this lesson

Items in this lesson

Future present simple & future present continuous

Lesdoel:

Aan het einde van de les:


  • weet jij wanneer je de future present simple moet gebruiken.

  • weet jijhoe je de future present simple moet maken.

  • weet jij wanneer je de future presens continuous moet gebruiken.

  • weet jij hoe je de future present continuous moet maken.

Terugblik: present en past

Present simple: Gebruik je voor feiten, gewoonten en routines.

present continuous: Gebruik je voor iets dat nu aan de gang is.

past simple: Gebruik je voor gebeurtenissen die in het verleden zijn afgerond.

past continuous: Gebruik je voor een gebeurtenis die op een bepaald moment in het verleden bezig was.

Terugblik: present perfect & past perfect

present perfect: Gebruik de present perfect als een gebeurtenis in het verleden invloed heeft op nu, of als iets in het verleden is begonnen en nu nog steeds geldt.

present perfect continuous: Deze tijdsvorm gebruik je om de duur van een handeling te benadrukken die in het verleden begon en nog steeds bezig is. Ook als je je ergert of woorden als 'recently' en 'lately' gebruikt.

past perfect: De past perfect gebruik je om aan te geven dat één gebeurtenis eerder plaatsvond dan een andere gebeurtenis in het verleden.

past perfect continuous: Gebruik deze tijd om de duur van iets te benadrukken dat begonnen was in het verleden en inmiddels is afgelopen.

Wat weet je al over toekomstige tijden in het Engels?

Future present simple

Wanneer we het hebben over tijdschema’s, roosters en dienstregelingen.


stam (+s)


He plays football at one o'clock.

Future present continuous

Wanneer we het hebben over afspraken die je hebt gemaakt die nog gaan plaatsvinden.


am / is / are + stam+ing


He is playing football tomorrow with his friends.

Vul de juiste vorm in de zin.


We ___ (start) at eight o'clock. (scheduled)

A

are starting

B

start

C

starts

D

started

Vul de juiste vorm in de zin.


The bus ___ (leaves) at noon.

A

leave

B

leaves

C

is leaving

D

are leaving

Vul de juiste vorm in de zin.


They ___ (meet) us at the café.

A

meet

B

meets

C

is meeting

D

are meeting

Vul de juiste vorm in de zin.


The shop ___ (open) at 10 a.m.

A

open

B

opens

C

am opening

D

is opening

lesdoel behaald?

jij weet nu:


  • wanneer je de future present simple moet gebruiken.

  • hoe je de future present simple moet maken.

  • wanneer je de future presens continuous moet gebruiken.

  • hoe je de future present continuous moet maken





maak het werkblad over de Future.