3B - 2.4

Welkom!

  • Jas op de kapstok.

  • Ga rustig op je eigen plek zitten.

  • Telefoon in je tas.

  • Koptelefoon op tafel of in je tas. Oortjes uit.

  • Tas op de grond.

  • LEG JE BOEK OP TAFEL

  • Wacht rustig tot we beginnen.





1 / 24
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Welkom!

  • Jas op de kapstok.

  • Ga rustig op je eigen plek zitten.

  • Telefoon in je tas.

  • Koptelefoon op tafel of in je tas. Oortjes uit.

  • Tas op de grond.

  • LEG JE BOEK OP TAFEL

  • Wacht rustig tot we beginnen.





Regels in de klas


  • Blijf van anderen 

    en hun spullen af

  • Zeg iets aardigs
    of zeg niets.


Materialen bij je REKENMACHINE

  • Vinger opsteken

  • Wacht op je beurt 



  • WC na de uitleg



  • Geen eten drinken

  • (eventueel flesje drinken)


Wat gaan we doen vandaag?

  • Aanwezigheid en spullen

  • toets hoofdstuk 2

  • H2.4

  • Quiz





Wat ga je leren voor je toets?

§ 2.4 Wat doe jij voor het milieu?

Wat ga je leren:

  • welke vormen van milieuschade er zijn

  • wat er wordt bedoeld met het broeikaseffect

  • wat je zoal kunt doen om het milieu te sparen

  • wat maatschappelijke kosten zijn



Milieuschade

Milieuschade = de schade die we toebrengen aan onze leefomgeving.


Bijvoorbeeld:

vervuiling van lucht, water, bodem

verbruik van grondstoffen

verbruik van fossiele brandstoffen

ontstaan van afval.


De aarde warmt op

Broeikaseffect = de opwarming van de aarde.

Oorzaak: uitstoot schadelijke stoffen, zoals CO2 (koolstofdioxide).


Luchtvervuiling door

  • uitlaatgassen auto’s en scooters

  • uitstoot door fabrieken.






Meer schone energie

Je kunt:

  • je huis beter isoleren

  • energiezuinige apparaten gebruiken

  • zonnepanelen plaatsen

  • zonneboiler of warmtepomp kopen.


Voor aanschaf zonneboiler of warmtepomp heb je recht op subsidie

= financiële bijdrage van de overheid.



Maatschappelijke kosten

Maatschappelijke kosten

= alle nadelen voor de samenleving, onder andere van milieuschade.


Milieuschade kun je niet altijd, of moeilijk in geld uitdrukken:

geluidsoverlast

uitlaatgassen

verdwijnen van natuurgebieden.

QUIZ Hoofdstuk 2





Je wilt nieuwe sneakers kopen.

Waar let jij het meest op?

A

de prijs

B

de kwaliteit

C

het merk en uiterlijk

D

wat mijn vrienden hebben

Wat is de taak van een consumentenorganisatie?

A

opkomen voor belangen van consumenten

B

zorgen dat consumenten meer producten kopen

C

onpartijdige informatie geven over producten

D

Answer D

Wat vertelt een keurmerk op een product?

A

dat het product aan bepaalde eisen voldoet

B

dat het product goedkoop is

C

dat iedereen het een goed product vindt

D

Answer D

Een koopwoning heeft een WOZ- waarde van 250000 euro.

Het ozb- tarief is 0,12%.

Hoeveel ozb betaalt de eigenaar?

A

30 euro

B

3000 euro

C

300 euro

D

Answer D

Mila betaalt 600 euro per maand. Zij krijgt 120 euro huurtoeslag.

Hoeveel procent van haar huur is de huurtoeslag?

A

20%

B

80%

C

5%

D

100%

Wat bedoelen we met de woningmarkt?

A

Alle woningen die te koop staan

B

Een plek waar je meubels voor je woning kan kopen

C

De vraag naar woningen en het aanbod van woningen die te koop staan.

D

het aanbod van alle woningen die te koop staan

De accu van jouw nieuwe fiets vliegt in brand. Welke wet gaat over de aansprakelijk van de producent.

A

de warenwet

B

de wet productaansprakelijkheid

C

de belastingdienst

D

Answer D

Bij welke aankoop geldt het consumentenrecht?

A

je koopt een gebruikte fiets van een vriend

B

je koopt een spel op de rommelmarkt

C

je koopt een koptelefoon bij een webshop

D

Answer D

Een bakje rozijnen kost 1,50 euro voor 450 gram. Hoeveel kost 150 gram?

A

0,50 cent

B

1,00 euro

C

Answer D

Mila betaalt 600 euro per maand. Zij krijgt 120 euro huurtoeslag.

Hoeveel procent van haar huur is de huurtoeslag?

A

20%

B

80%

C

5%

D

100%

120 : 600 x 100 = 20%


deel : geheel x 100%

Aan de slag/ huiswerk

Maken:

opdrachten 2.4

of

herhalingsopdrachten H2



KLAAR! Nakijken en begrippen leren.






10

minute

00

second

Wat heb je geleerd?



Lees een omschrijving voor van een begrip.

Wie weet welk begrip hier bij hoort?