3.4 Water als oplosmiddel
3.4 Water als oplosmiddel
Wat weet jij al over troebele en heldere dranken?
Leerdoel
Aan het einde van deze les kun je uitleggen wat een mengsel, een oplossing en een suspensie zijn, en kun je van elk voorbeeld geven.
Wat is een mengsel?
Een mengsel bestaat uit twee of meer verschillende stoffen die door elkaar zijn gemengd, zoals water en zeep. Je herkent een mengsel omdat het niet uit één pure stof bestaat.
Mengen betekent 2 of meer stoffen bij elkaar doen.
Wat is GEEN mengsel
Ranja
water met zout
water met zeep
sinaasappelsap
Zuivere stof vs. mengsel
Mengsel
Zuivere stof
Bestaat uit één soort stof, bijvoorbeeld suiker, zuiver water of zout
Bestaat uit meerdere stoffen, zoals ranja of zeepsop.
Een mengsel bestaat uit
Een stof
Meerdere stoffen
Een zuivere stof bestaat uit
Een stof
Meerdere stoffen
Wat is een oplossing?
Bij een oplossing lost een stof helemaal op in een vloeistof.
Het mengsel is altijd helder, dat betekent dat je erdoorheen kunt kijken.
Als je suiker in je thee doet en roert, dan lost de suiker helemaal op. Je kunt de suiker dan niet meer zien
Oplossing
Bij oplossen heb je 2 stoffen nodig.
Eén van die stoffen is altijd een vloeistof.
Bijvoorbeeld water en suiker. Het water is dan het oplosmiddel.
Het oplosmiddel is dus de vloeistof waarin je iets oplost.
Sneller oplossen
Er zijn 3 manieren waarop je het oplossen kunt versnellen:
Het oplosmiddel warm maken
Roeren
De stof die je wil oplossen heel fijn maken.
Wat is een suspensie?
Bij een suspensie zie je kleine vaste deeltjes zweven in een vloeistof. Het blijft altijd troebel, dat betekent dat je er niet doorheen kunt kijken.
Zoals sinaasappelsap met vruchtvlees of chocolademelk.
Oplossing of suspensie?
- Helder - Geen vaste deeltjes zichtbaar - Bijvoorbeeld: limonade, thee
Oplossing
Suspensie
- Troebel - Vaste deeltjes zichtbaar of zinken naar de bodem - Bijvoorbeeld: sinaasappelsap, chocolademelk
Voorbeelden en herkenning
Is appelsap een oplossing of suspensie? leg uit waarom?
Is koffie een oplossing of suspensie? leg uit waarom?
Maak opdracht 1 t/m 8
blz 162